Watchman Nee & Witness Lee — Pneumatologie
b2 — The Economy of God
Persoon en Godheid van de Geest
“God de Vader is de bron; God de Zoon is de loop en de uitdrukking van de Vader; en God als de Geest is de overdracht van God in de mens. Derhalve is de Vader de Geest, de Zoon is ook de Geest, en de Geest is uiteraard de Geest. De Vader is in de Zoon, de Zoon is in de Geest, en de Geest is in ons als de overdracht van God, die voortdurend alles wat God is en heeft in Christus overgeeft.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“God de Vader is een Geest (Joh. 4:24), en God de Zoon, als de laatste Adam, werd een leven-gevende Geest (1Kor. 15:45). Alles is in God de Geest, dat is de Heilige Geest zoals geopenbaard in het Nieuwe Testament. Deze Heilige Geest, met de volheid van de Vader in de rijkdom van de Zoon, is in onze menselijke geest gekomen en woont daar om alles wat God is in ons wezen in te prenten.” — Hfst. 2, Voorwoord
Bronverwijzing: The Economy of God, Voorwoord.
Interpretatie: Nee/Lee zien de Heilige Geest niet primair als een van de drie Personen naast de andere twee, maar als de transmissie — de eindvorm waarin God tot de mens komt. Vader en Zoon zijn beide in de Geest aanwezig.
De Geest als al-toereikende ‘dosis’
“Heeft u ooit beseft dat de Heilige Geest de beste ‘dosis’ ter wereld is? Slechts één dosis is voldoende om aan al onze nood te voldoen. Alles wat de Vader en de Zoon zijn en hebben, is in deze wonderbaarlijke Geest. Bedenk hoeveel elementen in deze dosis zitten: Gods goddelijke natuur, Zijn menselijke natuur, Zijn menselijk leven met zijn aardse lijden, de wonderbare werking van Zijn dood, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart en Zijn troonsbestijging.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
Interpretatie: De Geest is de soma van de gehele heilsgeschiedenis — alle stadia van Christus’ werk zijn in Hem aanwezig. De metafoor van de ‘dosis’ benadrukt zijn toereikendheid voor elke geestelijke nood.
Onderscheid: de Geest van Opstandingsdag (leven) en de Geest van Pinksterdag (kracht)
“Na de opstanding kwam de Heer tot Zijn discipelen en blies hen aan (Joh. 20:21-22). Hij noemde die adem de ‘Heilige Geest’, omdat Hijzelf de Heilige Geest is. Wat uit Hem voortkomt, moet de Heilige Geest zijn. Adem is iets van leven en voor leven. Het inademen van de Heilige Geest in de discipelen was de mededeling van Zijn Geest van leven aan hen.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“Op de dag van Pinksteren daalde de Heilige Geest neer — niet als leven, maar als kracht (Hand. 1:8).” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“Op de dag van de Opstanding, de dag van het leven, ging de Heilige Geest uit de Heer voort en trad Hij als de adem van leven in de discipelen. Maar op de dag van Pinksteren, de dag van de kracht, daalde de Heilige Geest neder van het verhoogde en gekroonde Hoofd en rustte op de discipelen als bekleding met gezag voor de dienst.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“Sommige christenen die van binnen vervuld zijn, hebben het gewaad niet, terwijl andere christenen die een goed gewaad dragen, van binnen leeg zijn. Wij hebben beide nodig: de innerlijke vervulling en de uiterlijke toerusting. Wij hebben de Heilige Geest van de Opstandingsdag als leven in ons nodig en de Heilige Geest van de Pinksterdag als kracht op ons. De vervulling van de Heilige Geest is innerlijk noodzakelijk; de bekleding van de Heilige Geest is ook uiterlijk noodzakelijk.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
Interpretatie: Nee/Lee onderscheiden twee momenten en twee functies van de Heilige Geest: Joh. 20 (leven, inwoning) en Hand. 2 (kracht, bekleding). Beide zijn noodzakelijk maar niet identiek. De Geest als ‘gewaad/uniform’ is gebaseerd op Luc. 24:49 (Gr. ‘bekleed worden’).
Vermenging van goddelijke en menselijke geest (1Kor. 6:17)
“In de gelovige zijn de Heilige Geest en de menselijke geest vermengd tot één geest! ‘Wie zich met de Heer verbindt, is één geest met Hem’ (1Kor. 6:17). Wij zijn één geest met de Heer, maar één die duidelijk vermengd is met de Heilige Geest. Zulk een vermengde geest maakt het voor iemand moeilijk te zeggen of dit de Heilige Geest of de menselijke geest is. De twee zijn als één vermengd.” — Hfst. 3, The Residence of the Divine Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 3.
“Soms maken we een drank door twee soorten sap te mengen — ananas en pompelmoes. Na het mengen is het moeilijk te zeggen wat voor sap het is. Is het ananas of pompelmoes? We moeten het ananas-pompelmoes noemen. In het Nieuwe Testament is het wonderbaarlijk te zien dat de twee geesten — de Heilige Geest vermengd met onze geest — één geest zijn.” — Hfst. 3, The Residence of the Divine Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 3.
“Aangezien onze geest vermengd is met de Heilige Geest, zijn de twee geesten als één geest vermengd (1Kor. 6:17). Daarom kan men beweren dat dit de menselijke geest is, terwijl een ander kan zeggen dat dit de Heilige Geest is.” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
Interpretatie: De vermenging (mingling) van goddelijke en menselijke geest is een centraal begrip bij Nee/Lee. Het gaat niet om identificatie (de menselijke geest wordt niet de Heilige Geest) maar om een organische eenwording die beide onderscheidt maar verbindt.
De menselijke geest als woonplaats van de Heilige Geest (tempel-analogie)
“In de gelovige is de Heilige Geest de woonplaats van God. Onze geest is het orgaan om God te ontvangen en te bevatten. Als wij contact willen maken met deze wonderbaarlijke Geest, moeten wij onze geest kennen.” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
“Wij zijn driedelig: ons lichaam correspondeert met de voorhof, onze ziel met de heilige plaats, en onze menselijke geest met het Heilige der Heiligen, dat de eigenlijke woonplaats is van Christus en Gods tegenwoordigheid.” — Hfst. 3, The Residence of the Divine Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 3.
“In Joh. 3:6 lezen wij: ‘Wat uit de Geest geboren is, is geest.’ Dit vers spreekt over twee onderscheiden ‘geesten’: de ene is met een hoofdletter en de andere niet. De eerste verwijzing is naar de Heilige Geest van God, en de tweede naar de menselijke geest van de mens.” — Hfst. 3, The Residence of the Divine Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 3.
“‘De Geest zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn’ (Rom. 8:16). Het voornaamwoord ‘onze’ duidt beslist op de menselijke geest en verwijdert elke grond om de realiteit van zowel de goddelijke Geest als de menselijke geest te betwijfelen.” — Hfst. 3, The Residence of the Divine Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 3.
Interpretatie: Nee/Lee betogen dat de menselijke geest stelselmatig wordt verwaarloosd in het christendom, terwijl hij de ontvangstorgaan is voor de Heilige Geest (radio-analogie: de menselijke geest is de ‘ontvanger’).
Gaven van de Geest — kritische waardering
“Veel begaafde personen schenken te veel aandacht aan hun gaven en verwaarlozen, meer of minder, de inwonende Christus. De inwonende Christus is het kenmerk van Gods economie, en alle gaven zijn daarvoor. Velen weten hoe zij in tongen moeten spreken en hoe zij genezing kunnen hebben, maar zij weten niet hoe zij de geest moeten onderscheiden en contact met Christus moeten maken.” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
“De Korinthische gelovigen hadden alle gaven en misten er geen (1Kor. 1:7). Toch, hoewel de Korinthiërs alle gaven hadden, werd hun geestelijke toestand beschreven als vleselijk en onvolwassen (1Kor. 3:1).” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
“Als wij in alle tongentalen van mensen en engelen spreken en de liefde niet hebben, zijn wij slechts klinkend koper. Wij horen alleen een geluid, maar wij zien het leven niet! Liefde is de uitdrukking van leven. Dit bewijst dat tongen, strikt genomen, geen zaak van leven zijn.” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit (i.v.m. 1Kor. 12-13)
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
“Hoewel Paulus anderen overtrof in tongen, zou hij toch liever vijf begrijpelijke woorden in de samenkomsten spreken dan tienduizend woorden in tongen (1Kor. 14:18-19). De apostel toont in deze hoofdstukken een enigszins negatieve houding ten aanzien van het spreken in tongen.” — Hfst. 4, The Key to the Indwelling Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 4.
Interpretatie: Nee/Lee kennen de gaven een dienende rol toe: zij zijn voor de economie van God (inwoning van Christus), niet doel op zichzelf. Tongen worden niet ontkend maar gerelativeerd. Er is geen expliciete cessationistische of continuationistische positie; het accent ligt op het gevaar gaven los van het innerlijk leven te zoeken.
Transformatie door de Geest (Vrucht van de Geest)
“Als wij gedurende de gehele dag contact maken met deze levende Persoon in de wonderbaarlijke Heilige Geest, zullen er drie dingen innerlijk gebeuren. Ten eerste zal de leven-gevende Geest leven mededelen (2Kor. 3:6). Wanneer wij contact maken met deze wonderbaarlijke Geest, zullen wij innerlijke verfrissing, innerlijke versterking, innerlijke verzadiging en innerlijke verlichting ontvangen.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“Vervolgens zal de Heilige Geest ons voortdurend bevrijden (2Kor. 3:17).” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
“‘Wij allen nu, met ontsluierd aangezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwend als in een spiegel, worden naar hetzelfde beeld getransformeerd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heren Geest’ (2Kor. 3:18). Getransformeerd worden betekent niet slechts uiterlijk veranderen, maar veranderd worden zowel in aard van binnen als in gedaante van buiten.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
Interpretatie: De drie functies van de Geest bij Nee/Lee zijn leven meedelen, bevrijden en transformeren. Transformatie (2Kor. 3:18) is niet morele inspanning maar het resultaat van contact met de inwonende Geest.
De Geest en de Schrift
“Het christendom leert ons om te gaan met vormen, regels en leerstellingen. Zelfs de Schriften worden op een verkeerde manier gelezen, omdat er weinig of geen contact wordt gemaakt met de Heilige Geest bij het lezen. Wij leren slechts leerstellingen in zwart-witte letters. Wij moeten de Schriften lezen door onze geest in te zetten om contact te maken met de Heilige Geest, niet door onze ogen te gebruiken om woorden te zien en onze geest louter in te zetten om zijn leerstellingen te begrijpen.” — Hfst. 2, The All-sufficient Spirit
Bronverwijzing: The Economy of God, hfst. 2.
Interpretatie: Bijbellezen is bij Nee/Lee primair een pneumatisch gebeuren — de menselijke geest moet actief contact zoeken met de Heilige Geest. Verstandelijke Schriftstudie zonder deze geestelijke component acht men onvoldoende.