Cees en Anneke Noordzij — Christologie

b4 — Het erfdeel van Jabez


Melchizedek als type van Christus

“Van Melchizédek… Hij was ‘zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin of einde en aan de Zoon van God gelijkgesteld’ (Heb.7:3). Hij was ‘koning van Salem en priester van de Allerhoogste’ (Gen.14:18-20). Hij was én koning én priester én zoon van God (Heb.7:1-2). Zijn herkomst was hemels en van een onvernietigbaar leven (Heb.7:16).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Jabez’ afkomst

“God stelt anderen aan, ‘priesters’ in geest en waarheid, naar de ‘ordening van Melchizédek’ (Heb.6:20).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Ons erfdeel

Interpretatie: Melchizedek is voor Noordzij een drievoudig christologisch type: zijn ambt als koning, priester én zoon van God anticipeert op Christus. Het ontbreken van geslachtsregister is geen lacune maar profetische aanwijzing van hemelse, onvernietigbare herkomst (Heb.7:16). De lijn wordt getrokken naar de gemeente, die deelt in het priesterschap naar Christus’ ordening.

Man van smarten — lijden bij de geboorte

“Jabez betekent smart! […] Jezus was een ‘man van smarten’ (Jes.53:3).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Met smart gebaard

“Maria moest haar eerste kind Jezus noemen, JHWH redt. Hij zou de Verlosser zijn en zoon van God genoemd worden (Luc.1:32). […] Wie zou haar hebben geloofd, als ze had gezegd, dat ze door ‘de kracht van de Allerhoogste’ zwanger was geraakt? (Luc.1:35). Jezus was voor Maria, behalve een vreugde, ook een pijnveroorzaker, toen en later, als een zwaard door haar ziel (Luc.2:35).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Met smart gebaard

“Met smart baarde Maria het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt, als losprijs voor iedereen (Joh.1:29, 2Tim.2:6).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Met smart gebaard

Interpretatie: Noordzij verbindt de naam Jabez (=smart) typologisch met Jes.53:3 (man van smarten). De maagdelijke geboorte (Luc.1:35) wordt direct aan de soteriologische identiteit van het Lam Gods (Joh.1:29) gekoppeld. De smart van Maria (Luc.2:35) is reeds profetisch getekend.

Lijden en volmaaktheid

“Jezus als mens was ook anders. Hij, de Zoon des mensen, richtte Zich volkomen op ‘de dingen van de Vader’, ‘30’ jaar lang (Luc.2:49). Dat maakte Hem door lijden heen volmaakt, geheel van boven (Heb.2:10, Joh.8:23). Zijn leven lang diende Hij de Vader ‘in geest en waarheid’ (Joh.4:23). Hij deed in alles Zijn wil (Joh.6:38).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: De aanzienlijkste

“Allen die volgens Gods raadsbesluit bestemd zijn tot zoonschap, worden ‘door lijden heen volmaakt’ (Heb.2:10).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: De aanzienlijkste

“Jezus heeft, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden (Heb.5:8).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Laat uw hand met mij zijn

Interpretatie: Noordzij plaatst Heb.2:10 en Heb.5:8 centraal: volmaaktheid door lijden is geen tegenspraak maar het patroon van Christus’ zoonschap. Jezus’ onberispelijk wandelen met de Vader (Joh.8:23; Joh.6:38) is de grond van Zijn volmaaktheid.

Jezus als aanzienlijkste onder de broeders

“Want Hij is onder al die broeders de hoogste, de aanzienlijkste. Ze luisteren naar Hem (Matt.17:5). Ze volgen Hem, waarheen Hij ook gaat (Op.14:4).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: De aanzienlijkste

Interpretatie: Jabez’ uniciteit als aanzienlijkste onder zijn broeders (1Kron.4:9) is voor Noordzij een type van Christus als de Eerstgeborene onder velen (Matt.17:5; Op.14:4). De 144.000 die het Lam volgen zijn de typologische tegenhanger van Jabez’ navolgers.

Christus als tempel van God

“Jezus zei: ‘Die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij laat Mij niet alleen, want Ik doe altijd wat Hem behaagt’ (Joh.8:29). Hij zei ook te weten, dat de Vader Hem altijd verhoorde (Joh.11:42). Hij wandelde met God en deed in alles Zijn wil. Daarom was Hij Gods huis, de tempel van God (Joh.2:19-21).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Gods antwoord

Interpretatie: Christus is voor Noordzij de tempel van God niet door bouwkundige of institutionele definiëring, maar existentieel: doordat Hij volledig in Gods wil wandelt en altijd verhoord wordt (Joh.11:42), is Hij het huis van de Vader (Joh.2:19-21).

Christus als goede Herder

“Daar laat het Lam ons ‘de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen en een wijd uitgestrekt land zien’ (Jes.33:17). Hij leidt de Zijnen dan als een goede Herder de ruimte in (Ps.18:19). Dat is: naar ‘grazige weiden en rustig water’ (Ps.23:1-2). Daar wordt het ‘één kudde en één herder’ (Joh.10:16).”

Cees en Anneke Noordzij, ‘Het erfdeel van Jabez’, sectie: Vragen om meer

Interpretatie: De goede Herder-typologie wordt door Noordzij eschatologisch-universeel gelezen: Christus als het Lam dat tegelijk Herder is, leidt de Zijnen naar de ruimte van het Koninkrijk, tot de vervulling van Joh.10:16 — één kudde, één herder.