George Warnock — Ecclesiologie

b2 — Evening and Morning


Kerk als levend organisme — onderhevig aan verandering

In de inleiding van Evening and Morning formuleert Warnock een ecclesiologisch kernprincipe: de structuur van de kerk is geen statische grootheid maar een levend groeiproces:

“de structuur van Zijn Kerk is evenzeer een uitvloeisel van de Wet van het Leven (en daarom evenzeer onderhevig aan verandering), als het geval is bij elk ander levend ding dat Hij geschapen heeft. Indien er LEVEN is, dan moet er noodzakelijkerwijs GROEI zijn, en VERANDERING, en TRANSFORMATIE — anders is Gods doel in het schenken van dat leven niet vervuld.”1 — George H. Warnock, Evening and Morning, Preface

“God doet een NIEUW DING op aarde, en de poging van de mens om een of andere religieuze structuur uit het verleden te herstellen, hoe bruikbaar die ook geweest mag zijn in een andere tijd, is ijdel en vergeefs.”2 — Preface

Interpretatie: Warnock keert zich expliciet tegen het herstel van historische kerkstructuren als doel op zichzelf. De kerk is een levend organisme, niet een te reconstrueren institutie.


Kerk in nieuwe fase — de 42e generatie

Warnock beschrijft de kerk als staand aan de grens van een nieuwe fase, vergelijkbaar met Israël op de vlakten van Moab vóór de intocht in Kanaän:

“Voor mensen met vooruitziende blik en inzicht is het volkomen duidelijk dat de Kerk van Jezus Christus op het punt staat een nieuwe fase van leven en waarheid binnen te gaan in dit, het meest kritieke uur van haar lange geschiedenis.”3 — hfst. 1

“Hier staan wij als Israël op de vlakten van Moab, na de directe leiding van de Heer te hebben gekend gedurende deze 41 legerplaatsen, maar zonder werkelijk ergens heen te zijn gegaan. Maar de 42e generatie staat op het punt haar 42e legerplaats op te slaan — onder de leiding van onze Jozua!”4 — hfst. 2

“Zo is de Kerk van Jezus Christus van haar aanvang in den beginne tot op deze dag werkelijk nergens heen gegaan. Wij mogen zeggen wat wij willen over onze strijd, onze veroveringen, onze overwinningen, onze zegen — laten wij de feiten onder ogen zien. Wij hebben, als Kerk, geen werkelijke voortgang gemaakt in de verovering van de wereld.”5 — hfst. 2

Interpretatie: Warnock leest de kerkgeschiedenis (van Reformatie via Methodisme tot Pinksteren) als voorbereidende “woestijntochten”, en verwacht een definitieve overwinning onder nieuwe leiding — een Joshua-figuur die staat voor de volle heerschappij van Christus.


God’s doel: een glorieuze Kerk zonder vlek of rimpel

Warnock beroept zich op Ef. 5:27 als ecclesiologisch programma:

“Gods voornemen vereist een triomfantelijke Kerk in de laatste dag. Gods voornemen vereist dat er een ‘heerlijke Kerk’ zal zijn, ‘geen vlek of rimpel hebbend, of iets dergelijks; maar dat zij heilig zou zijn en onberispelijk’ (Ef. 5:27).”6 — hfst. 2

“Gods voornemen vereist dat het bouwwerk opgaat tot heerlijke voltooiing. Gods voornemen vereist dat de heilige Tempel Gods komt tot heerlijke volmaaktheid. Het is geen kwestie van onze waardigheid. Het is Gods Naam die op het spel staat!”7 — hfst. 2

Interpretatie: De volmaaktheid van de kerk is voor Warnock geen menselijke prestatie maar een kwestie van Gods eer. Het gaat niet om de waardigheid van de gelovigen, maar om de heiligheid van Gods naam.


Lichaam van Christus: Christus inclusief het lichaam

In hoofdstuk 2 geeft Warnock een bijzondere uitleg van 1Kor. 12:12 waarbij hij “Christus” als inclusief begrip opvat:

“‘Want gelijk het lichaam één is… ZO IS OOK CHRISTUS’ (1 Kor. 12:12). Niet ‘zo is ook het lichaam van Christus,’ maar ‘zo is ook Christus.’ ‘Christus’ sluit het lichaam in, omdat ‘Christus’ ‘Gezalfde’ betekent en wij delen in ‘dezelfde zalving’ (1 Joh. 2:27), zijn deelgenoten van dezelfde Geest, en worden daarom ‘van Zijn vlees, en van Zijn beenderen’ (Ef. 5:30).”8 — hfst. 2

“God heeft Hem gegeven ‘om Hoofd te zijn boven alle dingen aan de Gemeente, welke Zijn lichaam is, DE VOLHEID VAN HEM die alles in allen vervult’ (Ef. 1:22, 23).”9 — hfst. 5

“De wijze waarop God Zijn volheid in de Heere Jezus heeft openbaar gemaakt, is dezelfde als de wijze waarop de Heere Jezus Zijn volheid openbaar maakt in de Kerk, die Zijn Lichaam is.”10 — hfst. 5

Interpretatie: Voor Warnock is de kerk niet slechts een organisme dat Christus vertegenwoordigt, maar de ruimte waarin Christus zelf tot vervulling komt. De kerk is de volheid van Hem die alles in alles vervult.


Kerk als het probleem — zout en licht

In hoofdstuk 4 formuleert Warnock een scherpe ecclesiologische zelfkritiek:

“Vele instanties op aarde en in de Kerk proberen wanhopig de problemen van de aarde op te lossen, maar in de grond is het probleem de Kerk zelf. In plaats van het antwoord te zijn op menselijke nood, zijn wij het probleem. Gods probleem is altijd geweest met Zijn eigen volk, niet met de wereld.”11 — hfst. 4

“Zij zijn het werkelijke probleem, want zij worden geacht ‘het zout der aarde’ te zijn. Hoe kunnen wij dan de verdorvenheid van de wereld veroordelen, wanneer het zout zijn smaak verloren heeft?”12 — hfst. 4

“Wij worden geacht ‘het licht der wereld’ te zijn. (Jezus was het Licht toen Hij hier was; maar WIJ ZIJN het nu, nu Hij is heengegaan. Zie Joh. 9:5; Matt. 5:14). Waarom dan veroordelen wij de wereld omdat zij in duisternis wandelt, wanneer het licht nagenoeg is uitgedoofd?”13 — hfst. 4

Interpretatie: Warnock keert de morele aanklacht tegen de wereld om: de kerk is zout en licht (Matt. 5:13-14), en het falen van de wereld is primair het falen van de kerk. Dit is een consistent thema met zijn kritiek op de Laodicean-geest in b1.


Kerk en oordeel — oordeel begint bij het huis van God

Warnock verbindt Ez. 9 en Openb. 7 met de huidige situatie van de kerk:

“Dit zijn degenen die in deze dag en dit uur ‘gemerkt’ worden door de man met de schrijversinkthoorn aan zijn zijde. ‘En de Heer zeide tot hem: Ga door het midden der stad… en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en die kermen over al de gruwelen die in haar midden geschieden’ (Ezech. 9:4). Dit ‘Merken’ geloven wij dat zelfs nu plaatsvindt.”14 — hfst. 4

“Het oordeel staat op het punt te vallen, maar het moet eerst beginnen bij het huis van God. Voordat de man uitgaat met het slachtwapen in zijn hand, worden de uitverkorenen gemerkt. Voordat de vier winden der aarde worden losgelaten over de mensheid, moeten ‘de dienstknechten van onze God’ in hun voorhoofden verzegeld worden (Openb. 7:3).”15 — hfst. 4

Interpretatie: Warnock past het principe “oordeel begint bij het huis Gods” (vgl. 1Pet. 4:17) toe op de kerkelijke situatie van zijn tijd. Er is een uitverkoren restgroep die “zucht en treurt” over de gruwelen in de kerk — parallellen met de b1-thematiek van overwinnaars als kern.


Kerkregering — bedieningen die naar Christus leiden

In hoofdstuk 5 formuleert Warnock een norm voor het doel van bedieningen:

“Dat is dus het doel van de bediening die God in het Lichaam heeft gesteld. Bediening die erin slaagt, bewust of onbewust, het volk in vereniging met de bediening te brengen, in plaats van in vereniging met de Zoon, heeft haar doel gemist.”16 — hfst. 5

“zij die God heeft gezonden moeten er zorgvuldig op toezien dat de heiligen worden gebracht in die plaats van onvoorwaardelijke trouw aan de Heer Christus Zelf… zodat wij ‘in alle dingen opwassen tot Hem die het Hoofd is, namelijk Christus’ (Ef. 4:15).”17 — hfst. 5

Kritiek op kerkelijke concilies:

“Hoe staat het met de Apostolische Geloofsbelijdenis? Ik heb haar nooit bestudeerd, en ben er ook niet werkelijk in geïnteresseerd, want de apostelen waren dood en begraven toen kerkleiders bijeenkwamen en de Apostolische Geloofsbelijdenis opstelden. De apostelen waren niet eens op het concilie aanwezig. Wat wij, als het Lichaam van Christus, in dit uur moeten doen, is terugkeren tot de liefde en het leven van de apostelen.”18 — hfst. 5

Interpretatie: Warnock hanteert een pneumatologisch-organisch kerkmodel waarbij gezag niet ligt bij concilies of instellingen, maar in het levende getuigenis van apostolische liefde en leven. Bedieningen zijn instrumenteel — ze dienen om mensen in Christus te brengen, niet in zichzelf.


Eenheid van het lichaam — organisch, niet institutioneel

In hoofdstuk 5 beschrijft Warnock hoe kerkelijke eenheid tot stand komt:

“Het is niet slechts als individuen maar in vereniging met het Lichaam van Christus dat wij in Zijn Goddelijke volheid zullen komen. Paulus zegt: ‘Opdat Christus door het geloof in uw harten wone; opdat gij, in de liefde geworteld en gegrond zijnde, zoudt kunnen begrijpen MET AL DE HEILIGEN, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij…’ (Ef. 3:17, 18).”19 — hfst. 5

“naarmate wij allen aldus het aangezicht des Heren aanschouwen en veranderd worden naar het beeld van Zijn Zoon en MET HEM VERBONDEN ZIJN, ontdekken wij tot onze vreugde en verbazing dat wij in vereniging en gemeenschap zijn met de andere leden van het Lichaam van Christus, die op gelijke wijze onderwezen en getuchtigd zijn in hun individuele verhouding tot Hem.”20 — hfst. 5

“deze samenvoeging heeft niet noodzakelijkerwijs ten doel hen recht te zetten, of te trachten hen opnieuw naar onze vorm te kneden.”21 — hfst. 5

Interpretatie: Eenheid bij Warnock is geen institutioneel project maar het bijproduct van individuele verbinding met Christus. Dit sluit nauw aan op zijn eenheidsvisie in b1 (hfst. 8), maar verschuift de nadruk van apostolische bediening als middel naar de persoonlijke verbinding met Christus als fundament.

[SPANNING met b1: In b1 legt Warnock meer nadruk op apostolische bedieningen (Ef. 4) als middel tot eenheid. In b2 verschuift de nadruk naar de individuele verbinding met Christus als primaire bron van eenheid.]


Kerk als koninklijk priesterschap — tempel van levende stenen

In het slotdeel van hfst. 5 beschrijft Warnock de eschatologische vorm van de kerk:

“wij die met Hem verenigd zijn, zouden levende stenen worden van die Tempel, evenals mede-priesters en mede-heersers met Hem in een geheel andere orde, een Koninklijk Priesterschap naar de orde van Melchizedek.”22 — hfst. 5

“De volheid die Hij in Zijn vele zonen zou openbaren, is bedoeld om de ‘lofzangen (de uitnemendheden, de deugden, de heerlijkheid) bekend te maken van Hem die ons uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.‘”23 — hfst. 5

Interpretatie: De kerk als koninklijk priesterschap (1Pet. 2:9) wordt door Warnock verbonden met de Melchizedek-orde — een priesterschap dat boven de Levitische orde staat en de eschatologische voltooiing van het tempel-beeld vertegenwoordigt.


Originele citaten

Footnotes

  1. Origineel EN: “the structure of His Church is just as much an outgrowth of the Law of Life (and therefore just as much subject to change), as is the case in any other living thing that He has created. If there is LIFE, then there must needs be GROWTH, and CHANGE, and TRANSFORMATION—otherwise God’s purpose in imparting that life has not been fulfilled.”

  2. Origineel EN: “God is doing a NEW THING in the earth, and man’s attempt to re-establish some religious structure of the past, useful as it may have been in another day, is vain and futile.”

  3. Origineel EN: “To men of foresight and understanding it is quite evident that the Church of Jesus Christ is about to enter into a new phase of life and truth in this the most critical hour of her long history.”

  4. Origineel EN: “Here we stand like Israel on the plains of Moab, having known the direct leading of the Lord throughout these 41 encampments, but not having gone anywhere. But the 42nd generation is about to make her 42nd encampment—under the leadership of our Joshua!”

  5. Origineel EN: “So the Church of Jesus Christ from its inception in the beginning until this day has not really gone anywhere. We may talk as we will about our warfare, our conquests, our victories, our blessing—let us face the facts. We, as a Church, have not made any real progress in the conquest of the world.”

  6. Origineel EN: “God’s purpose demands a triumphant Church in the last day. God’s purpose demands that there shall be a ‘glorious Church, not having spot, or wrinkle, or any such thing; but that it should be holy and without blemish’ (Eph. 5:27).”

  7. Origineel EN: “God’s purpose demands that the building rises up unto glorious completion. God’s purpose demands that the holy Temple of God comes into glorious perfection. It is not a case of our worthiness. It is God’s Name that is at stake!”

  8. Origineel EN: “‘For as the body is one… SO ALSO IS CHRIST’ (1 Cor. 12:12). Not ‘so also is the body of Christ,’ but ‘so also is Christ.’ ‘Christ’ includes the body, because ‘Christ’ means ‘Anointed One’ and we share the ‘same anointing’ (1 Jn. 2:27), are partakers of the same Spirit, and therefore become ‘of his flesh, and of his bones’ (Eph. 5:30).”

  9. Origineel EN: “God hath given Him ‘to be the head over all things to the church, which is his body, THE FULNESS OF HIM that filleth all in all’ (Eph. 1:22, 23).”

  10. Origineel EN: “The manner in which God manifested His fulness in the Lord Jesus is the same as the manner in which the Lord Jesus manifests His fulness in the Church, which is His Body.”

  11. Origineel EN: “Many agencies in the earth and in the Church are desperately trying to solve earth’s problems, but basically the problem is the Church itself. Instead of being the answer to human need, we are the problem. God’s problem has always been with His own people, not with the world.”

  12. Origineel EN: “They are the real problem, because they are supposed to be the ‘salt of the earth.’ How then can we condemn the corruption of the world, when the salt has lost its savour?”

  13. Origineel EN: “We are supposed to be ‘the light of the world.’ (Jesus was the Light when He was here; but WE ARE now that He has gone away. See Jn. 9:5; Matt. 5:14). Why then do we condemn the world for walking in darkness, when the light has become well nigh extinguished?”

  14. Origineel EN: “These are the ones who are being ‘marked’ in this day and hour, by the man with the inkhorn at his side. ‘And the Lord said unto him, Go through the midst of the city… and set a mark upon the foreheads of the men that sigh and that cry for all the abominations that be done in the midst thereof’ (Ezek. 9:4). This ‘Marking’ we believe is even now taking place.”

  15. Origineel EN: “Judgment is about to fall, but it must first begin at the house of God. Before the man goes forth with the slaughter-weapon in his hand, the chosen ones are being marked. Before the four winds of the earth are loosed upon mankind, ‘the servants of our God’ must be sealed in their foreheads (Rev. 7:3).”

  16. Origineel EN: “That is therefore the purpose of the ministry which God hath set in the Body. ministry which succeeds, knowingly or otherwise, in bringing the people into union with the ministry, rather than into union with the Son, has failed in its purpose.”

  17. Origineel EN: “those whom God hath sent must be careful to see that the saints are brought into that place of unconditional loyalty to the Lord Christ Himself… that we ‘grow up into him in all things, which is the head, even Christ’ (Eph. 4:15).”

  18. Origineel EN: “What about the Apostles’ Creed? I have never studied it, nor am I really too interested in it, because the apostles were dead and buried when church leaders got together and made the Apostles’ Creed. The apostles were not even at the council. What we, as the Body of Christ, must do in this hour is come back to the apostles’ love and life.”

  19. Origineel EN: “It is not merely as individuals but in union with the Body of Christ that we shall come into his Divine fulness. Says Paul, ‘That Christ may dwell in your hearts by faith; that ye, being rooted and grounded in love, may be able to comprehend WITH ALL SAINTS, what is the breadth, and length, and depth, and height…’ (Eph. 3:17, 18).”

  20. Origineel EN: “as we all, thus beholding the face of the Lord and being transformed into the image of His Son and are JOINED UNTO HIM, we discover to our joy and amazement, that we are in union and fellowship with the other members of the Body of Christ, who have been likewise taught and disciplined in their individual relationship with Him.”

  21. Origineel EN: “this joining together is not necessarily for the purpose of setting them straight, or trying to fashion them afresh after our mould.”

  22. Origineel EN: “we in union with Him would become living stones of that Temple, as well as co-priests and co-rulers with Him in an entirely different order, a Royal Priesthood after the order of Melchizedek.”

  23. Origineel EN: “The fulness that He would manifest in His many sons is for the purpose of showing forth the ‘praises (the excellencies, the virtues, the glory) of Him who hath called us out of darkness into His marvelous light.‘”