George H. Warnock — Godsleer

b6 — Who Are You?


Wezen van God — Liefde, Licht en Waarheid

Passage 1 — Gods wezen als definitieve positieve bron (hfst. 7, sectie “The Mystery of the Cross”):

“God is LIEFDE en LICHT en WAARHEID. Als mensen God een plaats in hun leven ontzeggen, en Hem zo buitensluiten… is er HAAT, en DUISTERNIS, en DWALING.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “The Mystery of the Cross”.

Interpretatie: Warnock definieert het kwaad als de afwezigheid van God, niet als een zelfstandige macht. Gods wezen omvat drie eigenschappen die als eenheid functioneren: Liefde, Licht en Waarheid zijn voor Warnock niet afzonderlijke attributen maar de ene natuur van God die zich in drie dimensies manifesteert.


Passage 2 — God is niet de auteur van het kwaad (hfst. 5, openingsparagraaf):

“God is niet de Auteur van het kwaad, van verwarring, van duisternis.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 5 (who5.html), openingsparagraaf.


Passage 3 — Oorsprong van het kwaad: uitsluiting van God (hfst. 7, sectie “The Mystery of the Cross”):

“Het was DE UITSLUITING VAN GOD die dit teweegbracht. Als God uitgesloten wordt, is het er.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “The Mystery of the Cross”.

Interpretatie: Warnock herhaalt in hfst. 7 dezelfde theorie van het kwaad als in hfst. 5: kwaad is ontologisch afwezigheid van God, geen onafhankelijke substantie. Dit is consistent met zijn eerdere werken (vgl. b4).


Passage 4 — Geen duisternis of kwaad ín God (hfst. 2, sectie “The Day of the Lord, a Day of Darkness”):

“Er is geen duisternis of kwaad in God. Maar als licht verworpen wordt, is er duisternis. Als liefde verworpen wordt, is er haat. Als vrede verworpen wordt (de Vorst des Vredes), is er oorlog.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 2 (who2.html), sectie “The Day of the Lord, a Day of Darkness”.


God als schepper van licht én duisternis — Jes. 45:7-8

Passage 5 — Jes. 45:7-8 als programmatekst voor de Dag des HEREN (hfst. 2, sectie “This is a Day of Mixture”):

“Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen. Drupt neder, gij hemelen, van boven, en laten de wolken gerechtigheid uitgieten; dat de aarde zich opene en dat heil en gerechtigheid tezamen uitspruiten.” (Jes. 45:7-8)

Warnock legt deze tekst uit:

“Dit is waar de Dag des HEREN over gaat! God haat een mengsel, en Hij roept Zijn volk op onderscheid te maken tussen het reine en het onreine.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 2 (who2.html), sectie “This is a Day of Mixture”.

Interpretatie: Warnock gebruikt Jes. 45:7-8 niet als bewijs voor Gods causaliteit van moreel kwaad, maar als bevestiging van Gods soevereine heerschappij over de kosmische scheiding van licht en duisternis — een eschatologische daad van scheiding die God als rechter kenmerkt.


Heiligheid van God — louterend vuur

Passage 6 — Gods heiligheid als Zijn heiligingsmotief voor Zijn volk (hfst. 2, sectie “The Day of the LORD, a Day of Cleansing”):

“En de Here, die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen… Maar wie kan de dag van Zijn komst verdragen? En wie zal bestaan als Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een edelsmid en als het loog van de blekers. Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en loutert; en Hij zal de zonen van Levi louteren en hen reinigen als goud en als zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid brengen.” (Mal. 3:1-3)

Warnock verbindt hieraan:

“Gods Heilige Geest is ons gegeven om ons HEILIG te maken; en Zijn volk moet nog worden tot ‘heiligheid voor de HEERE.‘”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 2 (who2.html), sectie “The Day of the LORD, a Day of Cleansing”.


Jaloezie van God

Passage 7 — Gods jaloezie inzake Zijn heerlijkheid (hfst. 2, sectie “The Day Of the LORD, the Day of Vengeance”):

“Hij is een jaloers God, en zal Zijn heerlijkheid niet met een ander delen.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 2 (who2.html), sectie “The Day Of the LORD, the Day of Vengeance”.

Interpretatie: Warnock brengt Gods jaloezie in verband met Zijn heerlijkheid en Zijn verlangen naar een zuiver volk als woonplaats — niet als een emotionele reactie, maar als uitdrukking van Gods exclusieve aanspraak op aanbidding en gemeenschap.


Passibiliteit van God — Gods lijden en langmoedigheid

Passage 8 — God lijdt lang met het kwaad (hfst. 7, sectie “The Travail of God”):

“Wij weten van menselijk lijden; maar wij beseffen niet dat God LIJDT, EN DAT HIJ LANG HEEFT GELEDEN met het kwaad in de harten van mensen. Hij heeft geduld en langmoedigheid uitgehard tot buiten ons vermogen te begrijpen.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “The Travail of God”.


Passage 9 — Rom. 9:22 als bewijs van Gods langmoedigheid (hfst. 7, sectie “The Travail of God”):

“Maar als God, willende Zijn toorn bewijzen en Zijn macht bekendmaken, de vaten des toorns, tot het verderf toebereid, MET VEEL LANGMOEDIGHEID HEEFT VERDRAGEN? En dit om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken aan de vaten der barmhartigheid, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid?” (Rom. 9:22-23)

Warnock legt uit:

“Dat is Gods antwoord, lieve broeders en zusters, wanneer wij Hem op die manier bevragen. Hij bereidt nog meer VATEN DER BARMHARTIGHEID! Hij draagt de pijn nog een beetje langer.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “The Travail of God”.

Interpretatie: Warnock verwerpt hier impliciet de klassieke impassibiliteitsopvatting (dat God onbewogen is door het lijden in de wereld). In plaats daarvan stelt hij een God voor die actief en pijnlijk lijdt met de slachtoffers van het kwaad, maar die dit lijden vrijwillig draagt vanuit een heilsplan. [SPANNING met klassieke orthodoxie inzake impassibilitas Dei; vergelijk b4 passage 6-7 over de Vader die mee leed op het kruis.]


God als barendende vrouw — Jes. 42:14

Passage 10 — God vergelijkt Zichzelf met een barende vrouw (hfst. 7, sectie “The Travail of God”):

“Ik heb lang gezwegen; Ik ben stil geweest en heb Mij ingehouden; nu zal Ik roepen ZOALS EEN BARENDE VROUW; Ik zal verwoesten en verslinden tegelijk.” (Jes. 42:14)

Warnock verbindt hieraan:

“Er is iets bijna explosief in Gods hart. De gebeden en het geroep en het travail van heiligen en martelaren zijn opgeslagen in de schalen van de Hemel, zelfs in Zijn eigen hart. Hij vergelijkt Zichzelf met een barende vrouw op het uur van haar bevalling.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “The Travail of God”.

Interpretatie: Dit is een van de weinige plaatsen in de christelijk-theologische literatuur waar Jes. 42:14 expliciet wordt gebruikt als bewijs voor de passibiliteit van God. Warnock gebruikt dit beeld om de intensiteit van Gods langdurig ingehouden verlangen naar verlossing te illustreren — God als barendende moeder verbindt Zijn passibiliteit met Zijn actieve heilswil.


Gods gerechtigheid en oordeel via het kruis

Passage 11 — Het kruis als Gods oordeel over de wereld (hfst. 7, sectie “God’s Judgment of the World”):

“Het Kruis is Gods OORDEEL OVER DE WERELD! En op die grote en vreselijke Dag des HEREN zal God het vonnis van het oordeel uitvoeren dat Hij bij Golgotha decreeteerde.”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “God’s Judgment of the World”.


Passage 12 — Gods rechtvaardigheid jegens de afzonderlijke machten (hfst. 7, sectie “God’s Judgment of the World”):

“De trots en de hoogmoedigen zeiden: ‘Wij hebben Hem in onze greep!’ Maar God zei: ‘Toen gij Mijn Zoon aan het kruis nagelde, heb Ik daar en toen de trots van al uw heerlijkheid bevlekt!‘” “De politieke heersers zeiden: ‘Wij hebben de onrust uitgeschakeld.’ Maar God zei: ‘Het was daar bij het Kruis dat Ik het hele politieke systeem van Rome, en van de wereld, tot het stof neerhaalde.‘” “De religie zei: ‘Wij hebben een einde gemaakt aan uw ketterij.’ Maar God zei: ‘Toen gij Mijn Zoon kruisigde, maakte Ik een einde aan alle religies der mensen die weigeren zich te buigen aan de voet van het Kruis.‘”

Bron: Warnock, Who Are You?, hfst. 7 (who7.html), sectie “God’s Judgment of the World”.

Interpretatie: Warnock stelt Gods gerechtigheid niet als een toekomstige eschatologische daad maar als reeds voltrokken in het kruis — het kruis is het definitieve keerpunt waarbij God Zijn rechtvaardigheid jegens alle menselijke machtsstructuren demonstreert.