Stephen Jones — Hamartologie

b1 — Creation’s Jubilee


Erfzonde: toerekening vs. ingieting

Jones’ centrale hamartologische stelling betreft de aard van de erfzonde. Hij onderscheidt scherp tussen imputation (toerekening) en infusion/transfusion (ingieting):

“In dit hoofdstuk zullen wij trachten uit eenvoudige Schrift te bewijzen dat […] geen mens geboren wordt met een ‘zondige ziel’ of een ‘zondige natuur.’ In Romeinen 5:12 legt Paulus dit beginsel zeer helder uit, hoewel vele kerkelijke theologen het hebben gemist […] Was het Adams ZONDE die werd doorgegeven aan alle mensen? NEE. Het was de dood, de aansprakelijkheid voor Adams zonde. Met andere woorden: de mens heeft geen zondige natuur van Adam geërfd. Hij heeft slechts de aansprakelijkheid voor Adams zonde geërfd.”1 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“Het enige dat wordt doorgegeven is STERFELIJKHEID, of Dood. Wij zijn niet sterfelijk omdat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij sterfelijk zijn.”2 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

Interpretatie: Jones keert de traditionele Augustijns-Rooms-Katholieke volgorde om: niet zondige natuur → sterfelijkheid, maar sterfelijkheid (als gevolg van toegerekende schuld) → individuele zonde.

Adams zonde en de twee doden

Jones onderscheidt twee zonden en twee doden die hij direct koppelt:

“Er zijn twee zonden en twee doden waarover in de Bijbel wordt gesproken. De straf voor Adams zonde is de eerste dood; Gods oordeel, wettige correctie en tucht voor onze eigen zonden is de tweede dood. Geen mens zal ooit in de poel van vuur worden geworpen als oordeel voor Adams zonde. Adams oorspronkelijke (eerste) zonde wordt geoordeeld door middel van de eerste dood; vervolgens worden onze individuele zonden geoordeeld door middel van de tweede dood.”3 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“Het is Adams zonde die de dood brengt over alle mensen — niet onze eigen individuele zonden. Op de dag dat Adam zondigde, stierf hij (werd sterfelijk), en zo erven wij die sterfelijkheid.”4 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

Romans 5:12 en de mistranslatie van Jerome

Jones analyseert de Griekse uitdrukking eph’ ho (Rm. 5:12) als kern van de hamartologische dwaling:

“Jerome ‘corrigeert’ Paulus’ theologie. Toen Jerome rond 400 n.Chr. de Latijnse Vulgaat vertaalde, gaf hij de laatste zinsnede van Rom. 5:12 weer als ‘omdat allen gezondigd hebben.’ Hij had gekeken naar verzen zoals Romeinen 6:23 en 5:21, waar zonde de oorzaak is van de dood, en concludeerde dat Paulus een vergissing moest hebben gemaakt door te zeggen dat de dood de oorzaak was van zonde.”5 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“De Griekse uitdrukking die wordt gebruikt is eph’ ho. […] De zinsnede ‘op welke’ of ‘over welke’ duidt op een gevolg of resultaat dat volgt. […] Wij kunnen dus gemakkelijk zien dat de eerste dood de oorzaak is, en onze zonden het gevolg.”6 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“Voor zover ik weet vertaalt alleen The Concordant Version het correct als ‘op welke.‘”7 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

Gevolgen van de Augustijns-Rooms-Katholieke leer: schuld en straf

Jones beschrijft de praktische gevolgen van de ‘ingieting’-leer:

“Die kerkleiders, zoals Augustinus en Jerome, die Paulus’ uitspraak in Romeinen 5:12 niet begrepen, concludeerden dat de mens van Adam een zondige ziel ontving, in plaats van sterfelijkheid. De theologische term die door de Roomse Kerk wordt gebruikt, is dat Adams zonde werd ‘ingegoten’ of ‘overgedragen’ aan de gehele mensheid, zodat wij zondige zielen hebben.”8 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“Hun gebrek aan begrip bracht hen tot de conclusie dat de mens een zondige ziel heeft, in plaats van een sterfelijke ziel die zondigt. Dit heeft christenen een onevenredig gevoel van schuld gegeven, vaak vergezeld van een gevoel van hopeloosheid.”9 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

Jones stelt daar tegenover:

“De waarheid is deze: Toen Adam viel, werd zijn zonde aan ons toegerekend, NIET ingegoten. Toerekenen betekent, volgens Romeinen 4:17, het roepen van wat NIET is alsof het was. Toen Adams zonde aan ons werd toegerekend, noemde God ons ALLEN zondaars, alsof wij allen hadden gezondigd. Als gevolg daarvan werden wij allen aansprakelijk voor Adams zonde. De straf was dood, oftewel sterfelijkheid.”10 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

Toerekening en universele rechtvaardiging (Rm. 5:18)

“Dit zou een grove onrechtvaardigheid zijn; in feite zou het een valse beschuldiging zijn van Gods kant, ware het niet dat Jezus kwam om Zijn gerechtigheid eveneens aan onze rekening toe te rekenen. Daarmee keerde Hij volledig de gevolgen van deze ‘tijdelijke onrechtvaardigheid’ (zoals ik het noem) om. En dit is waarom het zo belangrijk is dat ‘alle mensen’ die in Adam zijn gestorven, in Christus worden behouden.”11 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9

“{Romeinen 5:18} Daarom dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.”12 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9 (geciteerde Bijbeltekst)

Zonde en wet: zonde als wetteloosheid

Jones citeert 1 Johannes 3:4 in verband met de verlossingslogica van het Jubeljaar:

“Johannes zegt dat ‘zonde wetteloosheid is’ (1 Joh. 3:4).”13 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 7

“{Romeinen 6:17,18} Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij van harte gehoorzaam geworden zijt […] en vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.”14 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 7 (geciteerde Bijbeltekst)

Jubeljaar als schuld-kwijtschelding en reikwijdte van zonde

Jones beargumenteert dat de Jubeljaar-wet de meest fundamentele wet van de schepping is, en dat ze de universele reikwijdte van zonde en herstel insluit:

“De wet van het Jubeljaar is de meest fundamentele wet van de gehele schepping. De wet van het Jubeljaar is de basis van vergeving en genade. Zij is het doel en de bestemming van de wet zelf. Zij dwingt een hoogtepunt af in de geschiedenis van de aarde en een volledig einde aan de heerschappij van duisternis en zonde.”15 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 7

“Geen mens heeft de bevoegdheid om zichzelf permanent als slaaf van zonde te verkopen. Zelfs als hij dat zou willen, heeft hij niet het recht om dit te doen, omdat hij zichzelf niet schept of bezit. Om deze reden zullen op het Scheppingsjubeljaar alle mensen die God heeft geschapen, terugkeren naar de oorspronkelijke Eigenaar van alle dingen.”16 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 7

“Hoe diep een mens ook in de schuld komt, het Jubeljaar zal hem vrijmaken. Zelfs als geen losser hem verlost, komt er een dag dat hij zal worden vrijgemaakt in de heerlijke vrijheid der kinderen Gods.”17 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 7

Eeuwige straf vs. corrigerend oordeel

Jones betoogt dat bijbelse termen voor ‘eeuwig’ worden misverstaan:

“In dit hoofdstuk zullen wij trachten uit eenvoudige Schrift te bewijzen dat Gods straffen NIET eindeloos zijn. De Engelse vertalingen die de term ‘eternal’ en ‘everlasting’ gebruiken in verband met zowel goddelijke straf als leven in het komende tijdperk, zijn in werkelijkheid mistranslaties van het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks.”18 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 4

“Het woord olam betekent ‘verbergen, geheim houden, verduisteren.’ […] In het werkelijke gebruik verwijst het woord naar een ONBEPAALDE periode van tijd, maar NIET eeuwig. Het is gewoonweg EEN TIJDPERK.”19 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 4

“Wij kunnen veilig zeggen dat aion dezelfde betekenis bedoelt over te brengen als het Hebreeuwse begrip olam. […] het draagt niet werkelijk het idee van ‘verduistering,’ maar betekent, evenals olam, een tijdperk, of eon.”20 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 4

“Het is een plaats waar mensen het laatste penningske van de schuld aan zonde moeten betalen totdat het laatste Jubeljaar de schepping vrijmaakt.”21 — Jones, Creation’s Jubilee, hfst. 9 (over het vuurmeer)

Interpretatie: Jones ziet het vuurmeer niet als eeuwige straf maar als corrigerend oordeel voor individuele zonden, dat eindigt bij het grote Jubeljaar.


Originele citaten (Engelse bron)

Footnotes

  1. “In this chapter we will attempt to prove from plain Scripture that […] no man is born with a ‘sinful soul’ or a ‘sin nature.’ In Romans 5:12 Paul explains this principle very clearly, though many church theologians have missed it […] Was it Adam’s SIN that was passed down into all men? NO. It was death, the liability for Adam’s sin. In other words, man did not inherit a sin nature from Adam. He merely inherited the liability for Adam’s sin.”

  2. “The only thing passed down is MORTALITY, or Death. We are not mortal because we sin. We sin because we are mortal.”

  3. “There are two sins and two deaths spoken of in the Bible. The penalty for Adam’s sin is the first death; God’s judgment, lawful correction, and discipline for our own sins is the second death. No man will ever be cast into the lake of fire as judgment for Adam’s sin. Adam’s original (first) sin is judged by means of the first death; subsequently, our individual sins are judged by means of the second death.”

  4. “It is Adam’s sin that brings death to all men—not our own individual sins. In the day Adam sinned, he died (became mortal), and so we inherit that mortality.”

  5. “Jerome ‘Corrects’ Paul’s Theology. When Jerome translated the Latin Vulgate around 400 A.D., he rendered the last phrase of Rom. 5:12, ‘because all have sinned.’ He had looked at verses such as Romans 6:23 and 5:21, where sin is the cause of death, and concluded that Paul must have made a mistake by saying that death was the cause of sin.”

  6. “The Greek phrase used is eph’ ho. […] The phrase ‘on which’ or ‘over which’ denotes a consequence or result to follow. […] So we can easily see that the first death is the cause, and our sins are the result.”

  7. “To my knowledge, only The Concordant Version translates it correctly, ‘on which.‘”

  8. “Those Church leaders, like Augustine and Jerome, who did not understand Paul’s statement in Romans 5:12, concluded that man received a sinful soul from Adam, rather than mortality. The theological term used by the Roman Church is that Adam’s sin was ‘infused’ or ‘transfused’ into all mankind, giving us sinful souls.”

  9. “Their lack of understanding brought them to conclude that man has a sinful soul, rather than a mortal soul that sins. This has given Christians a disproportionate sense of guilt that was often accompanied by a sense of hopelessness.”

  10. “The truth is this: When Adam fell, his sin was imputed to us, NOT infused. To impute means, according to Romans 4:17, calling what is NOT as though it were. When Adam’s sin was imputed to us, God called us ALL sinners, as though we had all sinned. As a consequence, we all became liable for Adam’s sin. The penalty was death, or mortality.”

  11. “This would be a gross injustice; in fact, it would be a false accusation on God’s part, except for the fact that Jesus came to impute His righteousness to our accounts as well. In so doing, He reversed entirely the effects of this ‘temporary injustice’ (as I call it). And this is why it is so important that ‘all men’ who died in Adam be saved in Christ.”

  12. “{Romans 5:18} So then as through one transgression there resulted condemnation to all men, even so through one act of righteousness there resulted justification of life to all men.”

  13. “John says that ‘sin is lawlessness’ (1 John 3:4).”

  14. “{Romans 6:17,18} But thanks be to God that though you were slaves of sin, you became obedient from the heart […] and having been freed from sin, you became slaves of righteousness.”

  15. “The law of Jubilee is the most fundamental law of all creation. The law of Jubilee is the basis of forgiveness and grace. It is the purpose and goal of the law itself. It compels a climax of earth history and a full end of the dominion of darkness and sin.”

  16. “No man has the authority to sell himself permanently as a slave to sin. Even if he wanted to do so, he has no right to do this, because he does not create or own himself. For this reason, at the Creation Jubilee, all men whom God has created will return to the original Owner of all things.”

  17. “No matter how far a man goes into debt, the Jubilee will set him free. Even if no kinsman redeems him, there is a day coming when he will be set free into the glorious liberty of the sons of God.”

  18. “In this chapter we will attempt to prove from plain Scripture that God’s punishments are NOT endless. The English translations which use the term ‘eternal’ and ‘everlasting’ in relation to both divine punishment and life in the coming age are actually mistranslations of the original Hebrew and Greek.”

  19. “The word olam means ‘to hide, keep secret, obscure.’ […] In actual usage, the word refers to an INDEFINITE period of time, but NOT eternal. It is simply AN AGE.”

  20. “We can safely say that aion is meant to convey the same meaning as the Hebrew concept of olam. […] it does not really carry the idea of ‘obscurity,’ but like olam, means an age, or eon.”

  21. “It is a place where men must pay the last farthing of debt to sin until the final Jubilee sets the creation free.”