Cees en Anneke Noordzij — Eschatologie
b5 — De hand aan de ploeg slaan
Koninkrijk der hemelen als huidige geestelijke realiteit
Noordzij stelt dat het koninkrijk der hemelen geen toekomstige aardse realiteit is, maar een huidige geestelijke werkelijkheid. Over de betekenis van het nieuwe verbond schrijft hij: “in het ‘nieuwe’ verbond is alles van toepassing op geestelijke, hemelse realiteiten. En dus ook op een geestelijk volk. Met dat volk doet God ‘nieuwe dingen’ (Jes.42:9, 48:6). Met dat volk sluit Hij een ‘nieuw’ verbond om het te verlossen van het ware ‘Egypte’ (het ‘vleselijke’) en om het te brengen in een beter ‘beloofde land’, het koninkrijk der hemelen” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Over de directe presentische ervaring: “Dat is niet iets voor later. Wie Hem volgt, ervaart dat hier en nu” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Interpretatie: Noordzij plaatst het koninkrijk der hemelen nadrukkelijk in het heden, niet in een toekomstige apocalyptische setting.
Kritiek op letterlijke wederkomst-interpretatie
Noordzij formuleert expliciete kritiek op een letterlijk-eschatologisch wachten op de wederkomst: “Is bijvoorbeeld het wachten op Jezus’ komst op wolken van waterdamp en de opname van de gelovigen in een flits niet eerder een naïeve interpretatie van ongeestelijke leraren?” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Dit sluit aan op zijn hermeneutisch principe van ‘recht snijden’ (orthotomeo): “Wie nog steeds zo denkt, interpreteert alle profetieën en gebeurtenissen in de bijbel met het oog op aardse, zichtbare, tijdelijke schaduwbeelden. Zijn denkwijze is dan nog die van het ‘oude’ verbond” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Interpretatie: Premillennialistisch of dispensationalistisch denken wordt door Noordzij gekwalificeerd als ‘ongeestelijk’ en als gebonden aan het oude verbond.
Burgers van het hemelse rijk
Noordzij verbindt het nieuwe verbond direct met burgerschap van een hemels koninkrijk: “wie het koninkrijk Gods is binnengegaan en burger van een rijk in de hemelen is geworden, past het woord der waarheid consequent toe op geestelijke realiteiten en ziet dat die waarheden hemzelf betreffen (Fil.3:20)” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Als hermeneutische opgave voor de gelovige formuleert Noordzij op grond van Kol. 3:1-2: “‘Bedenk de dingen, die boven zijn (=geestelijk en waarachtig), niet die op de aarde zijn’ (Kol.3:2). En ‘zoek de dingen, die boven zijn, waar Christus is’ (Kol.3:1)” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §Rechte voren trekken).
Eeuwig leven als geestelijke werkelijkheid
Noordzij omschrijft ‘eeuwig leven’ niet als toekomstige onsterfelijkheid, maar als het waarachtige leven in geest en waarheid. Op grond van Matt. 19:27-30 schrijft hij: “zal vele malen meer terugontvangen en het ‘eeuwige’ leven erven (=het waarachtige leven in geest en waarheid)” (Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, §De roeping van Elisa).
Interpretatie: De parenthese ‘=het waarachtige leven in geest en waarheid’ is een bewuste herdefiniëring van ‘eeuwig leven’ in geestelijk-presentische zin, tegenover een toekomstig-lichamelijke opstandingsverwachting.