Cees en Anneke Noordzij — Christologie
b8 — Jezus’ wondertekenen in het Johannes-evangelie
Jezus openbaart zijn heerlijkheid door tekenen
Noordzij ziet de wondertekenen in Johannes als manifestatie van Jezus’ heerlijkheid:
“Veel mensen kwamen tot geloof in Zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die Hij deed” (Joh. 2:23).
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“Dit heeft Jezus gedaan als begin van Zijn tekenen. In Kana heeft Hij Zijn heerlijkheid geopenbaard en Zijn discipelen geloofden in Hem” (Joh. 2:11).
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: De tekenen zijn niet willekeurige machtsvertoon maar revelatie van Jezus’ heerlijkheid. Ze werken geloof, want zij openbaren wie Jezus is.
Transformatie in Kana — Water tot wijn, volheid in Christus
Noordzij leest het wonder van Kana als beeld van Christus’ transformatiewerk:
“Toen de pinksterwijn op was, deed Jezus Zijn eerste wonderteken en openbaarde Hij Zijn heerlijkheid (Joh. 2:11). Hij zei: ‘Vul de vaten met water. Maak ze vol tot de rand.’ ‘En ze vulden ze tot de rand’ (Joh. 2:7). Vol tot de rand! Volheid in de ‘zes vaten’. Dat is geen pinksterbeleving meer, maar het komen van de volle heerlijkheid van het loofhuttenfeest, van de volle oogst. Dan wordt dat ‘water’ (=Woord) in ‘wijn’ (=Leven) veranderd!”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Het water-tot-wijn-wonder wijst op Christus’ werk als transformator: het Woord dat dood maakt wordt in Christus tot werkend Leven. Zes vaten = volheid van de menselijke natuur onder Christus’ heerschappij.
Genezing op de Grote Verzoendag — Jezus als eeuwige hogepriester
Noordzij beschrijft de genezing in Bethesda als geschied op de Grote Verzoendag, waarbij Jezus zelf het priesterwerk doet:
“De dag waarop Jezus dit teken deed was de grote verzoendag (Lev. 16:29-31). Dat is een ongelooflijk heerlijke dag! Dan doet de hogepriester ‘verzoening over het heiligdom, om de onreinheden van het volk, om hun overtredingen en al hun zonden’ (Lev. 16:16, 30). Wij hebben een hemelse hogepriester, Jezus, die universeel de ‘verzwakte mens’ in ‘Bethesda’ opricht door het Woord dat Hij spreekt.”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“Christus genas een ‘man’, die ‘achtendertig jaar’ ‘zwak’ was geweest. Had Israël niet achtendertig jaar lang in de woestijn rondgedoold als gevolg van de zonde van ongeloof? (Deut. 2:14). Jezus zei tot hem: ‘Sta op, neem je slaapmat op en ga lopen’ (Joh. 5:8). ‘En meteen werd de man gezond, nam zijn slaapmat op en hij liep!’ (Joh. 5:9).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Jezus werkt als eeuwige hogepriester die universeel verzoening brengt — niet voor Israël alleen op één dag per jaar, maar voor alle mensen door zijn Woord. De genezing is tegelijk genezing van zonden en van de ziekten die uit zonde voortkomen.
Jezus als het ware licht — Blindgeborene
Noordzij ziet in Jezus’ genezing van de blindgeborene zijn manifestatie als het ware licht:
“‘Hij is het waarachtige licht, dat ieder mens licht geeft’ (Joh. 1:2-9). ‘Hij zei tot de blinde: Ga je wassen in het badwater Siloam, wat vertaald wordt door: uitgezonden’ (Joh. 9:7).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“Hoe zijn je ogen opengegaan? vroegen de buren hem (Joh. 9:10). Hij zei: Door iemand die Jezus heet” (Joh. 9:11). “En hij ging weg, waste zich en toen hij terugkwam, kon hij zien” (Joh. 9:7).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Jezus is het waarachtige licht (Joh. 1:9). Het wonder bij de blindgeborene verwijst naar de komst van Jezus als licht in een wereld van duisternis. Hij geeft niet alleen fysieke zicht maar ook geestelijke opening — hij ‘zendt’ uit (Siloam = uitgezonden, wijzend op Jezus zelf als gezondene Zoon).
Opwekking van Lazarus — Jezus als leven-gever en hersteller
Noordzij ziet de opwekking van Lazarus als centraal teken van Jezus’ macht over de dood:
“‘Ziekten als die van Job en die van Lazarus, zijn niet om te overlijden maar om God te eren’ (Joh. 11:4). Lazarus is een beeld van de ‘volheid van Christus,’ van Zijn Lichaam van vele zonen. De Man van Nazareth werd zijn leven! Jezus werd voor hem de ‘Ik ben’!”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“‘Lazarus, kom naar buiten.’ ‘En hij kwam naar buiten, de voeten en handen gebonden met grafdoeken’ (Joh. 11:44). Jezus is ‘de eerstgeborene van vele broeders’ (Rom. 8:29). Ja, het hele ‘lichaam van Christus’ zal volkomen worden bevrijd van alle banden van ‘de dood.‘”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“‘Er komt een tijd, dat allen die in de graven zijn, naar Mijn stem zullen horen en ze zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel’ (=ter correctie, Joh. 5:28-29).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Jezus is de leven-gever die niet alleen Lazarus’ lichaam herstelt maar het gehele lichaam van Christus van alle banden van de dood bevrijdt. Het wonder wijst naar de universele opstanding die aan Jezus’ stem gehoorzaamt.
Achtste teken — Opstandingsleven, volheid en voltooiing
Noordzij leest het achtste teken (vissennet) als symbool van opstandingsleven en volledige vervulling:
“Het achtste en laatste wonderteken. Het getal acht duidt op nieuw leven, opstandingsleven. Tijdens de zondvloed waren er acht zielen in de ark (Gen. 6, 1Pet. 3:10-22). In Israel moest al wat mannelijk was besneden worden op de achtste dag (Ex. 22:29-31).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“‘Ze wierpen dus het net uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte vis’ (Joh. 21:6). ‘Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het net niet’ (Joh. 21:11).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“Waarom ‘153 grote vissen’? Allereerst is het 144+9: het vierkant (=perfectie) van ‘twaalf’ (12x12) en het vierkant van ‘drie’ (3x3). Twaalf is het bijbelgetal van geroepen zijn tot koninklijk priesterschap. Drie is het getal van volledigheid. Bovendien is 153 de som van alle getallen van 1 tot en met 17. Zeventien is de som van tien en zeven. Tien (als aantal) duidt op een kwantitatieve volheid; zeven op een kwalitatieve volheid. Aan deze ‘153 grote vissen’ ontbreekt er niet een!”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Het achtste teken wijst naar de voltooiing van Christus’ werk — alle mensen geroepen tot koninklijk priesterschap (twaalf) in absolute volmaaktheid (negen = 3³) worden opgenomen. Geen enkele ziel ontbreekt aan dit getal; de totaliteit is compleet.
Jezus loopt op het water — Christus als drager over alle wateren
Noordzij ziet in Jezus die op water loopt, de beeldspraak van Christus als universele drager en hersteller:
“Water is een beeld van woord. ‘Water’ dat uit God stroomt is het Woord dat levend maakt (Openb. 22:1). ‘Water van beneden’ is ‘de letter die doodt’ (2Kor. 3:6).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
“‘Jezus, de gever van levend water, lopend over het water van de ‘zee’.’ Zijn ‘voeten’ zullen het hele Lichaam van Christus dragen over alle ‘wateren van de dood.’ En Petrus ging ook over het water (Matt. 14:29). ‘De tijd is nabij, dat de Heer volmacht zal geven aan ‘de Zijnen’ om op de ‘wateren van beneden’ te lopen’ (Rom. 8:29-30).”
(Noordzij, ‘Jezus’ wondertekenen’)
Interpretatie: Jezus als gever van levend water wandelt zelf over alle wateren van de dood. Zijn voeten dragen het hele lichaam. Dit wijst naar Christus’ heerschappij over alles — woord en werkelijkheid, dood en leven, schepseling en Schepper.