George Warnock — Hamartologie

b1 — The Feast of Tabernacles


Zonde als zuurdesem (leaven)

Warnock werkt het type van het Ongezuurd Brood (Hoofdstuk 3) uitvoerig uit als beeld van de reiniging van zonde.

“De penetrerende en zich verspreidende eigenschappen van zuurdesem maken het tot een passend type van boosheid en goddeloosheid in een gelovige of in een gemeente.”1 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3

Bijbelgrond: Paulus aan de Korinthiërs: “Weet gij niet dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuurdesem maakt? Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. Zo dan, laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde brooden der oprechtheid en der waarheid.” (1Kor. 5:6-8)

Warnock breidt het type verder uit: ook de Galaten-context (Gal. 5:8-9: invloed van de Judaïzanten) en de waarschuwing van Jezus (Matt. 16:6: het zuurdesem van Farizeeën en Sadduceeën) worden aangehaald als bewijs dat zuurdesem het corrumperende werk van zonde en valse leer in de gemeente afbeeldt.

“Het Feest van Ongezuurde Brooden te onderhouden is dus een leven te leiden dat vrij is van de corrumperende invloeden van zonde en het vlees.”2 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3

Zonde en stilstand / stagnatie

Warnock verbindt de aanwezigheid van zuurdesem/zonde direct met het stagneren in de geestelijke groei:

“Wanneer een individu, een gemeente, of een groep gemeenten achterover leunt in zelfgenoegzaamheid, tevreden met hun toestand, en zich tevreden stelt met de gedachte dat zij bij de Waarheid zijn aangekomen — treedt onmiddellijk stagnatie in, begint het zuurdesem te functioneren, en kenmerken ‘boosheid en goddeloosheid’ de gehele denominatie.”3 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3

“Zo is het met het kind van God. Zolang hij voortgaat met God, en de corrumperende invloeden van de wereld, het vlees en de Duivel ontvlucht — is zijn leven vrij van zonde.”4 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3

Interpretatie: Warnock verbindt vrijheid van zonde niet primair met een eenmalige heiligingservaring, maar met voortdurende beweging “van heerlijkheid tot heerlijkheid.” Stagnatie is de voedingsbodem voor zonde.

Laodicea als beeld van zonde in de kerk

Warnock citeert Op. 3:17 als diagnose van de kerkelijke toestand:

“kerkelijk succes is uitgegroeid tot hoogmoed des harten, en met die hoogmoed is die Laodicees-geest gekomen die in alle evangelische kringen heden ten dage zo vooraanstaand is: ‘Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek…‘”5 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 1

Interpretatie: Kerkelijke zelfgenoegzaamheid en trots worden door Warnock getypeerd als een uiting van zonde — het Laodicea-syndroom — dat de kerk belet de ware rijkdom in Christus te bezitten.

Totale verdorvenheid / onmacht van het vlees

Warnock stelt onomwonden dat geen mens uit Adam’s gevallen geslacht zichzelf acceptabel kan presenteren voor God:

“het is geen mens uit Adams gevallen geslacht in zijn macht zichzelf welbehaaglijk voor God te stellen. Er is niemand rechtvaardig, ook niet één; en uit de werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden voor God.”6 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2 (Passover-sectie)

Bijbelgrond: Rom. 3:9-31.

“Hij ontvangt de werkzaamheid van het bloed, en eet door geloof van het Paaslam — en dat is zijn zaligheid.”7 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2

Verzoening: voltooid én nog toe te eigenen

Warnock maakt een structureel onderscheid tussen de objectieve, historische verzoening en de experimentele toe-eigening ervan.

“Dat een volle en volledige Verzoening voor het gehele menselijk geslacht door Jezus Christus aan het Kruis is gemaakt, daarover bestaat geen enkele twijfel. Maar het is maar al te duidelijk, wanneer wij ons eigen individuele leven beschouwen, alsook dat van de historische Kerk, dat wij ons nooit werkelijk enige reële mate van het grote verzoenende werk van het Kruis hebben toegeëigend.”8 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

“De zonde en vleselijkheid van de lange loopbaan der Kerk moet uit haar midden worden weggenomen voordat zij de volle zegen en kracht van het Loofhuttenfeest kan binnentreden.”9 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

Zonde in de kerk: historisch falen

Warnock beschrijft de kerkgeschiedenis als een “droevige geschiedenis van nederlaag”:

“wij kunnen niet met positieve zekerheid wijzen op enig persoon in de Kerkleeftijd die zich werkelijk deze gezegende toestand van heiligheid in haar volheid heeft toegeëigend… het is een droevig verhaal van nederlaag, en waardig om veel meer beklaagd te worden dan de wenende profeet ooit over Israël uitsprak.”10 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

“Elke denkbare vorm van zonde, vleselijkheid, verdeeldheid, scheuring en sektarisme is Gods volk opgedrongen — grotendeels door mannen op de kansel die een leugen voor de Waarheid hebben verkondigd.”11 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

Dag van Verzoening: experimentele verlossing van zonde

De typologische Grote Verzoendag beeldt voor Warnock de toekomstige, experimentele reinmaking van de gemeente af. De twee bokken verwijzen naar Christus én het lichaam van Christus:

“De hogepriester legde zijn handen op het hoofd van de zondebok, beleed daarover al de ongerechtigheden van Israël, en zond hem weg in de woestijn.”12 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7 (verwijzend naar Lev. 16)

“Want op dien dag zal hij u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden. Dat zal u een sabbat der rust zijn…” (Lev. 16:30-31)

“God zij dank voor de Dag van Verzoening, wanneer Gods volk vrij gemaakt zal worden, en waarlijk vrij, van al hun zonden.”13 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

Overwinning op zonde: beloofd maar nog niet gerealiseerd

Warnock citeert een reeks Schriftplaatsen als bewijs dat complete overwinning op zonde Bijbels is beloofd:

  • Rom. 6:5-7: “opdat het lichaam der zonde tenietgedaan worde, opdat wij niet meer der zonde dienen”
  • Rom. 6:11: “alzoo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt”
  • Rom. 8:2: “de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods”
  • 1Joh. 3:6: “Een iegelijk die in Hem blijft, die zondigt niet”
  • 1Joh. 3:9: “Een iegelijk die uit God geboren is, doet de zonde niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren”

Warnock concludeert echter:

“werkelijke overwinning over de zonde en de vleselijke natuur ligt nog vóór de Kerk van God. Dit dan is de dag en het uur waarin God ons tot bekering zou roepen, opdat wij uit zijn handen die werkelijke, ware overwinning over de zonde mogen ontvangen die de Bijbel leert.”14 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

Nieuwe geboorte en zonde: onvolgroeide regeneratie

Warnock neemt 1Joh. 3:9 (“hij kan niet zondigen”) serieus als letterlijk Woord, maar verklaart de spanning met de werkelijkheid via het beeld van het onvolgroeide zaad:

“Onze nieuwe geboorte, door de Geest, hoe echt ook, is niet tot wasdom gekomen. Wij zijn naar Gods gelijkenis voortgebracht zoals het zaad dat door de bloem wordt voortgebracht, of het ei dat door de vogel wordt gelegd… de volle heerlijkheid en de mogelijkheden van dat nieuwe leven liggen sluimerend in het zaad of het ei.”15 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

“Dat zaad in de harten van Gods volk is nauwelijks verder ontwikkeld dan de kiemtoestand; het is niet gegroeid en ontwikkeld tot de plaats waar wij kunnen getuigen: ‘zijn zaad blijft’ in ons; en daarom kunnen wij en doen wij zonde.”16 — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7

Interpretatie: Warnock hanteert een eschatologisch progressieve heiligingsleer: de nieuwe geboorte is reëel maar onvolgroeid; volledige zondeloosheid is een toekomstig resultaat van de rijping van het goddelijke zaad in de gelovige, niet een subjectieve verwerving via wilsinspanning.

Vergeving van zonde: bloed als enige grond

“er is volstrekt geen aanvaarding voor enig mens voor God dan door het vergieten van het kostbare bloed van Christus. Het is het bloed dat verzoening doet voor de ziel, en ‘zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.‘” (Hebr. 9:22) — Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2

“God heeft [Christus] voorgesteld tot een verzoening door het geloof in zijn bloed, tot een betoning van zijn rechtvaardigheid voor de vergeving der zonden die te voren geschied zijn” (Rom. 3:25-26) — geciteerd in Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2

Zonde en schepping / kosmische reikwijdte

In de slotparagrafen wordt de reikwijdte van de zonde kosmisch geformuleerd:

“het Nieuwe Verbond heeft verklaard dat het reikhalzend verlangen van de Schepping, en dat het zuchten en barensweeën van een wereld onder de vloek van zonde en dood — een heerlijke bevrijding en vrijheid zal vinden in ‘de openbaring van de zonen Gods’” (Rom. 8:19-23) — Warnock, The Feast of Tabernacles, Epiloog/Conclusie

“Het Nieuwe Verbond heeft een plaats in Christus en een geboorte door de Geest verordineerd, die de zonde geheel uit het hart zal verbannen, en een overwinning zal voortbrengen die geen nederlaag kent.” (1Joh. 3:7-9) — Warnock, The Feast of Tabernacles, Epiloog/Conclusie


Originele citaten

Footnotes

  1. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3): “The penetrating and spreading characteristics of leaven make it to be a fitting type of malice and wickedness in a believer or in an assembly.”

  2. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3): “To observe the Feast of Unleavened Bread, therefore is to live a life that is free from the corrupting influences of sin and the flesh.”

  3. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3): “When an individual, an assembly, or a group of assemblies settles back in self-complacency, satisfied with their condition, and content with the thought that they have arrived at the Truth—stagnation immediately sets in, the leaven begins to function, and ‘malice and wickedness’ characterize the whole denomination.”

  4. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 3): “So it is with the child of God. As long as he is pressing on with God, and fleeing from the corrupting influences of the world, the flesh, and the Devil—his life is free from sin.”

  5. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 1): “ecclesiastical success has developed into pride of heart, and with that pride has come that Laodicean spirit so prevalent in all evangelical circles today: ‘I am rich, and increased with goods, and have need of nothing…‘”

  6. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2): “it is not within the power of any man in Adam’s fallen race to present himself acceptably before God. There is none righteous, no not so much as one; and by the works of the law there shall no flesh be justified in God’s sight.”

  7. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 2): “He receives the efficacy of the blood, and eats of the Passover Lamb by faith—and that constitutes his salvation.”

  8. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “That full and complete Atonement was made for the whole human race by Jesus Christ on the Cross, there is no doubt whatsoever. But it is only too evident, as we consider our own individual lives, as well as that of the historical Church, that we have never really appropriated any real measure of the great atoning work of the Cross.”

  9. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “The sin and carnality of the Church’s long career must be taken away from her midst before she can enter into the full blessing and power of the Feast of Tabernacles.”

  10. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “we cannot point with positive assurance to any person in the Church age who has really appropriated this blessed condition of holiness in its fulness… it is a sad story of defeat, and worthy of far more lamentation than the weeping prophet ever expressed over Israel.”

  11. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “Every conceivable form of sin, carnality, division, schism, and sectarianism has been foisted upon God’s people—largely by men in the pulpit who have been proclaiming a lie for the Truth.”

  12. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “The high priest laid his hands upon the head of the scapegoat, confessed over it all the iniquities of Israel, and sent it away into the wilderness.”

  13. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “Thank God for the Day of Atonement, when God’s people shall be made free, and free indeed, from all their sins.”

  14. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “real victory over sin and the carnal nature is still ahead for the Church of God. This, then, is the day and hour when God would call us to repentance, that we might receive from His hands that real, genuine victory over sin that the Bible teaches.”

  15. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “Our new birth, by the Spirit, genuine as it is, has not developed into maturity. We have been reproduced after God’s likeness like the seed which is produced by the flower, or the egg that is produced by the bird… the full glory and the potentialities of that new life lie dormant within the seed or the egg.”

  16. Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, Hoofdstuk 7): “That seed in the hearts of God’s people has scarcely developed beyond the germ state; it has not grown and developed to the place where we can testify, ‘his seed abideth’ in us; and therefore we can and do sin.”