Stephen Jones — Numerologie
b3 — Secrets of Time
Getallensystematiek (Bijlage E)
Jones biedt in Bijlage E een samengesteld referentie-overzicht van bijbelse getallenbetekenissen. De getallen 1–49 en geselecteerde hogere getallen:
“1. Eenheid, Primaat · 2. Deling, Dubbele Getuige · 3. Goddelijke Volheid, Perfectie · 4. De aarde; Materiële Schepping · 5. Genade, Gunst · 6. Mens, Mensheid · 7. Voltooiing; Geestelijke Perfectie · 8. Nieuw Begin · 9. Bezoek · 10. Goddelijke Orde; Wet · 11. Onvolmaaktheid, Wanorde, Onvolledigheid · 12. Gouvernementele Perfectie/Autoriteit · 13. Opstand; Verdorvenheid · 14. Bevrijding, Vrijlating · 15. Nieuwe Richting · 16. Liefde · 17. Overwinning · 18. Onderdrukking; Slavernij · 19. Geloof en Horen · 20. Verlossing · 21. Benauwdheid · 22. Zoonschap; Zonen van het Licht · 23. Dood en Opstandingsleven · 24. Priesterschap · 25. Zegen · 26. Kracht van Redding · 27. Bediening van Redding · 28. Leiding van de Geest · 29. Vertrek · 30. Toewijding voor Heerschappij · 31. Nageslacht · 32. Verbond · 33. Een Teken · 34. Identificatie · 35. Rechtvaardiging · 36. Tegenstander; Vijand · 37. Erfenis · 38. Werk; Arbeid · 39. Zwakheid · 40. Beproeving; Proeftijd”
(Jones, Secrets of Time, Bijl. E: “The Biblical Meanings of Numbers”)
Voor hogere getallen vervolgt de lijst:
“49. Jubeljaar · 50. Heilige Geest, Pinksteren, Jubeljaar · […] 70. Universaliteit, Herstel van Alle Dingen · […] 120. Proeftijd wachtend op de Uitstorting van de Heilige Geest · 144. Opgestane Heiligen · 153. De Zonen Gods · […] 414. Vervloekte Tijd · 434. Geoordeelde Tijd · 490. Gezegende Tijd · […] 666. Menselijke Autoriteit over Gods Schepping · 888. Volheid van Christus’ Lichaam · 1000. Glorie Gods, Volledigheid · 49000. Jubeljaar der Schepping”
(Jones, Secrets of Time, Bijl. E)
Interpretatie: Jones geeft geen exegetische verantwoording per getal in Bijlage E, maar presenteert de lijst als referentiesysteem voor het gehele boek. Elk getal draagt één primaire theologische betekenis.
Hermeneutische methode bij getallen
Jones formuleert een hermeneutisch principe in Hfst. 2:
“Wij hebben ontdekt dat alle Schrift zijn doel heeft, en men hoeft alleen maar de Goddelijke Geest achter de geslachtsregisters, de getallen en de data te zien om die passages tot leven te brengen.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2: “Basic Bible Chronology”)
In Hfst. 3 koppelt hij de wet aan de tijdblauwdruk:
“De wet is, en is altijd geweest, de blauwdruk van Zijn bedoeling en Plan voor de aarde. Wij hebben Zijn Plan niet begrepen omdat wij Zijn wet niet begrepen hebben.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3: “120 Jubilees and the Holy Spirit”)
Over het onderscheid in tijdrekening:
“Er zijn echter verschillende manieren om de tijd te rekenen, en wij kunnen waardevolle inzichten verwerven in de wegen van God als wij de moeite nemen om Zijn werkingen door de geschiedenis heen te bestuderen.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Interpretatie: Getallen zijn voor Jones de structurele taal van Gods decreten — niet decoratief maar constitutief voor bijbelse chronologie en profetie. De sleutel tot moeilijke Schriftpassages (geslachtsregisters, chronologische opgaven) ligt in het herkennen van dit getalsmatige patroon.
Het getal 7 en de drie Resten
Jones situeert de jubileumleer binnen een drieledige getalsstructuur van sabbat en rust:
“Er zijn drie ‘resten’ in de wet: de 7e dag, het 7e jaar, en het Jubeljaar (7 x 7 jaar). De zevende-dagsrust is het meest fundamentele niveau van rust. Alle dienaren, en zelfs dieren, moesten een rustdag krijgen. […] De dienaren die zichzelf voor schuld hadden verkocht […] mochten na het rustjaar mogelijk terugkeren naar hun dienstbaarheid. […] De grootste rust is het Jubeljaar, wanneer alle schulden worden kwijtgescholden en elke man terugkeert naar zijn erfenis. Het Jubeljaar beëindigt alle dienstbaarheid.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1: “Grace in the Law of Jubilee”)
Interpretatie: Het getal 7 functioneert op drie gelijktijdige niveaus — dagelijks, jaarlijks en cyclisch-jubilees (7×7=49). Dit vormt het getalsmatige raamwerk voor de gehele verlossingstheologie van Jones.
Het getal 49 en het Jubeljaar
Jones legt de jubileumwiskunde uit. Over het jubeljaar der jubeljaren:
“Het 50e jaar overlapte ook het eerste jaar van de volgende cyclus. Omdat het 50e jaar het eerste jaar van de volgende cyclus overlapte, is een periode van tien Jubeljaren feitelijk 490 jaar, in plaats van 500 jaar. En 50 Jubeljaren zijn feitelijk 50 x 49 jaar, of 2450 jaar.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Over de toepassing op het leven van Israel bij Kades-Barnea:
“Het was een Jubeljaar van Jubeljaren, waarop elke man moest terugkeren naar zijn bezit (Lev. 25:13). […] En zo had het Jubeljaar der Jubeljaren geweldige implicaties.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Het getal 490 en Gezegende Tijd
Jones introduceert “Gezegende Tijd” als grondbeginsel van bijbelse profetie, gebaseerd op Matt. 18:22:
“Jezus openbaarde wat wij de ‘wet van Gezegende Tijd’ noemen, die de geduld, vergeving en genade van God bestuurt. […] Let op de jubileumverbinding. Het getal 490 is een periode van tien Jubeljaren. Dit is de basismaatstaf in de langetermijn bijbelse profetie. Het doet zich slechts drie keer in de Bijbel voor: Gen. 4:24, Matt. 18:22 en Dan. 9:24. Toch wordt heel de geschiedenis gemeten in Jubeljaren en 490-jarige perioden, want dit is de basis van Gods profetische kalender.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1)
Over de nationale toepassing:
“Als gemak gebruik ik de term ‘Gezegende Tijd’ om de 490-jarige genooptijd die leidt naar het Jubeljaar te beschrijven. […] Gezegende Tijd (490 jaar) is de genooptijd die God geeft aan een volk dat in wezen gehoorzaam is aan Zijn wet.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1)
Over vergeving en de nationale rekencyclus:
“God vergaf de natie Israël eenmaal per jaar, of 49 keer elke jubileumcyclus, of 490 keer elke tien Jubeljaren. Jezus wist dat God onder normale omstandigheden de natie 490 keer zou vergeven voor Hij de rekening zou opmaken.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1)
[SPANNING met bijbelse exegese: Jones’ koppeling van Matt. 18:22 aan een nationale chronologische cyclus is een typologische uitbreiding, niet een gangbare exegetische lezing.]
Chronologische versus Wettelijke Tijd
Jones introduceert een sleutelonderscheid voor zijn chronologisch systeem:
“In de kwestie van tien Jubeljaren kunnen wij zeggen dat dit 490 jaar chronologische tijd is, maar 500 jaar wettelijke tijd. Met andere woorden, door elk jubileumcyclus één jaar te overlappen, comprimeert God 500 jaar tot slechts 490. En in 120 Jubeljaren comprimeert God 6.000 jaar tot slechts 5880 jaar. Zo kan God dingen ‘vroeg’ doen. Of, zoals Jezus het formuleerde, God verkort de tijd terwille van de uitverkorenen (Matt. 24:22). Laat mij echter benadrukken dat God altijd dingen precies doet volgens Zijn tijdschema.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Over de bijbelse kalender:
“De ware bijbelse kalender is gebaseerd op het jubileumcyclussysteem, dat gaat in 49-jaarse cycli. Het 120e Jubeljaar wordt berekend door 49 x 120, wat 5880 is. Dit betekent dat de herfst van 1986 het 120e Jubeljaar vanaf Adam was.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Interpretatie: Het onderscheid chronologisch/wettelijk stelt Jones in staat bijbelse en historische tijdlijnen met elkaar te harmoniseren zonder de Schrift te forceren.
Het getal 120 en de Heilige Geest
Jones bouwt een gedegen bijbels-numerologisch betoog voor de betekenis van 120:
“Alle profetische patronen van de Bijbel geven aan dat het getal 120 te maken heeft met de uitstorting van de Heilige Geest. Er waren 120 priesters die trompetten bliezen bij de inwijding van Salomons Tempel, toen de Geest van God die Tempel vervulde. Er waren 120 discipelen in de bovenkamer toen de Geest tot menselijke tempels kwam.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3)
Over Gen. 6:3 en de hermeneutiek van Jones daarbij:
“De meeste mensen denken dat dit betekent dat God de levensduur van mensen zou inkorten tot 120 jaar. Maar dit is niet echt de kracht van de uitspraak. Bullinger en andere commentatoren zijn het erover eens dat dit betekent dat de genadige tijd van de mens 120 jaar zou zijn. Met andere woorden, de Vloed zou komen na 120 jaar gelegenheid tot bekering.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3 — over Gen. 6:3)
De uitbreiding van 120 jaar naar 120 Jubeljaren:
“De Watervloed vond plaats na 120 jaar; de grotere Vloed is verbonden met het 120e Jubeljaar (1986 n.Chr.). […] De Vloed van water vond plaats na 120 jaar; de Vloed van de Geest vindt plaats na 120 Jubeljaren. Zoals wij eerder zeiden, was de herfst van 1986 het 120e Jubeljaar. Dit was het begin, het scharnierpunt van de uitstorting van de Geest.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3)
Over het getal 22 in relatie tot de Zonen van het Licht (bij 2Kron. 7:5):
“Het getal 22 is het getal van ‘licht’ volgens de bijbelse getallenleer. […] Het aantal Levieten dat beschikbaar was om de eerstgeborenen van Israël te verlossen bedroeg precies 22.000 (Num. 3:39). Zo duidt het getal 22.000 de eerstgeboren Zonen Gods aan. […] Salomo offerde ook 120.000 schapen aan God. Het getal 120 heeft direct te maken met de uitstorting van de Heilige Geest.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3)
Het getal 40 en Proeftijd in Heilshistorie
Over de drievoudige 40-jarige periode in het leven van Mozes als profetische typus:
“Waarom heeft God Mozes precies 120 jaar laten leven? Het heeft alles te maken met ons onderwerp. In feite is het leven van Mozes een van de meest diepgaande en treffende profetieën van de 120 Jubeljaren van de geschiedenis die leiden tot 1986 n.Chr. Het leven van Mozes was verdeeld in drie perioden van elk 40 jaar.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3)
Over de 40 Jubeljaren van de Pinksterleeftijd:
“De kruisiging van Jezus beëindigde de Pascha-Leeftijd, en in Hand. 2 begon de Pinksterleeftijd, die een 40-Jubeljaarperiode was van 33 n.Chr. tot 1993 n.Chr.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 2)
Interpretatie: Het getal 40 functioneert zowel op persoonlijk niveau (leven van Mozes) als op historisch niveau (40-jubeljaarsperiodes). Jones ziet dit als typologische correspondentie die de eenheid van Gods plan aantoont.
Het getal 50 en Pinksteren
Over de telling naar Pinksteren (Lev. 23:15-16):
“De dag van het Eerstelingenoffer was de eerste dag van een 50-daagse telling naar de dag van Pinksteren (Lev. 23:15-16). […] Het Pinksterfeest heeft te maken met de tweede uitgezonden duif. Het is een grotere zalving die het werk van heiliging begint.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 3)
Jubeljaar van de Schepping (49.000 jaar)
Jones breidt de jubileumlogica uit tot het kosmisch-eschatologisch niveau:
“De Schepping zelf zal, naar ik geloof, worden bevrijd door de wet van het Jubeljaar nadat 1000 Jubeljaren zijn verstreken. Dit zal 50.000 jaar wettelijke tijd zijn, maar slechts 49.000 jaar chronologische tijd (1000 x 49). Dit is het Jubeljaar op het Scheppingsniveau, het hoogste en meest verstrekkende niveau. Het zal heel de Schepping raken.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1)
Over de zes scheppingsdagen als structuurprincipe:
“Het jaar 1986 n.Chr. is het 120e Jubeljaar vanaf Adam. In termen van Schepping is het het einde van zes dagen van een Scheppingsweek — 5880 jaar chronologische tijd, maar 6.000 jaar ‘wettelijke tijd.’ In zekere zin zijn wij al het eerste Scheppingssabbatmillennium binnengegaan.”
(Jones, Secrets of Time, Hfst. 1)
Interpretatie: De getallenleer van Jones heeft een kosmische horizon: het jubileumbeginsel structureert niet alleen de mensengeschiedenis maar de gehele scheppingsduur van 49.000 jaar.