E.W. Bullinger — Eschatologie
b1 — Number in Scripture
Profetisch jaar en getal 2520
Bullinger beschrijft hoe het getal 360 de basis vormt van het profetische jaar en hoe 2520 de hoogste chronologische uitdrukking is:
“Dit is het getal dat ons het grote Zodiacale, profetische en bijbelse jaar van 360 dagen geeft, dat oorspronkelijk aan Noach werd gegeven en door de Babyloniërs en Egyptenaren werd gebruikt. […] Het is de vermenigvuldiging van zeven van deze grote Zodiacale cirkels, ofwel jaren, met zeven, die ons het grote getal oplevert dat chronologische volmaaktheid uitdrukt (360×7=2520).”
(Deel I, Hfst. II — Ontwerp getoond in het Woord van God)
Bullinger voegt toe:
“Het getal 2520 is wellicht het meest opmerkelijke van alle getallen, want 1. Het is de samenvatting van alle primaire rechtlijnige vormen. 2. Het is het product van de vier grote getallen van voltooiing of volmaaktheid (3×7×10×12=2520). 3. Het is het kleinste gemene veelvoud (kgv) van alle tien de cijfers waaruit ons talstelsel is opgebouwd; want het kgv van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, is 2520.”
(Deel I, Hfst. II — Ontwerp getoond in het Woord van God)
Interpretatie: Bullinger beschouwt het profetische jaar van 360 dagen als de door God vastgestelde tijdsmaatstaf voor bijbelse profetieën. Het getal 2520 is voor hem het meest volmaakte chronologische getal.
De vier perioden van 490 jaar en de 70 weken van Daniël
Bullinger stelt dat Gods handelen met Israël in vier perioden van elk 490 jaar (70×7) is geordend:
“Gods handelen met Zijn volk heeft betrekking op de werkelijke tijdsduur eerder dan op specifieke data; en wij vinden dat Zijn handelen met Israël werd afgemeten in vier perioden, elk bestaande uit 490 (70 maal 7) jaar. Aldus:—
De 1e. Van Abraham tot de uittocht. De 2e. De uittocht tot de inwijding van de Tempel. De 3e. Van de Tempel tot de terugkeer van Nehemia. De 4e. Van Nehemia tot de Tweede Komst.”
(Deel I, Hfst. I — Chronologie)
Over de vierde periode, gebaseerd op Dan. 9:24-27:
“De ‘zeven weken’ (7×7): 49. De ‘tweeënzestig weken’ (62×7): 434. ‘Daarna’ zou de Messias ‘worden afgesneden,’ en dan volgt dit huidige tijdsinterval, het langste van allemaal, nu meer dan 1890 jaar, gevolgd, wanneer God opnieuw handelt met Zijn volk Israël, door ‘één week’: 7. [Totaal:] 490.”
(Deel I, Hfst. I — Chronologie, noot bij Dan. 9:24-27)
Bullinger benadrukt dat de laatste ‘één week’ nog toekomstig is en betrekking heeft op de Antichrist:
“Deze ‘één week’ moet toekomstig zijn, omdat er sindsdien geen vorst is geweest die een verbond met de Joden heeft gesloten en in het ‘midden van de week’ het offer en het spijsoffer heeft doen ophouden. […] Allen vier deze passages gaan over dezelfde persoon, en die persoon is niet Christus, maar de Antichrist. Bovendien werd de Messias ‘afgesneden’ ná de ‘tweeënzestig weken,’ d.w.z. aan het einde van de tweede van deze drie afdelingen. Dit kan niet hetzelfde zijn als datgene wat ‘in het midden’ van de derde afdeling zal plaatsvinden.”
(Deel I, Hfst. I — Chronologie, noot bij Dan. 9:24-27)
Interpretatie: Bullinger verdedigt een futuristische, dispensationalistische lezing van Dan. 9. De 70ste week ligt nog in de toekomst en heeft betrekking op de Antichrist. [SPANNING: tegenover preteristische of historische lezingen van Dan. 9:27]
De Grote Verdrukking: 1260 dagen / 42 maanden (zeven maal vermeld)
Bullinger observeert dat de halve periode van Daniëls laatste week zeven maal in de Schrift wordt vermeld, in drie talen en drie vormen:
“De helft van de belangrijke profetische periode (Daniëls laatste week, of de laatste van de 70 weken, Dan. 9:27) wordt zeven maal vermeld. […] Hoewel de periode wordt gegeven in drie verschillende talen, twee Testamenten, en drie vormen (jaren, maanden en dagen) is het getal nog steeds zeven:—
Dan. 7:25, Chaldeeuws, ‘Tijd, en tijden, en een halve tijd’ — 1 Dan. 12:7, Hebreeuws, ‘Tijd, tijden, en een halve tijd’ — 1 Openb. 12:14, Grieks, ‘Tijd, en tijden, en een halve tijd’ — 1 Openb. 11:2; 13:5, ‘Tweeënveertig maanden’ — 2 Openb. 11:3; 12:6, ‘Twaalfhonderd zestig dagen’ — 2”
(Deel I, Hfst. II — Ontwerp getoond in het Woord van God)
Interpretatie: Bullinger ziet het zevenvoudig voorkomen van de 3,5-jaarperiode als bewijs voor bovenmenselijk ontwerp in de Schrift. De passages zijn Dan. 7:25; Dan. 12:7; Openb. 11:2; Openb. 11:3; Openb. 12:6; Openb. 12:14; Openb. 13:5.
Daniëls beeld: vier heidense koninkrijken en het Vijfde Koninkrijk
Bullinger verbindt de vier metalen van Daniëls beeld met de chemische eigenschappen van diamagnetisme, en legt een verband met de komst van het Koninkrijk van Christus:
“Drie zijn er al vergaan; het vierde nadert zijn einde; en spoedig zal de ‘macht’ die aan de heidenen was toebetrouwd, worden gegeven aan Hem ‘wiens recht het is,’ en de vijfde monarchie (uitgebeeld door de Rots waaruit alle anderen voortvloeien) zal alles opslokken wanneer de koninkrijken van deze wereld worden het koninkrijk van onze Here en van Zijn Christus.”
(Deel I, Hfst. I — Scheikunde)
Interpretatie: Bullinger hanteert de klassieke vier-koninkrijken-interpretatie van Dan. 2 en verwacht een letterlijk, toekomstig Koninkrijk van Christus na de val van de heidense machten.
Getal 666 en de Antichrist
Bullinger verbindt het getal 666 aan de Griekse letter Stigma (ς) en haar vermeende mystieke betekenis:
“Deze letter ς (Stigma genaamd) wordt gebruikt voor het getal 6. Waarom deze letter en dit getal zo met elkaar worden verbonden weten wij niet, behalve dat beiden nauw verbonden zijn met de oude Egyptische ‘mysteriën.’ De drie letters SSS (in het Grieks ΣΣΣ) waren het symbool van Isis, dat zo verbonden is met 666. Inderdaad bestaat de uitdrukking van dit getal, Χξς, uit de begin- en eindletter van het woord Χριστος (Christos), Christus, namelijk X en ς, met het symbool van de slang ertussen, X—ξ—ς.”
(Deel II — Inleiding, Grieks alfabet)
Noot: Het volledige hoofdstuk over 666 staat in de inhoudsopgave van Deel II maar was niet aanwezig in de geëxtraheerde tekst (extractie afgebroken voor dat hoofdstuk).
Opstanding (anastasis) — 42 maal in het NT
Bullinger stelt dat het woord ‘opstanding’ en verwante termen in veelvouden van zeven voorkomen in het NT:
“ἀνάστασις (anastasis): wederopstanding: 1 opstanding: 39 ten leven opgewekt (met ἐκ): 1 de eerste die zou opstaan (met πρῶτος ἐξ): 1 [Totaal:] 42”
(Deel I, Hfst. II — Voorkomen van woorden in het Nieuwe Testament)
Interpretatie: Bullinger ziet het totaal van 42 (= 6×7) als deel van een systeem van zevenvoudige occurrentieschema’s dat het goddelijk ontwerp van de Schrift bewijst.
Getal 7 in de Apocalyps
Bullinger documenteert dat eschatologische sleutelwoorden in Openbaring in veelvouden van 7 voorkomen:
“In het Boek der Openbaring van Jezus Christus schijnt zeven het dominerende getal te zijn, niet alleen gebruikt als telwoord, maar ook in de voorkomens van de belangrijke woorden: […] βασιλεύω (basileuo), regeren: 5:10, 11:15,17; 14:6, 20:4,6, 22:5, en 14 andere voorkomens elders, samen 21 (3×7); […] ἄβυσσος (abussos), afgrond: 9:1,2; afgrondput: 9:11, 11:7, 17:8, 20:1,3; […] μακάριος (makarios), zalig: 1:3, 14:13, 16:15, 19:9, 20:6, 22:7,14 (7 maal).”
(Deel I, Hfst. II — Voorkomen van woorden in de Apocalyps)
Bullinger benoemt ook het woord voor sikkel (oogst/oordeel): “δρεπάνον (drepanon), sikkel: Openb. 14:14,15,16,17,18 (tweemaal),19.”
PALMONI — de engel van de profetische getallen
Bullinger bespreekt Dan. 8:13 in verband met een heilige engel wiens functie de profetische getallen betreft:
“Zijn naam is ‘PALMONI’, en het betekent ‘de teller van geheimen, of de wonderbare teller.’ Zodat er ten minste één heilige engel is, wiens functie betrekking heeft op getallen. Getallen hebben dus een belangrijke plaats in de woorden evenals in de werken van God.”
(Deel I, Hfst. II — Ontwerp getoond in het Woord van God)
Nieuwe Schepping
Bullinger verwijst beknopt naar de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde in verband met de geslachtslijst van Pharez (Ruth 4:18):
“de laatste, die betrekking heeft op Pharez (Ruth 4:18), bevat de eerste vermelding van de naam David, en vertelt van de Volkomen Ene — Davids Zoon en Davids Heer, die volmaaktheid zal herstellen voor Zijn volk evenals voor de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde.”
(Deel I, Hfst. II — Geslachtsregisters)
Interpretatie: Dit is een terloopse vermelding; geen uitgewerkte leer over de nieuwe schepping.