Cees Noordzij — Schepping
b1 — Mozes en de weg tot zoonschap, Cees en Anneke Noordzij (Verborgen Manna) Bron: Cees en Anneke Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, Verborgen Manna, z.j. Pad: zie frontmatter
1. Scheppingsdoel en nieuwe schepping
1.1 De schepping wacht op bevrijding (Rom.8:19-22)
Citaat (NL):
“de zonen Gods, die de hele ‘schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zullen bevrijden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods’ (Rom.8:21)”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, Inleiding)
“Wij weten, dat de hele schepping in al haar delen zucht en in barensnood is (Rom.8:22). Met reikhalzend verlangen wacht zij op het openbaar worden van de zonen Gods (Rom.8:19). Dat was waar voor die tijd. Dat is zeker ook waar voor onze tijd.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, Inleiding)
Analytische noot: Noordzij koppelt het scheppingsdoel direct aan het zoonschapsthema: de openbaring van de zonen Gods is de sleutel tot de bevrijding van de schepping. De uitleg van Rom.8:19-22 is de dragende structuur van de hele tekst.
1.2 Het uiteindelijke scheppingsdoel
Citaat (NL):
“En wat was het uiteindelijke doel? De hele schepping te verlossen tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods! (Rom.8:21).”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, slot)
Analytische noot: Het scheppingsdoel wordt eschatologisch-verlossend geformuleerd: de bevrijding van de hele schepping, niet slechts van de mens.
1.3 Zonen Gods als verlossers van de schepping
Citaat (NL):
“Ook de zonen Gods zijn verlossers. Als we wéér Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat ‘de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods’ (Rom.8:21).”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Een bediening van verlossing’)
“Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen ‘tot de vrijheid van de kinderen van God’ (Rom.8:21).”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Ontvang Zijn Geest’)
Analytische noot: Bevrijding van de schepping is een bemiddelende taak van de zonen Gods — een pneumatologisch-eschatologische visie op het scheppingsdoel.
2. Imago Dei
2.1 Adam als mannelijk-vrouwelijk beeld Gods
Citaat (NL):
“God schiep Adam naar Zijn beeld en gelijkenis, was deze mannelijk-vrouwelijk (Gen.1:27b letterlijk). Ook in Adam was er een harmonische eenheid en een volmaakt evenwicht tussen ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’. Hij was ook één.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘De geboorte van Mozes’)
Analytische noot: Noordzij leest Gen.1:27b als een aanduiding van geestelijke (mannelijk) én zielelijke (vrouwelijk) dimensie in de menselijke persoon. Het imago Dei wordt hier niet primair relationeel of rationeel maar pneumatologisch-psychologisch geïnterpreteerd.
2.2 Herstel van het imago Dei als doel van zoonschap
Citaat (NL):
“God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn zoon. Dat is onze roeping, om ‘samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is van de liefde van Christus’ (Ef.3:18-19).”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Een bijzondere roeping’)
Analytische noot: De gelijkvormigheid aan Christus (Rom.8:29) wordt geplaatst als herstel van het originele scheppingsdoel, niet als uniformisering maar als onuitputtelijke variëteit binnen één beeld.
3. Theodicee en scheppingsklacht
3.1 Ellende, oorlogen en het wachten van de schepping
Citaat (NL):
“Steeds vaker horen wij van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger, overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft dan ooit te voren. Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël, die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Mozes’ dood’)
Analytische noot: Noordzij verbindt de huidige scheppingsklacht (theodicee) typologisch met Israëls nood in Egypte. De oplossing is niet analytisch maar heilshistorisch: God bereidt verlossers voor.
4. Val en schepping
4.1 “Stervende zult gij sterven” als scheppingsoordeel
Citaat (NL):
“De verandering van ‘stervende zult gij sterven’ (Gen.2:17b) tot zoonschap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Mozes’ dood’)
Analytische noot: De val (Gen.2:17b) wordt niet uitgewerkt als zondeval-doctrine, maar functioneert als contrastpunt: het zoonschapsproces is een omkering van de doodstraf door geestelijke wedergeboorte. De val is dus het vertrekpunt, het zoonschap het eindpunt.
5. Variëteit in de schepping als spiegel van Gods creativiteit
Citaat (NL):
“Maar in Gods schepping zien wij een onuitputtelijke variëteit. Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Een bijzondere roeping’)
“God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.”
(Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, sectie ‘Een bijzondere roeping’)
Analytische noot: De verscheidenheid in de zichtbare schepping dient als argument voor Gods soevereine, individuele bestemming van elk mens. Schepping als analogie voor providentieel handelen.
Samenvatting auteurspositie
Noordzij heeft geen expliciete scheppingsleer als zelfstandig onderwerp. De schepping functioneert in deze tekst als:
- Eschatologisch object van verlossing (Rom.8:19-22 is de kern)
- Analogie voor Gods diversiteit in roeping (sneeuwvlokken, pottenbakker)
- Historisch beginpunt van de val (Gen.2:17b) dat via zoonschap wordt omgekeerd
- Kader voor imago Dei: de mens als mannelijk-vrouwelijke eenheid naar Gods beeld (Gen.1:27b)