Cees en Anneke Noordzij — Numerologie

b8 — Jezus’ wondertekenen in het Johannes-evangelie


Het getal zes als menselijkheid en volheid

De bruiloft in Kana (het eerste wonderteken, Joh. 2:1-12) openbaart het patroon van zes. “Er stonden daar zes vaten van steen, bestemd voor water” (Joh. 2:6). Noordzij leggen uit dat zes het getal van de mens voorstelt — zowel van de “oude” mens als van de “nieuwe” mens. De “farao” van Egypte had “zeshonderd strijdwagens” (Ex. 14:6), Alle Filistijnse reuzen hadden betrekking op het getal zes (1Sam. 17:4, 2Sam. 21:20), en “het getal van het beest” is “zeshonderdzesenenzestig” (Openb. 13:18).

In positieve zin duidt zes op de nieuwe mens die door God gebruikt wordt. “De tabernakel, een beeld van de volheid van Christus, was zes planken breed” (Ex. 26:22). “De tempel van Salomo was zestig el lang” (1Kon. 6:2). “Er zijn 12 apostelen, 24 oudsten, 72 gezondenen, 144.000 eerstelingen voor God en voor het Lam, allemaal zesvouden” — wat aangeeft dat zes een volheidsgetal is als het om Gods volk gaat.

Jezus vult de vaten “vol tot de rand” (Joh. 2:7). Deze volheid in de zes vaten prefigureert niet een pinksterbelevenis, maar “het komen van de volle heerlijkheid van het loofhuttenfeest, van de volle oogst.” Het water wordt wijn — het Woord wordt Leven.

Het getal zeven als goddelijke volheid

De spijziging van de vijfduizend (het vierde wonderteken) toont zeven in een dubbelrol. De eerste spijziging was met “vijf” broden voor “vijfduizend” mensen (Joh. 6:9), maar “de zeven broden van de tweede spijziging duiden op de volheid van levensbrood.” “Vierduizend mensen” (die zich voorstelt “mensen van alle windstreken, het getal 4”) en “zeven manden over” — dit wijst op overvloed en volmaaktheid.

Noordzij verbinden dit aan de eschatologische toekomst: “Ze zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en uit het zuiden en aanzitten in het koninkrijk van God” (Luc. 13:29).

Het getal vijf als genade en barmhartigheid

De genezing in Bethesda (het derde wonderteken, Joh. 5:1-18) vond plaats “bij de Schaapspoort. Vlak daarbij was een badwater met vijf zuilengangen, Bethesda (=huis van barmhartigheid)” (Joh. 5:1). “Vijf is het bijbelgetal van genade, barmhartigheid.”

Jezus genas hier “een man, die achtendertig jaar zwak was geweest” — precies het aantal jaren dat Israël in de woestijn heeft rondgedoold (Deut. 2:14) als gevolg van ongeloof. “Sta op, neem je slaapmat op en ga lopen” (Joh. 5:8). Deze genezing vond plaats op “de grote verzoendag” (Lev. 16:29-31), wat de goddelijke vergeving en volle verzoening onderstreept.

Het getal twaalf als koninklijk priesterschap

Hoewel niet expliciet in één wonderteken, vormt twaalf een waarschuwingsweefsel door de tekenen heen. “Twaalf is het bijbelgetal van geroepen zijn tot koninklijk priesterschap.” In de eerste spijziging bleven er “twaalf manden over” — “twaalf manden voor gans Israël” (Rom. 11:26). Dit getal spreekt van volledige hervorming en herstel van Gods volk.

Het getal acht als opstandingsleven

Het achtste en laatste wonderteken (Joh. 21:1-14) onthult acht als het getal van “nieuw leven, opstandingsleven.” Tijdens de zondvloed waren er “acht zielen in de ark” (Gen. 6:9-10, 1Pet. 3:18-22). “In Israël moest al wat mannelijk was besneden worden op de achtste dag” (Ex. 22:29-31). “De westkant van de tabernakel, die bestond uit zes planken, werd acht planken breed door toevoeging van twee hoekplanken” (Ex. 26:22-25).

Het getal 153 en de samenstelling van volmaaktheid

Na de opstanding verschijnt Jezus en werpen de discipelen hun net uit. “Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het net niet” (Joh. 21:11).

Dit getal is niet willekeurig. “Allereerst is het 144+9: het vierkant (=perfectie) van twaalf (12×12) en het vierkant van drie (3×3). Twaalf is het bijbelgetal van geroepen zijn tot koninklijk priesterschap. Drie is het getal van volledigheid.” Bovendien is 153 de som van alle getallen van 1 tot en met 17. “Zeventien is de som van tien en zeven. Tien duidt op een kwantitatieve volheid; zeven op een kwalitatieve volheid. Aan deze 153 grote vissen ontbreekt er niet een!”

Dit spreekt van de volmaakte en complete vernieuwing van Gods volk — geen verlies, volledige herwinning in de opstanding.

Drie als volvoering en voltooiing

Het getal drie doorkruist de wondertekenen in teken en vervulling. “De derde dag was er een bruiloft in Kana” (Joh. 2:1), wat Noordzij verbindt met het Joodse pinksterfeest, “het feest van de derde maand.” De opwekking van Lazarus (het zevende teken) spreekt van de “derde dag” opstanding voor het hele Lichaam van Christus: “Lazarus, kom naar buiten” (Joh. 11:43). Dit prefigureert Jezus’ eigen opstanding op de derde dag en de toekomstige opstanding van alle gelovigen.

Vier als universaliteit en alle windstreken

In de spijzigingstekenen staat het getal vier voor universaliteit: “mensen van alle windstreken.” Dit wordt duidelijk als Jezus zegt dat gelovigen “zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en uit het zuiden en aanzitten in het koninkrijk van God” (Luc. 13:29).