Stephen Jones — Ecclesiologie

b4 — The Laws of the Second Coming


Kerk als corporatieve Zoon (Zoonschap)

Jones stelt het corporatieve Zoonschap als het centrale doel van de schepping: “Gods ultieme doel in de schepping is het voortbrengen van een corporatieve Zoon naar Zijn eigen beeld.” (hfst. 14)

Dit zoonschap is de kern van de tweede komst: “De tweede komst van Christus omvat het brengen van vele zonen in heerlijkheid… Zoonschap is het doel van Zijn tweede komst. Hij brengt vele zonen in heerlijkheid.” (hfst. 14; vgl. Hebr. 2:10)

De weg loopt via innerlijke transformatie: “Wanneer deze metamorfose voltooid is, en het oude Adamitische hoofd wegvalt, zullen we geboren worden als een nieuwe schepping naar het beeld van Christus.” (hfst. 14)

Interpretatie: Jones situeert het Zoonschap niet individueel maar corporatief — Christus brengt via de Geest een lichaam van zonen voort, waarbij de ziel van de gelovige fungeert als ‘baarmoeder Gods’.

De Manchild — Identiteit en Wet (Deut. 25)

Jones grondvest de Manchild-leer op de leviraatswet (Deut. 25:5-10):

“Jezus stierf kinderloos. Jezus was niet getrouwd en had geen fysieke kinderen. Wat nog belangrijker is: Hij had in de volledigste zin des woords geen geestelijke kinderen.” (hfst. 14)

“Dus zijn wij — de broeders van Jezus — geroepen om zaad op te wekken voor onze oudere broeder, opdat Zijn naam niet uitgewist wordt uit Israël, opdat Hij Zijn erfenis in de aarde niet verliest.” (hfst. 14)

Over het voortbrengen via de gemeente: “Het doel van dit huwelijk is het voortbrengen van de Manchild. De apostel Paulus stelde zichzelf voor als de vroedvrouw, de primaire verzorger tijdens de zwangerschap van de gemeente. En zo zegt hij in Gal. 4:19: ‘Mijn kinderen, met wie ik opnieuw in barensnood ben totdat Christus in u gevormd wordt.‘” (hfst. 14)

Over de mogelijkheid van mislukking: “We leren uit de brief aan de Galaten, en uit Paulus’ bezorgdheid voor hen, dat het voor de kerk mogelijk was om de Manchild te aborteren. En inderdaad, Paulus’ bezorgdheid was goed gerechtvaardigd, want geen enkele generatie van de Kerk heeft de Manchild tot nu toe voortgebracht.” (hfst. 14)

Over het nieuwe verbond als vehikel: “Het oude verbond tracht Adam te hervormen door hem te leren hoe hij rechtvaardig moet leven. Het nieuwe verbond brengt Christus in ons voort, en wij worden de openbaring van die levendmakende Geest. Dat is de Manchild. Dat is Christus. En dat zijn ook wij.” (hfst. 14)

Interpretatie: De Manchild is bij Jones geen individu maar de gezamenlijk volwassen wordende gemeente, die de geestelijke erfgenaam van Christus voortbrengt op grond van de leviraatsverplichting.

De Manchild in Openb. 12

Jones leest Openb. 12:5 als zowel historisch (in Jezus) als corporatief (eschatologisch in de gemeente):

“‘En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle volken zal regeren met een ijzeren staf; en haar kind werd weggenomen [harpazo] tot God en tot Zijn troon.’ (Openb. 12:5). De geboorte van Jezus Christus was het oorspronkelijke patroon van dit tafereel… Jezus Christus was de oorspronkelijke manchild.” (hfst. 13)

“Deze profetie in Openb. 12 is ook een profetisch patroon voor de corporatieve geboorte van de zonen van God, gevolgd door hun hemelvaart naar de troon.” (hfst. 13)

Overwinnaars — Identiteit en Onderscheid

Jones maakt een scherp onderscheid tussen overwinnaars en de bredere gemeente op grond van Matt. 25:

“In de gelijkenis hadden de bruidsmaagden gewacht op de bruidegom… Ze waren allemaal maagden — dat wil zeggen, ze waren allemaal gelovigen. Maar sommigen waren overwinnaars, en anderen niet. Niet iedereen vierden het bruiloftsfeest, wat het Loofhuttenfeest is.” (hfst. 13)

Over de kenmerken: “Vrees lijkt mensen te diskwalificeren als overwinnaars… Overwinnaars zijn christelijke gelovigen die de wind en de golven niet vrezen en bereid zijn erdoorheen te lopen en, net als Petrus, eroverheen te lopen.” (hfst. 13)

Over vergeven als kenmerk: “De andere grote factor bij het definiëren van overwinnaars is dat zij vergevers zijn, die het principe van het Jubeljaar kennen en leven.” (hfst. 13)

Over de opstanding: “Wij geloven dat de overwinnaars de enigen zullen zijn die worden opgewekt en verheerlijkt op de achtste dag van Loofhutten… We geloven ook dat de rest van de Kerk het Loofhuttenfeest zal ingaan aan het begin van het achtste millennium.” (hfst. 13)

Jones verbindt de overwinnaars aan de priesterlijke roeping: “De overwinnaars zullen geestelijke lichamen hebben zoals Jezus na Zijn opstanding, en ze zullen aan anderen verschijnen als gewone mensen met buitengewone wijsheid en daden. Ze zullen de heerlijkheid van God aan anderen openbaren.” (hfst. 13)

In hfst. 8 worden overwinnaars de gerstschaar genoemd: “De overwinnaars, of de gerstschaar, zullen hun hart laten besnijden op de achtste dag van Loofhutten. De Kerk — dat is de tarweschaar — zal haar hart laten besnijden na het zevende millennium.” (hfst. 8)

Interpretatie: Overwinnaars vormen bij Jones een subcategorie binnen de kerk — de eerstelingen van de opstanding en de dragers van troonsautoriteit in het millennium.

De Werkelijke Opname — Harpazo als Troonshemelvaart

Jones verwerpt de gangbare opnameverklaring en herinterpreteet harpazo:

“Het wordt tegenwoordig algemeen geleerd dat Jezus verwees naar de ‘opname’ waarbij de Kerk uit de aarde wordt weggerukt… Maar in feite leert deze passage precies het tegenovergestelde.” (hfst. 13)

“De werkelijke opname is een hemelvaart naar de troon, een gezagspositie waartoe God de overwinnaars heeft geroepen door Zijn soevereine keuze.” (hfst. 13)

Over de etymologie van harpazo: “Het woord is afgeleid van haireomai, wat betekent ‘kiezen door stemming, of kiezen voor een ambt’… Dit is de zin waarin Openb. 12:5 de term harpazo gebruikt. Jezus Christus werd weggenomen naar de troon van God, omdat Hij de Uitverkorene was om alle volken te regeren met de ijzeren staf.” (hfst. 13)

Over apantesis in 1Tess. 4:17: “Apantesis is de technische term die beschrijft wat stadleiders doen wanneer een zeer belangrijke persoon op bezoek komt. Ze sturen een welkomstdelegatie om hem te ontmoeten. Maar de delegatie gaat niet terug naar de thuisstad van de bezoekende waardigheidsbekleder. In plaats daarvan begeleiden ze hem naar hun eigen stad.” (hfst. 13)

“We concluderen dan dat de Heer ontmoeten in de lucht betekent dat zowel de dode als de levende heiligen samen Hem hier op aarde zullen ontmoeten, maar niet ondergronds en niet in de ruimte waar geen lucht is.” (hfst. 13)

Bruid versus Manchild

Jones onderscheidt de bruid (bredere gemeente) van de Manchild (overwinnaars) via de bewegingsrichting bij de tweede komst:

“Het is duidelijk dat de Man degene is die zijn vader en moeder verlaat. Dit is een profetische uitspraak, specifiek van toepassing op de Laatste Adam die komt om Zijn bruid op te eisen. Christus moet Zijn Vader verlaten en naar de aarde komen om met Zijn vrouw verenigd te worden. Het is NIET zo dat de bruid haar vader en moeder moet verlaten en naar de hemel moet gaan naar het huis van haar Man.” (hfst. 13; vgl. Gen. 2)

Over de eenheid van hoofd en lichaam: “Jezus Christus zal de bruid huwen, en toch onderscheiden van hen blijven op dezelfde manier als een man en vrouw als één verbonden zijn en toch onderscheiden blijven.” (hfst. 13)

Wet van de Eerstgeborene

Jones legt Ex. 22:29-30 uit als sleutel voor de timing van de openbaring der zonen van God:

“Het was onwettig om de eerstgeborene op een andere dag aan God te presenteren dan de achtste dag. Dit is een zeer belangrijke wet die de vastgestelde tijden bepaalt. We moeten de dingen niet op onze manier doen, maar op Gods manier. Hij heeft het ingesteld om ons de timing te laten zien van de openbaring van de zonen van God vermeld in Rom. 8:19.” (hfst. 8)

Jones onderscheidt drie scharen: “De overwinnaars, of de gerstschaar, zullen hun hart laten besnijden op de achtste dag van Loofhutten. De Kerk — dat is de tarweschaar — zal haar hart laten besnijden na het zevende millennium. De druivenschaar van de volken zal haar hart laten besnijden in het vijftigste millennium, wat het grote Scheppingsjubeljaar is.” (hfst. 8)

“Hierom wacht heel de schepping op de openbaring van de zonen van God (de overwinnaars eerst, gevolgd door de Kerk later). Wanneer ze deze openbaringen zien, zullen ze weten dat er ook hoop voor hen is.” (hfst. 8; vgl. Rom. 8:19)

Kerk en Israël — Juda-Jozef Typologie

Jones werkt een uitgebreide typologische ecclesiologie uit op basis van de twee huizen van Israël:

“Jezus Christus is uiteindelijk de Hersteller van de Breuk tussen Juda en Israël, de Koning met Zijn Koninkrijk, en het Hoofd met Zijn Lichaam.” (hfst. 11)

Over twee werken van Christus: “Het Judawerk was om de Messias-Koning voort te brengen, die moest sterven voor de zonden van de wereld… Het tweede werk van Christus, het Jozefwerk, was om de wereld te redden door de prediking van het Evangelie van het Koninkrijk in alle volken.” (hfst. 11)

Over de Kerk als Benjamintype: “In dit profetische verhaal wordt Jezus Christus voorgesteld als Juda, het Koninkrijk van God als Jozef, en de christenen als Benjamin… Jezus Christus is uiteindelijk de Hersteller van de Breuk tussen Juda en Israël.” (hfst. 11)

Over Mic. 5:2: “Betlehem Efrata bevat beide komsten van Christus: Zijn eerste komst was een Judawerk… Zijn tweede werk zal een Jozefwerk zijn. Efrata is de enkelvoudige vorm van de naam Efraïm… Efrata is een profetische verwijzing naar Zijn tweede werk, het werk van het Zoonschap, waarbij Christus vruchtbaar wordt en Zichzelf vermenigvuldigt in de aarde in ons, en vele zonen in heerlijkheid brengt.” (hfst. 11; vgl. Mic. 5:2; Hebr. 2:10)

Over de positie van het aardse Jeruzalem: “Nooit meer zal Hij een fysieke tempel verheerlijken op de oude tempelberg in de oude stad Jeruzalem.” (hfst. 14; vgl. Jer. 7:14; Ez. 10-11; Openb. 3:12; 22:4)

“God heeft nu Zijn naam en de naam van het Nieuwe Jeruzalem geplaatst op de tempel die Zijn Lichaam is.” (hfst. 14; vgl. Openb. 3:12; 22:4)

Beelden van de Kerk

Lichaam van Christus / Hoofd en Lichaam: “Het Hoofd en het Lichaam moeten als één samenkomen, maar het Hoofd zal altijd het Hoofd zijn, en het Lichaam zal altijd het Lichaam zijn.” (hfst. 13)

Ziel als baarmoeder van God: “De ziel van de mens is de baarmoeder van God waarmee Hij Zichzelf voortbrengt in de aarde.” (hfst. 14)

Bruid (huwelijksmetafoor): “Dit is de grote verbintenis tussen geest en ziel, tussen hemel en aarde, tussen God en mensen, tussen Christus en Zijn Bruid.” (hfst. 14; vgl. 1Kor. 4:15)

Wolk van getuigen: “In zekere zin hebben deze overwinnaars de roeping om Christus’ grote ‘wolk van getuigen’ te zijn… Openb. 1:7: ‘Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien.‘” (hfst. 13)

Eva uit Adams zijde: “Eva werd uit Adam genomen; de Kerk werd uit Jezus’ zijde genomen. In de scheiding van man en vrouw schiep God de behoefte aan het huwelijk om de twee terug te brengen in een nieuw soort eenheid.” (hfst. 13)

[SPANNING met eerdere bron]: De drie-scharen-ecclesiologie (gerstschaar = overwinnaars, tarweschaar = kerk, druivenschaar = volken) is een onderscheid dat in de gebruikelijke gereformeerde ecclesiologie niet voorkomt en Jones’ specifieke Loofhuttenfeest-hermeneutiek weerspiegelt.