George H. Warnock — Soteriologie
b5 — From Tent to Temple
Verlossing als eeuwig voornemen, niet als nagedachte
Warnock stelt uitdrukkelijk dat verlossing geen herstelplan is dat pas na de val nodig bleek, maar dat het van eeuwigheid af in Gods voornemen lag:
“Het is van belang dat wij ons realiseren dat de verlossing een wezenlijk deel uitmaakt van het ‘eeuwig voornemen,’ en niet slechts een remedie, niet slechts een toestand van herstel, niet slechts een nagedachte in het hart en de geest van God.”
(Warnock, From Tent to Temple, tent7.html)
“Zo wordt Christus voorgesteld als ‘het Lam, geslacht van de grondlegging der wereld’ (Openb. 13:8), en niet slechts als een voorziening van God die als noodzakelijk gevolg van de val tot stand kwam.”
(Warnock, tent7.html)
Interpretatie: Warnock verbindt Openb. 13:8 direct aan de stelling dat de verlossing in Gods eeuwig voornemen lag — het Lam is niet een maatregel maar een openbaring van Gods eeuwig karakter.
Verlossing als openbaring van Gods wezen
Warnock betoogt dat verlossing Gods wezen openbaart op een wijze die de oorspronkelijke schepping niet kon:
“In de verlossing vindt de onthulling en het uitstralen van de volkomenheid van Gods natuur plaats, de volledige uitdrukking van Zijn Wezen. Dit is iets wat God vereiste, krachtens WIE HIJ IS. En het is iets wat in de oorspronkelijke schepping van de mens nooit werkelijk tot stand is gebracht.”
(Warnock, tent7.html)
“God is Licht. Hoe zal het Licht voor eeuwig verborgen blijven in dikke duisternis? God is Leven. Hoe kan het Leven ingesloten blijven binnen de grenzen van een oude schepping? God is Liefde. Hoe kan de Liefde voor eeuwig gesmoord worden bij gebrek aan objecten naar wie Hij de volheid van de Liefde kan uitdrukken? Daarom vindt de volledige onthulling van Gods heerlijkheid alleen in de verloste Mens plaats.”
(Warnock, tent7.html)
Interpretatie: Warnock legt de noodzaak van verlossing niet primair in de zondeval maar in Gods eigen wezen: God als Licht, Leven en Liefde vereist een volk waarin Hijzelf volkomen geopenbaard wordt.
Wedergeboorte: verwekt uit Gods hart en natuur
Warnock omschrijft wedergeboorte niet als schepping maar als verwekking:
“Hij verwekt Zijn zonen… zij komen voort uit Hemzelf. Zij worden niet geschapen op dezelfde wijze als andere wezens, door wijsheid en kracht alleen. God moet een volk hebben gelijk Hemzelf, wil Hij een werkelijke rustplaats vinden, een werkelijke plaats van vreugde. Daarom worden Zijn zonen verwekt… zij komen voort uit Zijn eigen hart en natuur.”
(Warnock, tent7.html)
“En daarom, hoewel Hij de soevereine God is, kan Hij door soevereine almacht niets doen wat strijdig zou zijn met Zijn eigen natuur van liefde, geduld, ootmoed en lankmoedigheid.”
(Warnock, tent7.html)
Interpretatie: De verwekking van Gods zonen — niet de schepping ex nihilo — is de soteriologische grond voor gemeenschap: God kan alleen rust vinden in een volk dat wezenlijk gelijkend op Hem is.
Rechtvaardiging: gerechtelijk en in de Geest
Warnock behandelt twee dimensies van rechtvaardiging:
De gerechtelijke rechtvaardiging (Rom. 3:26):
“God werd verklaard ‘rechtvaardig te zijn, en rechtvaardiger van hem die gelooft in Jezus’ (Rom. 3:26). Het kruis rechtvaardigde God volledig voor zover Zijn heilig en rechtvaardig karakter betreft: in Zijn omgang met de zonde, en in Zijn vergeving en rechtvaardiging voor de zondaar die in Christus gelooft.”
(Warnock, tent7.html)
Rechtvaardiging in de Geest (1 Tim. 3:16):
“Toen Jezus hier op aarde was, openbaarde Hij zo prachtig het karakter van God door de bediening van de Geest in Zijn leven, dat God ‘gerechtvaardigd werd in de Geest.’ […] Maar is God na de hemelvaart van Christus even werkelijk ‘gerechtvaardigd in de Geest’ als toen Jezus hier was?”
(Warnock, tent7.html)
“Alleen wanneer God ‘gerechtvaardigd wordt in de Geest’ kan die heerlijke overwinning van het kruis geopenbaard en gemanifesteerd worden in de aarde. Want eeuwenlang vóór het kruis werd Gods grote en heilige Naam ontheiligd onder de heidenen vanwege Gods volk.”
(Warnock, tent7.html)
Interpretatie: Warnock onderscheidt een voltooide gerechtelijke rechtvaardiging (het kruis) en een voortgaande rechtvaardiging in de Geest (de Kerk als Tempel). Beide zijn noodzakelijk voor de volledige openbaring van Gods verlossing.
Heiligmaking: het Heilige der Heiligen als ruimte van inwoning
Warnock beschrijft heiligmaking in de tempelmetafoor van het Heilige der Heiligen:
“Wij spreken hier werkelijk over het gedeelte van Gods Tempel dat bekend staat als het Heilige der Heiligen. God trekt een volk naar dit gedeelte toe waar zij zullen leren te verblijven in totale eenheid met Christus.”
(Warnock, tent7.html)
“Het is alleen door de bediening van de Heilige Geest dat het werk van het kruis in onze harten en levens wordt verricht. En de Heilige Geest heeft een opdracht gekregen om dit te bewerkstelligen in de ‘Kerk, die Zijn Lichaam is,’ om Gods volk te leiden in alle waarheid.”
(Warnock, tent7.html)
“Wij worden niet automatisch daarin opgenomen alleen omdat het voorhangsel dat Zijn vlees was, gescheurd is: want Paulus vermaant ons ‘het heiligdom binnen te gaan’ en ‘toe te naderen met een waarachtig hart’… omdat de weg geopend is door het bloed van Jezus en het scheuren van het voorhangsel.” (Vgl. Hebr. 10:19-22)
(Warnock, tent7.html)
Volkomenheid van het Lichaam: vervuld met Gods volheid
Warnock verbindt heiligmaking aan de bestemming van het Lichaam van Christus als vervuld met de goddelijke volheid (Ef. 1:23; 3:19):
“Wij hebben er geen enkel probleem mee te geloven dat de ‘volheid’ (Gr. Pleroma) van de Godheid in Christus woonde, zodat het karakter en de natuur van God volledig geopenbaard werden. Maar zovelen hebben moeite met de uitspraak dat de Kerk ‘Zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult’ (Ef. 1:23).”
(Warnock, tent7.html)
“Dit is niet louter een positionele regeling, iets buiten ons bereik, voorbehouden aan de hemel; want de apostel bidt verder voor Gods volk dat zij in eenheid ‘met alle heiligen’ mogen komen tot dat heerlijk rijk van onmetelijke liefde, en onmetelijke genade, zelfs tot in dat rijk waar zij ‘VERVULD worden met de hele volheid van God’ (Ef. 3:19). Is God in staat dit te doen? Laten wij verder lezen. Want Paulus zegt dat Hij ‘uitermate meer vermag te doen dan al wat wij bidden of bedenken.‘”
(Warnock, tent7.html)
Herstel van imago Dei door verlossing
Warnock beschrijft de herstelende werking van verlossing op het beeld Gods in de mens:
“Ons bezit is een geest die gevormd is naar Gods beeld, die in staat is tot Godskennis en goddelijke gemeenschap. En hoewel dit beeld ontsiert werd door de val, is het hersteld in de Verlossing; en wij mogen erin groeien naarmate wij de weg van gehoorzaamheid aan Gods wil kiezen.”
(Warnock, From Tent to Temple, tent-intro.html)
Gods rust en de bestemming van de verlossing
Warnock omschrijft de doelbestemming van de verlossing als Gods rust in de harten van Zijn verlosten:
“De enige tempel die God ooit begeerde is nu in wording, een heilige Tempel van de verlosten der aarde, een ‘woning van God in de Geest.’ En wanneer God Zijn woning vindt in de harten van Zijn verlosten, is Hij volkomen in rust.”
(Warnock, From Tent to Temple, tent-preface.html)
Interpretatie: De verlossing heeft als uiteindelijk doel niet slechts vergeving van zonden maar het tot stand brengen van Gods eeuwige rustplaats in de verloste mensheid — een samenvloeiing van heilshistorie en inwoning-theologie.