Stephen Jones — Pneumatologie
b3 — Secrets of Time — Chapter 3: 120 Jubilees and the Holy Spirit
Uitstorting van de Geest in drie fasen
Jones stelt dat de uitstorting van de Heilige Geest in drie fasen plaatsvindt, zowel persoonlijk als corporatief, corresponderend met de drie Israëlitische hoofdfeesten:
“De uitstorting van de Geest vindt dus plaats in drie fasen, zowel persoonlijk als corporatief. Deze drie fasen worden vertegenwoordigd door Israëls drie grote feestdagen, waarop alle mannen voor God moesten verschijnen. Het Pascha betreft de eerste uitgezonden duif. Het is een gedeeltelijke zalving die resulteert in Rechtvaardiging. Het is het heil van uw geest. Het Pinksterfeest betreft de tweede uitgezonden duif. Het is een grotere zalving die het werk van Heiligmaking begint. Het is het heil van uw ziel. Ten slotte correspondeert het Loofhuttenfeest met de derde duif van Noach. Het is de laatste zalving, want zij vertegenwoordigt de volheid van de uitgestorte Geest, waarbij wij de verlossing van het lichaam zien (Rom. 8:23).”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 45% in de tekst; vgl. Lev. 23; Rom. 8:23)
Interpretatie: Jones verbindt de drie duiven die Noach uitzond (Gen. 8) typologisch met drie opeenvolgende uitstortingen van de Geest, die elk met een ander aspect van de verlossing corresponderen.
Pinksteren als onderpand van de Geest
Jones beschrijft de uitstorting op Pinksteren uitdrukkelijk als een onderpand (pledge/earnest), niet als de volheid:
“De leerlingen op Pinksteren ontvingen de Geest als ‘onderpand’ (2 Kor. 5:5), wat het ‘onderpand van onze erfenis’ is (Ef. 1:14).”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 18% in de tekst; vgl. 2Kor. 5:5; Ef. 1:14)
“Het is de volheid van de Geest, waarvan wij momenteel slechts een aanbetaling hebben ontvangen onder Pinksteren.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 24% in de tekst)
“Deze tweede duif beeldt de uitstorting van de Geest uit op Pinksteren in Hand. 2, waardoor wij het onderpand van de Geest ontvingen.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 52% in de tekst; vgl. Hand. 2; 2Kor. 5:5)
Interpretatie: Het onderpand-motief is bij Jones de sleutelbegrip dat Pinksteren en de verwachte volheid (Loofhutten) verbindt. Pinksteren is reëel maar niet definitief.
Het Pinkstertijdperk (33 n.Chr. – 1993 n.Chr.)
Jones hanteert een nauwkeurig historisch-chronologisch schema voor het Pinkstertijdperk:
“Er is een schijnbare discrepantie die wij hier moeten verzoenen. Het 80ste Jubeljaar na Adam was 26 n.Chr., maar de nieuwtestamentische gemeente begon in 33 n.Chr. Dus 40 jubeljaren later vinden we dat we ook twee eindpunten hebben: 1986 en 1993.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 43% in de tekst)
“Ook al was 1986 het 120ste Jubeljaar, het Pinkstertijdperk eindigde pas in 1993 n.Chr. Dus de Geest kon vóór 1993 niet zijn uitgestort.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 61% in de tekst)
“Het jaar 1986 is het 120ste Jubeljaar na Adam; maar 1993 was het 40ste Jubeljaar van de Gemeente.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 43% in de tekst)
Interpretatie: Jones berekent het einde van het Pinkstertijdperk op 30 mei 1993 — precies 40 jubeljaren (1.920 jaar) na Hand. 2 in 33 n.Chr. — als het chronologische keerpunt voor de overgang naar het Loofhuttentijdperk.
Heiligmaking door de Geest in het Pinkstertijdperk
Jones koppelt het Pinksterfeest expliciet aan heiligmaking, maar legt ook de beperking ervan bloot:
“Het Pinksterfeest betreft de tweede uitgezonden duif. Het is een grotere zalving die het werk van Heiligmaking begint. Het is het heil van uw ziel.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 46% in de tekst; vgl. Lev. 23)
“Omdat het Pinksterfeest wordt gekenmerkt door een gezuurd eersteling-offer (Lev. 23:17), betekende dit dat Gods zoon in het Pinkstertijdperk gezuurd is. Dat wil zeggen: de zonen Gods in dit tijdperk zijn nog sterfelijk en onvolmaakt.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 60% in de tekst; vgl. Lev. 23:17)
Interpretatie: Heiligmaking via de Geest in het Pinkstertijdperk is voor Jones reëel maar onvolledig — de zonen Gods zijn nog “gezuurd” (onvolmaakt). Volledige heiliging/verlossing van het lichaam wacht op het Loofhuttentijdperk.
Wedergeboorte (rechtvaardiging via het Pascha)
Jones onderscheidt wedergeboorte/rechtvaardiging als de eerste fase van de werking van de Geest:
“Het Pascha betreft de eerste uitgezonden duif. Het is een gedeeltelijke zalving die resulteert in Rechtvaardiging. Het is het heil van uw geest.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 45% in de tekst; vgl. Lev. 23)
“Het begint met de mens die in broos vlees wordt geplaatst, en het eindigt met de verlossing van het lichaam door de volledige zalving van de Heilige Geest.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 17-18% in de tekst; vgl. 2Kor. 5:1; Ef. 1:14)
Noach als type van de Heilige Geest
Jones ontwikkelt een uitgebreide typologie waarbij Noach de Heilige Geest typeert:
“Noach is een type van de Heilige Geest, de Trooster.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 18% in de tekst; vgl. Gen. 6:3)
“Geen enkele geschiedenis van de Heilige Geest is volledig zonder enige kennis van het profetische leven van Noach.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 19% in de tekst; vgl. Gen. 6:3)
“In de bredere context van de aartsvaders van Adam tot Noach zien wij dat Noach een type is van de Heilige Geest, de Trooster. De gebeurtenissen in Noachs leven bieden ons verrassend gedetailleerde informatie over de wijze en het tijdstip van het werk van de Heilige Geest.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 18% in de tekst; vgl. Gen. 6:3)
Vroege regen en late regen van de Geest
Jones verbindt de “late regen” (Joël 2:23) met de overwinning op de vloed van Noach:
“De eerste is de Vloed van Noach, waarbij de wind, adem of geest uit al het vlees werd weggenomen; de tweede is de Vloed van de Heilige Geest, waarbij de Geest Gods over al het vlees zal worden uitgestort. De ‘late regen’ van Joël 2:23 is het tegengif voor de Vloed van Noach. De basisomtrek van Gods plan om Zijn Geest opnieuw in al het vlees te plaatsen, wordt onthuld in Noachs handelingen aan het einde van de Vloed.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 43-44% in de tekst; vgl. Gen. 6:3; Gen. 8:1; Joël 2:23)
Doop met de Heilige Geest / Pinksteren (Hand. 2)
Jones citeert de Pinksteruitstorting:
“En toen de dag van Pinksteren volledig was aangebroken, waren zij allen eendrachtig bijeen op één plaats. En plotseling kwam er een geluid uit de hemel als van een geweldige, jagende wind, en dat vervulde het gehele huis waar zij zaten. En er verschenen aan hen tongen als van vuur, en die zetten zich op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.” (Hand. 2:1-4)
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 39% in de tekst; vgl. Hand. 2:1-4)
“De Geest daalde neer nadat zij allen eendrachtig waren geworden.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 30% in de tekst; vgl. Hand. 2)
“Jezus kwam aan het einde van dat tijdperk, en Zijn werk bereidde de weg voor de komst van de Heilige Geest met Pinksteren. Maar omdat Pinksteren slechts de aanbetaling van de Geest was, moest er nog een grotere uitstorting plaatsvinden aan het einde van dit huidige tijdperk.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 21% in de tekst; vgl. Hand. 2)
Continuationisme (impliciet)
Jones’ drievoudige schema van uitstortingen impliceert een continuationistisch standpunt: de werking van de Geest houdt niet op bij de apostolische gemeente maar ontwikkelt zich voort in opeenvolgende tijdperken (Pascha → Pinksteren → Loofhutten). Het cessationisme wordt niet expliciet behandeld.
“De uitstorting van de Geest vindt dus plaats in drie fasen, zowel persoonlijk als corporatief.”
(Jones, Secrets of Time, hfst. 3 — ca. 45% in de tekst)
Interpretatie: Jones’ model veronderstelt dat de Geest na het Pinkstertijdperk (vóór 1993) niet opgehouden heeft te werken maar zich voorbereidt op een nog grotere uitstorting in het Loofhuttentijdperk.