Cees en Anneke Noordzij — Ecclesiologie

b5 — De hand aan de ploeg slaan


Geestelijke tempel (niet letterlijk/natuurlijk)

“Toen de Heer zei: ‘Breek deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen’, dacht Hij niet aan een natuurlijke tempel (zoals de schriftgeleerden). Hij dacht aan een geestelijke tempel van God. Hij dacht aan Zichzelf (Joh.2:19-21, vgl. Kol.2:9).”

“Zo worden wij een levend offer, een waar priester, een geestelijke tempel en nog veel meer (1Kor.3:16, Rom.12:1).”

Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, sectie ‘Rechte voren trekken’.

Interpretatie: De auteurs hanteren consequent een geestelijk-typologische hermeneutiek: de zichtbare tempel is schaduwbeeld van de geestelijke tempel (Christus en zijn lichaam), niet omgekeerd. Het begrip ‘recht snijden’ (orthotomeo) is de sleutel: consequent onderscheid maken tussen het aardse schaduwbeeld en de geestelijke werkelijkheid.

Koninklijk priesterschap als roeping van gelovigen

“Daarom moet ieder, die zich geroepen weet tot koninklijk priesterschap de hand aan de ploeg slaan en de Vader vragen hem te wijden, te heiligen en te zalven met Zijn Geest. Dan zal hij, als hij zich in ‘linnen’ (=rust) kleedt, voor Hem mogen staan om Hem te dienen (Deut.10:8).”

Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, sectie ‘De roeping van Elisa’.

Interpretatie: Koninklijk priesterschap is niet ambtelijk-institutioneel maar geestelijk-persoonlijk: het vereist heiliging, zalving en rust als voorwaarden voor dienst aan de Heer.

Prioriteit van dienen van de Heer boven dienen van de gemeente

“Dat deden de leraren en profeten in Handelingen 13:2 ook. Ze dienden in eerste instantie niet de gemeente, niet de armen, niet hun volksgenoten. Ze dienden daar vastend en biddend de Heer. Als Maria’s zaten ze bij Hem. Dáárom werden er te Antiochië mensen afgezonderd voor het werk van de Heer.”

Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, sectie ‘Ploegen en rusten’.

Afgezonderd worden voor het werk van de Heer vanuit aanbidding

“Eigenlijk zou iedere werker op Gods akker altijd eerst bij Hem moeten komen en eerst dienend ‘voor de Heer willen staan’ om vandaar uit te ‘zegenen in Zijn naam’ (Deut.10:8). Eigenlijk is het tot rust komen een voorwaarde om effectief een zegen voor anderen te kunnen zijn. Daarom zoekt God ‘waarachtige aanbidders, die Hem aanbidden in geest en in waarheid’ (Joh.4:23).”

Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, sectie ‘Ploegen en rusten’.

[SPANNING met eerdere bron] De in b4 gesignaleerde volgorde (gemeentedienst → Herendienst) wordt hier omgekeerd: aanbidding van de Heer is voorwaarde, niet resultante, van effectieve dienst.

Eén kudde en één herder

“Dáár wordt het één kudde en één herder van schapen die de stem van de goede Herder kennen (Joh.10:16). Dat is niet iets voor later. Wie Hem volgt, ervaart dat hier en nu.”

Noordzij, ‘De hand aan de ploeg slaan’, sectie ‘Rechte voren trekken’.

Interpretatie: Kerkelijke eenheid is niet institutioneel-organisatorisch maar pneumatologisch: het is de huidige ervaring van hen die de stem van de Goede Herder gehoorzamen, niet een toekomstig eschatologisch ideaal.