Cees en Anneke Noordzij — Soteriologie

b7 — Het Loofhuttenfeest


Ingaan in Gods rust

“Laten we op onze hoede zijn, dat niemand van ons, terwijl nog een belofte van tot Zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven. Want ook aan ons is het evangelie verkondigd, net als aan hun, maar dat was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging” (Hebr. 4:1-2, geciteerd in Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Er is een ‘sabbatsrust, die blijft voor het volk van God’ (Hebr. 4:9). De zevende scheppingsdag is een beeld van de ‘sabbatsrust, die blijft voor het volk van God’ (Gen. 2:2-3, Hebr. 4:9-10)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Die volmaakte rust gaat Gods volk kennen op het zevende feest in de zevende maand. En zoals de Israëlieten rustten aan het eind van de week, op de zevende dag, zo is het loofhuttenfeest de uiteindelijke volle rust na het ‘werken’ van het volk van God” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Wij mogen ook ‘gaan tot in Gods rust’ en er nu een rustplaats vinden (Hebr. 4:1,6-7,10-11). Als dit ons verlangen is, vraagt God van ons een nauwgezette wandel in de geest, vol geloof, volharding en geduld” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Zonder nauwkeurig te luisteren naar Zijn stem vallen we absoluut in dezelfde fouten als het natuurlijke volk Israël. Daarom zegt Hebr. 4:1-2: ‘Laten we op onze hoede zijn…‘” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Heden, als u Zijn stem hoort, verhardt uw harten dan niet (Ps. 95:8-11, Hebr. 4:7). Er is veel tegenstand, dat is waar. Maar God belooft: ‘Ik zal jullie niet verlaten. Elke plaats die je voetzool betreden zal, geef ik je’ (Joz. 1:3,5,6,9). Laten we dat geloven! Laten we het land van Zijn rust binnengaan” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Interpretatie: Rust binnengaan = eschatologische vervulling van heil, nu al gelovig toegepast (“nu al een rustplaats vinden”).

Geloof en binnengaan

“Elke keer weer stelt God Zijn kinderen in staat om Zijn rust binnen te gaan. Velen laten zich uitleiden uit het formele en het traditionele. Ze verlangen meer dan het leven in die woestijn. Ze zien uit naar het land der belofte. En de Heer is goed! Hij geeft dan ‘druiven van Eskol, vijgen en granaatappelen’ aan ieder die gelooft als een Jozua, als een Kaleb” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Ook nu weigeren velen te geloven, dat ze daartoe de kracht en de autoriteit kunnen ontvangen. Ook nu vertellen ‘tien’ verspieders het volk, dat ‘het land’ niet kan worden ingenomen (Num. 13:3,31). Ze ‘verspreiden zelfs een kwaad gerucht over het land’ (Num. 13:32). Ze bekijken alles met menselijke ogen (Num. 13:33). Daarom moeten verreweg de meesten terug, de ‘woestijn’ in” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“In die jaren bleef de Heer goed voor hen. Dagelijks gaf Hij manna en zorgde Hij voor water uit de Rots, en nog veel meer. De vraag is dus: wat gaan wij doen? Blijven we waar we zijn? Of staan we op uit het ‘stof’ van de ‘woestijn’, om onze ‘Jozua’ te volgen, door de ‘Jordaan’ heen naar het ‘beloofde land’ in geest en waarheid? God roept ons op om in te gaan in Zijn rust” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Tegelijkertijd heeft de Heer een nieuwe generatie op het oog, die naar de ‘twee’ (Jozua en Kaleb) zullen luisteren, die zeggen: ‘Laten we gerust optrekken’ (Num. 13:30). ‘Laten we niet opstandig zijn. De Heer is met ons. We hoeven niets te vrezen’ (Num. 14:6-9)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Bekering (metanoia)

“Het Griekse woord, dat als bekering is vertaald, is metanoia. Het betekent een verandering van denken. Het ‘oude’ denken ‘van beneden’ brengt dode, religieuze, traditionele, formele gebruiken voort en sleur, lege en ijdele woorden. ‘Reeds ligt de bijl aan de wortel van die bomen: iedere boom, die geen goede vruchten voortbrengt die aan de metanoia beantwoorden, wordt omgehakt’ (Matt. 3:8-10)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Vandaar dat Jezus zegt tot alle gemeenten: ‘Ik ken jullie werken’ en dat Hij tot vijf van de zeven gemeenten moet zeggen: ‘Bekeer je’ (Openb. 2 en 3). ‘Ga nieuw denken’. ‘Bedenk de dingen die boven zijn’ (Col. 3:2). ‘Word hervormd door de vernieuwing van je denken’ (Rom. 12:2)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Interpretatie: Bekering = metanoia = verandering van denken, gericht op “de dingen die boven zijn” (Col. 3:2).

Heiligmaking en vrucht van de Geest

“Goede vruchten kunnen alleen worden voortgebracht na een bijbelse bekering. […] Goede vruchten kunnen alleen worden voortgebracht na een bijbelse bekering” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Wat een oogst! Te worden verzadigd met ‘liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’ (Gal. 5:22)! Wat een oogst!” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Er staat ons een heerlijk loofhuttenfeest te wachten, want er komt een volle oogst van goede vruchten. ‘Zie, Ik zal koren, most en olie zenden, zodat jullie daarmee verzadigd worden’ (Joël 2:19). Dat is wat!” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Het is altijd Gods bedoeling geweest, dat Zijn Gemeente vruchten zou voortbrengen door een aanhoudende groei in de Geest. Tot op heden kwam de Landman naar Zijn akker om te zaaien, te snoeien en te begieten, zonder iets terug te verwachten. Nu de oogsttijd nadert, komt Hij met maar één doel: om de vruchten van de Geest in Zijn volk te oogsten” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Gods akker zijn jullie (1Cor. 3:9). We weten, dat ‘de Vader de landman is’ (Joh. 15:1). Als wij Zijn akker zijn, dan zal Hij alles doen om ons tot grote vruchtbaarheid te brengen” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Koninklijk priesterschap en heerlijkheid

“Dan zal blijken wie er zijn ‘gemaakt tot priester om als koning te heersen op aarde’ (Openb. 5:10). Volwassen, koninklijke priesters! Gewassen, in linnen gewaden, gezalfd, geheiligd (Ex. 40:12-16). Het zijn de ware knechten van God, die voor Hem staan om Hem te dienen en die zegenen in Zijn naam (Deut. 10:8). Ja, Gods heerlijkheid zal over hen gezien worden (Jes. 60:2)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Dat zijn ‘koninklijke priesters’ van een andere orde, van de ‘ordening van Melchizedek’ (Hebr. 6:20). Dat ‘nieuwe’ priesterschap is onvergankelijk, ‘krachtens een onvernietigbaar leven’ (Hebr. 7:16). Alles van het tijdelijke doet hier geen nut. Natuurlijke voordelen, menselijke bekwaamheden en verworvenheden, aardse verschillen in ras, opvoeding of kerkelijk succes, dit alles heeft hier geen waarde” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Hij is voor ons als voorloper binnengegaan en naar de ordening van Melchizedek onze eeuwige hogepriester geworden (Hebr. 6:20). Hij is de ‘nieuwe en levende weg, die Hij voor ons ingewijd heeft’ (Hebr. 10:20). Voor ons! Voor ieder die aanvaart, dat de ‘nieuwe’ orde ‘van boven’ is” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Die heerlijkheid zal uiteindelijk de hele Gemeente vervullen (Openb. 19:10-11). Die heerlijkheid zal zelfs een licht zijn tot heil der volken en zal schijnen tot in alle uithoeken van de aarde, ja, zelfs tot in de gehele schepping (Jes. 49:6, Hand. 13:47, Rom. 8:19-21)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Jezus… komt samen met hen die èn geroepen, èn uitverkoren, èn trouw zijn (Openb. 17:14). Zij zullen met Christus verschijnen in heerlijkheid! (Col. 3:4)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Verlossing van Babel

“Ga uit, Mijn volk. Ook jullie hebben van haar wijn gedronken (Openb. 18:3). Ontvlucht al het nèt echte. ‘Sta op en vertrek, want dit is het land van de ware rust niet’ (Micha 2:10). ‘Houd niet vast aan het onreine’ (2Cor. 6:17)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Meteen begon men na aankomst aan de herstelwerkzaamheden. Er werd eerst een altaar gebouwd (Ezra 3:1-7). Een jaar later was het fundament van de tempel klaar (Ezra 3:8-13). […] Dergelijke herstelwerkzaamheden hebben ook nu plaatsgevonden. Bij velen is het fundament van Hebreeën 6:1-2 min of meer hersteld. Sommigen bekeerden zich van dode, formalistische werken. Velen lieten zich dopen met water en met de heilige Geest. Enkelen maakten het fundament volledig door de laatste pijlers te leggen: het handopleggen, het ‘opstaan’ vanuit de ‘doden’ nu, het geloven in Gods ‘aionisch oordeel’ (Hebr. 6:1-2)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

“Velen dachten daaraan gehoor te hebben gegeven. Ze verlieten hun kerken, verbraken vele banden, terwijl ze niet volkomen ‘de binnenzijde van de beker’ reinigden (Matt. 23:26). Het uittrekken uit Babel is allereerst een geestelijke zaak. Het heeft geen zin om een instituut waarin we zijn teleurgesteld, vol afkeer de rug toe te keren om ons aan een andere te binden. Het uitgaan moet zijn een opgaan naar ‘Sion, de stad van de levende God’, ‘het hemelse Jeruzalem’” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Uitverkiezing

“Jezus… komt samen met hen die èn geroepen, èn uitverkoren, èn trouw zijn (Openb. 17:14)” (Noordzij, Het Loofhuttenfeest).

Interpretatie: Uitverkiezing hier in samenhang met de wederkomst en het koninklijk priesterschap; niet in calvinistische predestinatie-zin, maar als ethische keuze(getuigenis) binnen Gods heilsplan.