Cees en Anneke Noordzij — Soteriologie
b2 — Het Woord Gods en de Schrift
Wedergeboorte
Anagennao — nieuw wordingsproces door het levende Woord
Noordzij behandelt 1 Petrus 1:23 als centrale tekst over wedergeboorte en analyseert het Griekse woordgebruik uitvoerig:
“Hetzelfde gebeurt in wie zich oprecht tot God keert. Ook hij wordt dan door de kracht van de Allerhoogste overschaduwd en ‘opnieuw verwekt uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God’ (1Petr.1:23).” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Noordzij verbindt wedergeboorte expliciet aan de analogie van Maria’s ontvangenis:
“Gabriël zei tot Maria: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen. Daarom zal het heilige, dat in je verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden’ (Luc.1:35). ‘Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen’ (Luc.1:37). Hetzelfde gebeurt in wie zich oprecht tot God keert.” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Interpretatie: Noordzij gebruikt de conceptie van Jezus in Maria als type voor de wedergeboorte in de gelovige: dezelfde kracht van de Allerhoogste werkt in beide gevallen.
Grieks woordonderzoek: anagennao, gennao, tikto, sullambano
Noordzij analyseert vier Griekse termen die in het wedergeboorte-thema voorkomen:
“Het meest gebruikte Griekse woord is gennao (=een wordingsproces van verwekking tot geboorte, vgl. het woord genesis=wording) en, zoals b.v. in 1Petrus 1 vers 23, is anagennao. Ana (=opnieuw), gennao (=wording). Daarmee wordt een ‘nieuw wordingsproces’ bedoeld door het levende en blijvende Woord van God, het ‘onvergankelijke zaad’ (1Petr.1:23). In dat proces zijn we een ‘nieuwe’ schepping in Christus aan het worden, van ‘oud’ naar ‘nieuw’, van vergankelijk tot onvergankelijk.” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Noordzij beschrijft ook sullambano (ontvangen/aannemen) als begin en tikto (baren) als eindpunt van het wordingsproces:
“In de tekst, waar de engel tot Maria zegt: ‘Je zult zwanger worden’ (Luc.1:31) staat het Griekse werkwoord sullambano (=ontvangen, aannemen, aanvaarden). Maria hoorde het Woord van God via Gabriël en zei ‘Mij geschiede naar uw woord’. Zij ontving het Woord van God in zich, zij nam het aan. Dat was haar onbevlekte ontvangenis.” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
“Er is ook een woord, dat duidt op het uiteindelijke doel: tikto (=baren, geboren zijn). ‘Waar is de Koning der Joden, die geboren is?’ (Mat.2:2), ‘U is heden de Heiland geboren’ (Luc.2:11).” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Interpretatie: Noordzij onderscheidt het gehele wordingsproces (anagennao/gennao) van het aannemen als beginpunt (sullambano) en de geboorte als eindpunt (tikto). Wedergeboorte is een proces, geen enkel moment.
Roeping — Het Woord aannemen als soteriologisch beginpunt
Horen en aannemen van het Woord (Joh. 1:12)
Noordzij beschrijft het ‘aannemen’ van het Woord van God als het begin van het reddingsproces:
“zo moet iemand, die het Woord van God ‘hoort’, bereid zijn het ‘aan te nemen’ (Joh.1:12), ‘het lief te hebben, het te bewaren’ (Joh.14:23).” — (b3, sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Noordzij illustreert het principe van ‘het Woord aannemen’ met Hand. 17:11:
“‘Zij namen het Woord met alle bereidwilligheid aan en gingen dagelijks de schriften na, of deze dingen zo waren’ (Hand.17:11).” — (b3, inleiding)
Het Woord als levend water — soteriologische werking
“Ja. wie ‘hoort’, ontvangt Hem als ‘een stroom van vredig en levengevend water’ (Ps.23:2, Joh.4:14, 6:63a, 7:38).” — (b3, sectie “Het Woord van God”)
Reikwijdte van de roeping — buiten bijbel en kerk
Noordzij stelt dat God communiceert via het levende Woord, niet primair via een gedrukt boek. Dit heeft implicaties voor de reikwijdte van de roeping:
“Het is niet alleen onbijbels, maar ook onlogisch, dat God een boek nodig zou hebben om met de mens te communiceren. Maar een klein percentage van de wereldbevolking heeft een bijbel. Nog geen eeuw geleden was het grootste deel van de mensheid analfabeet.” — (b3, sectie “Het Woord van God”)
“Ze had géén bijbel, maar ze hoorde wèl het Woord van God. Ze deed me denken aan Henoch, Noach en Abraham, die ook geen bijbel hadden, maar wel God hoorden ‘spreken’.” — (b3, sectie “Het Woord van God”; over het Indiase meisje Mimosa)
Interpretatie: Noordzij impliceert dat roeping via het levende Woord mogelijk is buiten bijbelbezit en kerkelijke structuren om — in lijn met zijn apokatastasis-soteriologie (zie b1/b2): God bereikt allen, zij het op verschillende wijzen en momenten.
Heiligmaking
Groei van moederborst naar vaste spijs (Hebr. 5:12-14)
Noordzij beschrijft geestelijke groei als voedingsmetafoor, met verwijzing naar Hebreeën 5:12-14:
“Eerst worden we gevoed aan de ‘moederborst’. Dan moeten we ‘gespeend’ worden om dat drinken af te leren (1Sam.1:22-24, Ps.131:2). Dan de ‘pap’ in de ‘kinderstoel’ en wat steviger kost in gezin, kerk en school. En dan? Dan is het zaak, om zelf te ‘werken om de ware spijs die de Zoon des mensen geeft’ (Joh.6:27).” — (b3, sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“ook geestelijk onvolwassenen moeten ‘opgevoed’ worden, totdat ook zij ‘geestelijk volwassen’ zijn en als christen (=gezalfde) kunnen leven (Hebr.5:12-14).” — (b3, sectie “De schrift: nuttig om op te voeden”)
Heiligmaking via het levende Woord als zwaard (Hebr. 4:12)
“Met dat vlijmscherpe ‘zwaard’ snijdt Hij in Gods kinderen. In hen maakt Hij scheiding tussen onrein en rein, onheilig en heilig, ‘oud’ en ‘nieuw’, hoofdkennis en hartkennis, onechtheid en waarheid, ziel en geest (vgl. Jer.17:9, Mat.15:19). Het is aan ons, om het één weg te doen en het goede te bewaren en te koesteren.” — (b3, sectie “Het Woord van God”)
Het Woord als dagelijks brood — epiousios (Mat. 6:11)
Noordzij bespreekt het Griekse woord epiousios als aanduiding van het hemelse brood dat tot geestelijke groei leidt:
“Voor dagelijks staat er in het Grieks epiousios. Epi is op en ousios is een vorm van het werkwoord komen. ‘Geef ons heden het op ons komende brood’. ‘Geef ons steeds het brood, dat uit de hemel neerdaalt’ (vgl.Joh.6:32-35, Op.2:17). Als je dit ‘brood’ ‘eet’, ga je geestelijk groeien.” — (b3, sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“Wie Hem leert ‘eten’, krijgt nooit meer ‘honger’ (Joh.6:35). Dan heeft hij leven, leven in overvloed (Ps.23:1-2, Joh.10:4,10).” — (b3, sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’“)
Hart boven hoofd — geestelijke kennis voorafgaat aan bijbelkennis
“Gods primaire wijze om tot mensen te spreken is niet door bijbelstudie, maar allereerst door apostelen, profeten, herders en leraars in de ware ekklesia. Daarna komt de fase, dat God rechtstreeks spreekt door de heilige Geest. Hoe meer we ‘horen’ in ons hart, des te meer begrijpen we van de bijbel.” — (b3, sectie “Hoofd of Hart”)
Interpretatie: Noordzijs model van heiligmaking verloopt van extern (wet, schrift) naar intern (Geest, hart). Dit sluit aan bij zijn soteriologische schema in b1/b2: van Mozaïtisch verbond (wet als tuchtmeester) naar Nieuw Verbond (Christus in het hart).
Wet als tuchtmeester tot Christus (Gal. 3:24)
Pedagogische functie van de wet
Noordzij behandelt de wet als tijdelijk pedagogisch instrument voor geestelijk jonge gelovigen:
“De wet van Mozes was ‘een tuchtmeester tot Christus’ (Gal.3:24), een schoolmeester met een rood potlood. En de voorschriften van Paulus waren net zo. Ik ben ervan overtuigd, dat het merendeel van de protestanten onder de ‘wet van Paulus’ leeft: Paulus zegt dit, Paulus zegt dat. Natuurlijk is dat goed voor een beginsituatie. Ieder mens heeft regels nodig in zijn jonge geloofsleven. Eerst voorbereiding, regelgeving, correctie en toerusting, dan leven in Christus (Mat.3:7-12, Luc.1:1-2). Eerst leven met wat de tuchtmeesters zeggen, dan leven met de Heer (Joh.1:19-34, 14:23).” — (b3, sectie “De schrift: nuttig voor correctie”)
Interpretatie: Noordzij plaatst de wet — inclusief de ‘wet van Paulus’ — als voorlopig stadium vóór het directe leven met Christus. [SPANNING met eerdere bron] In b1 stelde Noordzij dat rechtvaardiging niet via de wet maar via toerekening werkt; hier bevestigt hij dat de wet als tuchtmeester nodig blijft voor onvolwassen gelovigen, als brug tot Christus. De twee uitspraken zijn te harmoniseren maar niet identiek.
Wet als correctiemiddel voor heidenen-gelovigen
“In het nieuwe testament kwamen er heidenen tot bekering, mensen, die nooit met Gods wet te maken hadden gehad. Wat gebeurde er? Ook in hun leven moest er eerst regelgeving komen. Paulus legde hun daarom talrijke voorschriften op.” — (b3, sectie “De schrift: nuttig voor correctie”)
Schrift als pedagogisch instrument voor het Koninkrijk
“De bijbel is dus in eerste instantie geen studieboek of geschiedenisboek, maar een bevestigingsboek, een herkenningsboek.” — (b3, sectie “De schrift: nuttig om te onderrichten”)
“Ze kunnen niet redden, maar kunnen wel tot redding leiden.” — (b3, sectie “De schrift: nuttig om op te voeden”; over bijbelse principes die kinderen worden bijgebracht)