Cees en Anneke Noordzij — Ecclesiologie
b7 — Het Loofhuttenfeest
Ware eenheid — loofhuttenfeest als type (Ef. 4:13)
“Het loofhuttenfeest begon op de vijftiende van de zevende maand. Deze ‘zevende’ feesttijd van de Heer is een prachtig beeld van de gemeenschap der heiligen, van ware eenheid. Elke Israëliet had maar één doel voor ogen: zich niet in ‘z’n huis’, maar in ‘een loofhut’ te richten op ‘de plaats die de Heer verkiezen zou’ (Deut. 16:15), op ‘Jeruzalem’, ‘zeven’ dagen lang (Lev. 23:43).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN WARE EENHEID’.
“Als wij nou eens konden beseffen wat dat allemaal betekent, dan zouden ook wij onze ‘huizen’ gehoorzaam achterlaten, om ons eensgezind ‘te richten op het hemelse Jeruzalem’ en ons dáár ‘verzamelen’, in geest en waarheid. Een andere oplossing om te komen tot ware eenheid is er niet.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN WARE EENHEID’.
Interpretatie: Loofhuttenfeest is typologisch beeld van de kerk als gemeenschap der heiligen in ware eenheid. Het verlaten van het eigen “huis” (eigen kerk/samenkomst/traditie) is voorwaarde voor eenheid. De eenheid vindt plaats in “het hemelse Jeruzalem”, niet in aardse structuren.
Hemelse Jeruzalem als verzamelplaats (Hebr. 12:22)
“Velen houden deze eenheid voor onmogelijk. Ze blijven dan ook liever achter in hun menselijk-religieuze weldoortimmerde ‘huizen’. Nu naar de ‘hemelse stad’ van de levende God opgaan? Dat kan toch niet! Maar bij God zijn alle dingen mogelijk! Hij heeft al lang het gereedschap gegeven om tot ware eenheid te komen: ware apostelen, profeten en evangelisten, ‘goede herders en leraars, die Gods kinderen stap voor stap verder helpen en samenbrengen, totdat zij allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon Gods bereiken’ (Ef. 4:13).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN WARE EENHEID’.
Interpretatie: De eenheid van het geloof (Ef. 4:13) is het doel van de bedieningen die Christus aan de kerk gaf: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Deze bedieningen brengen samen, niet menselijke organisatie.
Eén kudde en één Herder (Joh. 10:16)
“Dat zijn herders die bijeenbrengen. Door hen zal het worden één kudde met één Herder (Joh. 10:16). Allen één! Eén in ‘Jeruzalem’, één ‘het huis van de Vader’ (Joh. 14:2, 17:21). Dat is de eenheid, waar het loofhuttenfeest op wijst.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN WARE EENHEID’.
Interpretatie: De eenheid van de kerk is de eenheid van “één kudde met één Herder” (Joh. 10:16). Dit is niet institutioneel maar pneumatologisch: vereniging in het huis van de Vader door de herders die Christus zelf geeft.
Babel versus Sion — kerk als Gods huis (Hebr. 3:6)
“Met ‘Babel’ bedoelen we hetzelfde als wat het voor Israël betekende: gebondenheid in den vreemde. Toen Israël ongehoorzaam was, verloor het alles, de tempel incluis. Ook de kerk ging die weg op. Ook zij verloor haar heerlijkheid. Van haar verheven positie als ‘heilige natie en koninklijk priesterschap’ verviel ook zij tot een natie van zondeslaven. Ze werd weggevoerd naar het ‘land’ van háár ballingschap: naar ‘het vlees’ en ‘de wereld’, zonder ware blijdschap.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE VREUGDE’.
“Babel is niet de stad van God. Het is de aardse namaak van Zijn hemelse stad. Alles is er nèt echt. Maar haar lot is bezegeld: ze is in wezen al aan het instorten (Openb. 18:2). Vandaar Gods oproep: ‘Ga uit, Mijn volk. Ook jullie hebben van haar wijn gedronken’ (Openb. 18:3).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE VREUGDE’.
Interpretatie: De kerk kan in “Babylonische ballingschap” terechtkomen: gebondenheid aan het vlees en de wereld, verlies van haar positie als heilige natie en koninklijk priesterschap. Babel is aardse namaak van de hemelse stad. Gods oproep is uit te gaan. [SPANNING met kerkelijke modellen die institutionele binding benadrukken]
Tempel als Gods huis — niet met handen gemaakt (Hand. 7:48)
“Hij sprak niet van een aards huis. Hij sprak van een hemelse tempel, waarvan wij levende stenen kunnen zijn. Het gaat God om dàt huis. Zijn bedoeling is een eeuwige, onzichtbare tempel, waarin Hij Zijn heerlijkheid kan openbaren, op het ware loofhuttenfeest (Hag. 2:10).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLEDIG HERSTEL’.
“Toen Salomo de tempelbouw klaar had, werd de ark naar binnen gebracht en ‘toen de priesters naar buiten kwamen, vulde een wolk het huis van de Heer, zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen: de heerlijkheid van de Heer had de tempel vervuld’ (1Kon. 8:10-11). Dit alles vond plaats op het feest in de maand Ethanim (=de zevende, de maand van het loofhuttenfeest, vers 2). Zo zal God Zijn ‘huis’, dat niet met handen is gemaakt, vervullen met Zijn heerlijkheid op het èchte loofhuttenfeest.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE HEERLIJKHEID’.
Interpretatie: De tempel waarop het loofhuttenfeest wijst is niet het aardse gebouw maar Gods huis “niet met handen gemaakt” — de kerk als levende stenen (1Pet. 2:5). De heerlijkheid van de Heer vervult dit huis op het ware loofhuttenfeest (hemelse realiteit).
Koninklijk priesterschap — orde van Melchizedek (Hebr. 6:20)
“De heerlijkheid, die de Vader aan Jezus gaf, moet als het ware geërfd worden door de ‘twaalf’, de ‘144.000’, de tot koninklijk priesterschap geroepen ‘zonen Gods’. Dat zal zijn tot heil van de ganse schepping (vgl. Joh. 17:22, Rom. 8:19, Openb. 12:1,5).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE HEERLIJKHEID’.
“Dat ‘nieuwe’ priesterschap is onvergankelijk, ‘krachtens een onvernietigbaar leven’ (Hebr. 7:16). Alles van het tijdelijke doet hier geen nut. Natuurlijke voordelen, menselijke bekwaamheden en verworvenheden, aardse verschillen in ras, opvoeding of kerkelijk succes, dit alles heeft hier geen waarde. Het heeft geen weet van vader, moeder, geslacht, begin of eind (Hebr. 7:3). Het is in geest en waarheid, van Melchizedek, van de ‘Koning van de gerechtigheid, de Koning van Salem’ (=Vredevorst, Hebr. 7:2). Dat koninklijke priesterschap ‘bestaat in gerechtigheid, vrede en blijdschap door de Geest’ (Rom. 14:17).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE HEERLIJKHEID’.
Interpretatie: Het koninklijk priesterschap van de kerk (1Pet. 2:9) is naar de orde van Melchizedek (Hebr. 6:20), niet het Levitische priesterschap. Dit priesterschap is onvergankelijk, onderscheiden van aardse voorrechten (ras, opvoeding, kerkelijk succes). Het bestaat in gerechtigheid, vrede en blijdschap door de Geest (Rom. 14:17).
Goede herders vs. huurlingen (Ef. 4:11)
“Goede herders doen dat wel [bijeenbrengen], zonder enig bijoogmerk, onbaatzuchtig, met zuivere motieven. Ze zoeken niet hun eigen belang en eer (Joh. 7:18). Ze wijzen net als Johannes de Doper van zich af, op Jezus (Joh. 1:35-37). Hun boodschap is: ‘Kom, laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar Sion, naar het huis van God, opdat Hij ons kan leren en opdat wij Zijn paden bewandelen’ (naar Jes. 2:3). Dat zijn herders die bijeenbrengen. Door hen zal het worden één kudde met één Herder (Joh. 10:16).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN WARE EENHEID’.
Interpretatie: De bedieningen die Christus geeft (Ef. 4:11) zijn “goede herders” die bijeenbrengen, in tegenstelling tot huurlingen en misleiders (2Joh. 7) die eigen belang zoeken. Zij wijzen weg van zichzelf naar Jezus.
Kerk als akker van God — vruchtbaarheid door de Geest (1Kor. 3:9)
“‘De wijngaard van de Heer is het huis Israëls’, Zijn volk (Jes. 5:1-7). De aarde waarin het zaad gezaaid wordt, zijn zij die in Jezus geloven (Marc. 4:1-20). En Paulus zegt: ‘Gods akker zijn jullie’ (1Kor. 3:9). We weten, dat ‘de Vader de landman is’ (Joh. 15:1). Als wij Zijn akker zijn, dan zal Hij alles doen om ons tot grote vruchtbaarheid te brengen.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN DE VOLLE OOGST’.
“Het is altijd Gods bedoeling geweest, dat Zijn Gemeente vruchten zou voortbrengen door een aanhoudende groei in de Geest. Tot op heden kwam de Landman naar Zijn akker om te zaaien, te snoeien en te begieten, zonder iets terug te verwachten. Nu de oogsttijd nadert, komt Hij met maar één doel: om de vruchten van de Geest in Zijn volk te oogsten.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN DE VOLLE OOGST’.
Interpretatie: De kerk is Gods akker (1Kor. 3:9), gelovigen zijn de aarde waarin het zaad (het Woord) wordt gezaaid. De Vader is de landman (Joh. 15:1). Het doel is vruchten van de Geest (Gal. 5:22), niet werken in eigen kracht.
Bekering (metanoia) als voorwaarde voor vruchtbaarheid (Matt. 3:8)
“Mensen zien graag vruchten van het werk, van de boodschap, zichtbare resultaten van inspanning (Luc. 16:15). God wil goede vruchten, vruchten van de Geest. Maar al te vaak worden produkten van menselijk werk aangezien als goede vruchten. Ze worden als Kaïns ‘vruchten der aarde’ door God niet geaccepteerd (Gen. 4:3). Goede vruchten kunnen alleen worden voortgebracht na een bijbelse bekering. Het Griekse woord, dat als bekering is vertaald, is metanoia. Het betekent een verandering van denken.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN DE VOLLE OOGST’.
“‘Reeds ligt de bijl aan de wortel van die bomen: iedere boom, die geen goede vruchten voortbrengt die aan de metanoia beantwoorden, wordt omgehakt’ (Matt. 3:8-10). Vandaar dat Jezus zegt tot alle gemeenten: ‘Ik ken jullie werken’ en dat Hij tot vijf van de zeven gemeenten moet zeggen: ‘Bekeer je’ (Openb. 2 en 3).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN DE VOLLE OOGST’.
Interpretatie: Vruchtbaarheid van de kerk vereist metanoia (verandering van denken, Rom. 12:2). Gemeenten die geen goede vruchten voortbrengen naar de Geest worden aangesproken op bekering (Openb. 2-3). Kaïns vruchten (Gen. 4:3) zijn werken uit het vlees, geen vruchten van de Geest.
Volmaakte rust — het loofhuttenfeest als vervulling (Hebr. 4:9)
“Die volmaakte rust gaat Gods volk kennen op het zevende feest in de zevende maand. En zoals de Israëlieten rustten aan het eind van de week, op de zevende dag, zo is het loofhuttenfeest de uiteindelijke volle rust na het ‘werken’ van het volk van God. De eerste dag van het feest was op de vijftiende van de zevende maand. Het werd zeven dagen gevierd (Lev. 23:39). De laatste dag was de éénentwintigste. Omdat 21 het drievoud is van zeven, betekent dit stellig, dat de ‘volmaakte rust die blijft voor het volk van God’ dan is aangebroken (vgl. Hebr. 4:9).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLMAAKTE RUST’.
“Wij mogen ook ‘gaan tot in Gods rust’ en er nu een rustplaats vinden (Hebr. 4:1,6-7,10-11). Als dit ons verlangen is, vraagt God van ons een nauwgezette wandel in de geest, vol geloof, volharding en geduld. Zonder nauwkeurig te luisteren naar Zijn stem vallen we absoluut in dezelfde fouten als het natuurlijke volk Israël.”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLMAAKTE RUST’.
Interpretatie: Het loofhuttenfeest is het type van de “sabbatsrust die blijft voor het volk van God” (Hebr. 4:9). Deze rust wordt niet bereikt door werken maar door geloof en gehoorzaamheid. De kerk gaat in deze rust in door een wandel in de Geest.
Zending — heil van de ganse schepping (Rom. 8:19-21)
“Die heerlijkheid zal uiteindelijk de hele Gemeente vervullen (Openb. 19:10-11). Die heerlijkheid zal zelfs een licht zijn tot heil der volken en zal schijnen tot in alle uithoeken van de aarde, ja, zelfs tot in de gehele schepping (Jes. 49:6, Hand. 13:47, Rom. 8:19-21).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLE HEERLIJKHEID’.
Interpretatie: De zending van de kerk strekt zich uit tot “heil der volken” (Jes. 49:6, Hand. 13:47) en uiteindelijk tot de ganse schepping (Rom. 8:19-21). De heerlijkheid van de Gemeente (Openb. 19:10-11) is het licht dat de volken bereikt.
Herstel van de tempeldienst — eenheid in aanbidding (Neh. 8:14-18)
“Toen brak de zevende maand aan, de maand van het loofhuttenfeest. We lezen, dat toen iedereen die ‘de wet kon begrijpen, als één man bijeen kwam voor de Waterpoort’ (Neh. 8:1-3). Ezra las de wet voor (Neh. 8:4). Anderen ‘gaven uitleg, zodat men het voorgelezene begreep’ (Neh. 8:9).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLEDIG HERSTEL’.
“‘En het hele volk maakte loofhutten en woonde erin’ (Neh. 8:18). Wat een schouwspel! Overal duizenden en nog eens duizenden hutten van takken: op de daken van de huizen, op de straten van Jeruzalem, op het tempelplein, zeven dagen lang. Die looftakken hebben allemaal hun symbolische betekenis. Ze spreken van voorspoed, vreugde, overvloed en geluk. Er komt een ‘dag van zeer grote vreugde’ voor ieder, die uit zijn ‘huis’ gaat om die feesttijd van de Heer te vieren (Neh. 8:18).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN VOLLEDIG HERSTEL’.
Interpretatie: Het herstel van de tempeldienst (Neh. 8) is type voor de eenheid van de kerk in ware aanbidding. Het volk kwam als “één man” bijeen, luisterde naar de wet (Gods Woord) en woonde in loofhutten — een beeld van de kerk die haar aardse “huis” verlaat voor de samenkomst in God.
Levend water op het loofhuttenfeest (Joh. 7:37-38)
“Tijdens de ceremonie keek iedereen in grote stilte naar wat de aardse hogepriester deed. Toen wist Jezus dat de tijd gekomen was om de betekenis ervan bekend te maken. ‘Hij stond op en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij dan bij Mij komen drinken! Dan zullen er, als hij in Mij gelooft, stromen van levend water uit zijn binnenste vloeien’ (Joh. 7:37-38).”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN ZIJN VERSCHIJNING’.
“Wie bij voortduring ‘Hem in’ gelooft en zo ‘in Christus’ komt, zal niet alleen levend water indrinken, maar op den duur zullen er stromen van levend water ook uit hem gaan vloeien. Hij wordt dan een bron. Dat is een loofhuttenfeestervaring!”
Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’, sectie ‘HET FEEST VAN ZIJN VERSCHIJNING’.
Interpretatie: Op de laatste dag van het loofhuttenfeest (Joh. 7:37) belooft Jezus dat wie in Hem gelooft een bron van levend water zal worden. Dit wijst op de kerk die niet alleen drinkt maar ook uitstroomt — zending vanuit de Geest-vervulde gemeente.