Cees en Anneke Noordzij — Christologie

b7 — Het Loofhuttenfeest


Jezus als eeuwige hogepriester — Ordening van Melchizedek

Noordzij verbindt de tot koninklijk priesterschap geroepen gelovigen met Jezus’ hogepriesterschap naar de ordening van Melchizedek:

“Dat zijn ‘koninklijke priesters’ van een andere orde, van de ‘ordening van Melchizedek’ (Hebr. 6:20). Dat ‘nieuwe’ priesterschap is onvergankelijk, ‘krachtens een onvernietigbaar leven’ (Hebr. 7:16). Het heeft geen weet van vader, moeder, geslacht, begin of eind (Hebr. 7:3). Het is in geest en waarheid, van Melchizedek, van de ‘Koning van de gerechtigheid, de Koning van Salem’ (=Vredevorst, Hebr. 7:2). Dat koninklijke priesterschap ‘bestaat in gerechtigheid, vrede en blijdschap door de Geest’ (Rom. 14:17).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Hij is voor ons als voorloper binnengegaan en naar de ordening van Melchizedek onze eeuwige hogepriester geworden (Hebr. 6:20). Hij is de ‘nieuwe en levende weg, die Hij voor ons ingewijd heeft’ (Hebr. 10:20).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Christus is de eeuwige hogepriester wiens priesterschap niet op afkomst maar op onvernietigbaar leven berust (Hebr. 7:16). Dit vormt de grondslag waarop gelovigen deelhebben aan het koninklijk priesterschap.

Jezus als levend water — Loofhuttenfeest-typologie

Noordzij beschrijft Jezus’ optreden op de laatste dag van het loofhuttenfeest als de uitleg van de hogepriesterlijke waterceremonie:

“Slechts één van de toeschouwers wist de ware betekenis van wat er gebeurde. Hij wist, dat Hij als eeuwige hogepriester levend water kon uitgieten op elke dorstige ziel.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Hij stond op en riep: ‘Als iemand dorst heeft, laat hij dan bij Mij komen drinken! Dan zullen er, als hij in Mij gelooft, stromen van levend water uit zijn binnenste vloeien’ (Joh. 7:37-38).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Wie gedronken heeft van het water dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven (Joh. 4:14).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Jezus legt de hogepriesterlijke waterceremonie typologisch op zichzelf uit: Hij is de eeuwige hogepriester die levend water uitdeelt. De gelovige ontvangt dit water en wordt zelf een bron (Joh. 7:38b).

Verschijning van Christus met Zijn heiligen — Kol. 3:4

De verschijning van Christus als hoofd samen met zijn lichaam is voor Noordzij het centrale christologische thema van het loofhuttenfeest:

“Hij komt als ‘volheid van Christus, als de Zoon met de zonen, als Hoofd èn lichaam’. Hij komt samen ‘met hen die èn geroepen, èn uitverkoren, èn trouw zijn’ (Openb. 17:14). Zij zullen met Christus verschijnen in heerlijkheid! (Kol. 3:4).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Grotere heerlijkheid wordt openbaar als Hij verschijnt met Zijn heiligen.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Dan zullen wij, als Hij verschijnt, met Hem verschijnen in heerlijkheid en een bron van leven zijn tot heil van de ganse schepping (Rom. 8:19-21).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Christus verschijnt niet alleen maar corporatief — als Hoofd met zijn lichaam. De openbaring van de zonen Gods (Rom. 8:19) is daarmee een Christus-openbaring: zijn verschijning is tegelijk die van zijn heiligen.

Jezus op het Loofhuttenfeest (Joh. 7) — Historische typologie

Noordzij leest Jezus’ aanwezigheid op het loofhuttenfeest (Joh. 7) als beeld van zijn eschatologische verschijning:

“Toen ‘het loofhuttenfeest van de Joden nabij was’, presten de broers van Jezus, dat Hij naar het feest in Jeruzalem zou gaan (Joh. 7:2-4). Hij bleef echter waar Hij was (vers 6-9). Later, ‘toen Zijn broers al naar het feest waren gegaan, ging Hij Zelf ook, niet openlijk, maar verborgen’ (vers 10). Al deze gebeurtenissen zijn door Johannes vermeld, omdat ze een beeld zijn van de verschijning van de Heer.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Want ook nu is Hij in het verborgene opgetrokken naar (het hemelse) Jeruzalem, om daar te verschijnen op het ware loofhuttenfeest.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Jezus’ verborgen verschijnen op het historische loofhuttenfeest typeert zijn huidige aanwezigheid in het hemelse Jeruzalem. De openlijke verschijning is eschatologisch voorbehouden aan het ware loofhuttenfeest.

Koninklijk priesterschap in Christus — Wordingsproces

Noordzij stelt dat koninklijk priesterschap geen statische toestand is maar een wordingsproces, gefundeerd op Christus’ voorloperschap:

“De heerlijkheid, die de Vader aan Jezus gaf, moet als het ware geërfd worden door de ‘twaalf’, de ‘144.000’, de tot koninklijk priesterschap geroepen ‘zonen Gods’ (vgl. Joh. 17:22, Rom. 8:19, Openb. 12:1, 5).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Ieder christen die de stem van de goede herder hoort en Hem volgt, de ‘stal’ uit, zal op den duur een waar koning en priester kunnen worden. Het is namelijk een wordingsproces. Tot het priesterschap horen is iets anders dan priester zijn (vgl. 1 Pet. 2:9).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Dan zal blijken wie er zijn ‘gemaakt tot priester om als koning te heersen op aarde’ (Openb. 5:10). Volwassen, koninklijke priesters! Gewassen, in linnen gewaden, gezalfd, geheiligd (Ex. 40:12-16).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Christus als voorloper (Hebr. 6:20) opent de weg naar het eeuwige hogepriesterschap. Gelovigen volgen in zijn spoor naar de volwassenheid van het koninklijk priesterschap — een proces van groei en voorbereiding (Ex. 40:12-16).

Christus als Tempel — Maleachi 3:1 en hemelse tempel-typologie

Noordzij ziet in Maleachi 3:1 de komst van Christus tot Zijn tempel, waarbij de hemelse tempel (niet met handen gemaakt) wordt onderscheiden van de aardse tempel van Salomo:

“Hij komt tot Zijn tempel’ (Mal. 3:1).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Toen Salomo de tempelbouw klaar had, werd de ark naar binnen gebracht en ‘toen de priesters naar buiten kwamen, vulde een wolk het huis van de Heer, zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen: de heerlijkheid van de Heer had de tempel vervuld’ (vers 10 en 11). Dit alles vond plaats op het feest in de maand Ethanim (=de zevende, de maand van het loofhuttenfeest, vers 2). Zo zal God Zijn ‘huis’, dat niet met handen is gemaakt, vervullen met Zijn heerlijkheid op het èchte loofhuttenfeest.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

“Hij sprak niet van een aards huis. Hij sprak van een hemelse tempel, waarvan wij levende stenen kunnen zijn. Het gaat God om dàt huis.”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Christus komt tot Zijn tempel (Mal. 3:1) — niet de aardse tempel van Salomo, maar de hemelse tempel die niet met handen is gemaakt. De heerlijkheid van de Heer vervult dit hemelse huis op het ware loofhuttenfeest.

Tabernakel-type — 2 Korintiërs 12:9

Noordzij verbindt de kracht van Christus met het tabernakel-type (de loofhut) als beschutting voor de gelovige:

“Dan zal ‘de kracht van Christus een tabernakel, een loofhut, over ons spreiden’ (2 Kor. 12:9, letterlijk).”

(Noordzij, ‘Het Loofhuttenfeest’)

Interpretatie: Het tabernakel-type wijst op Christus’ kracht die als een beschuttende loofhut over de gelovige wordt uitgespreid (2 Kor. 12:9). De loofhut van het feest wordt zo een beeld van Christus’ beschermende tegenwoordigheid.