Cees en Anneke Noordzij — Christologie
b2 — Het Woord Gods en de Schrift
1. Christus als het Woord / Logos — preëxistentie en oorsprong
“Het Woord is de oorsprong van alles: het is God Zelf (Joh.1:1-3). Het Woord werd mens, met namen als Immanuël (=God bij ons) en Jezus (=JHWH redt).”
(Sectie “Het Woord van God”, met verwijzing naar Joh. 1:1-3)
Interpretatie: Noordzij identificeert het Woord van Joh. 1:1-3 direct met Jezus: het Woord is God Zelf, de oorsprong van alles, en wordt geïncarneerd als Immanuël en Jezus. Preëxistentie is een vanzelfsprekend vertrekpunt in Noordzijs Logos-christologie.
2. Incarnatie — het Woord werd mens via Maria
“Het Woord is de oorsprong van alles: het is God Zelf (Joh.1:1-3). Het Woord werd mens, met namen als Immanuël (=God bij ons) en Jezus (=JHWH redt).”
(Sectie “Het Woord van God”)
Noordzij verbindt de incarnatie met de aankondiging aan Maria via het Griekse werkwoord sullambano:
“Gabriël zei tot Maria: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen. Daarom zal het heilige, dat in je verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden’ (Luc.1:35). ‘Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen’ (Luc.1:37).”
(Sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
“In de tekst, waar de engel tot Maria zegt: ‘Je zult zwanger worden’ (Luc.1:31) staat het Griekse werkwoord sullambano (=ontvangen, aannemen, aanvaarden). Maria hoorde het Woord van God via Gabriël en zei ‘Mij geschiede naar uw woord’. Zij ontving het Woord van God in zich, zij nam het aan. Dat was haar onbevlekte ontvangenis.”
(Sectie “Wedergeboren uit onvergankelijk zaad”)
Interpretatie: Noordzij beschrijft de maagdelijke geboorte als het moment waarop het eeuwige Woord door Maria werd ontvangen (sullambano). De incarnatie is geen biologisch wonder alleen, maar het aannemen van het levende Woord — parallelliserend aan het geestelijk ontvangen van Christus door gelovigen.
3. Zondeloosheid van Christus — levenslange gehoorzaamheid aan het Woord
“‘Mijn Woord zal niet ledig tot Mij terugkeren, maar het zal doen, wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend’ (Jes.55:11). Dit betreft in eerste instantie Jezus, het Woord Gods. ‘In een lichaam aan dat van de zonde gelijk’ ‘wandelde Hij in de Geest’, jaar in, jaar uit (Rom.8:3). En na 30 jaar van gehoorzame toebereiding zei er een stem uit de hemel: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik behagen heb’ (Mat.3:17).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“Wat had Hij gedaan? Hij had voortdurend de dingen van de Vader ‘gegeten’ en was door de jaren heen ‘toegenomen in wijsheid, grootte en genade bij God en mensen’ (Luc.2:49-52). Hij had steeds ‘het kwade weten te verwerpen en het goede weten te verkiezen’ (Jes.7:15). Zonder één keer te struikelen, overwon Hij elke verzoeking (Rom.8:3). Zelfs in de grote verzoeking in de woestijn bleef Hij overeind.”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“Hij gaf nooit toe, zelfs niet aan het kruis, toen men Hem spottend toeriep: ‘Als je de tempel kan afbreken en in drie dagen kan opbouwen, red dan nu jezelf, als je Gods Zoon bent. Kom dan af van het kruis. Dan zullen we in je geloven’ (Mat.27:40-42). Toen zei Hij: ‘Het is volbracht. Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’ (Joh.19:30, Luc.23:46).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
Interpretatie: Noordzij beschrijft Jezus’ zondeloosheid als het volledig niet-ledig-terugkeren van het Woord (Jes. 55:11). Jezus was het Woord dat gedurende heel zijn leven — van kindsbeen tot aan het kruis — elke verleiding overwon en zo de wil van de Vader volbracht.
4. Christus als levend brood uit de hemel
“Jezus zei: ‘Ik ben van God uitgegaan’ (Joh.8:42). ‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald en wie van dit brood eet, zal leven’ (Joh.6:35,49-51, 8:42, 1Joh.5:12).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
Noordzij verbindt het epiousios-brood uit het Onze Vader direct met Jezus als het Woord van God:
“Voor dagelijks staat er in het Grieks epiousios. Epi is op en ousios is een vorm van het werkwoord komen. ‘Geef ons heden het op ons komende brood’. ‘Geef ons steeds het brood, dat uit de hemel neerdaalt’ (vgl.Joh.6:32-35, Op.2:17).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“Ons ‘epiousios brood’ is het Woord van God, Jezus (Joh.6:34). Wie Hem leert ‘eten’, krijgt nooit meer ‘honger’ (Joh.6:35). Dan heeft hij leven, leven in overvloed (Ps.23:1-2, Joh.10:4,10).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
Interpretatie: Noordzij stelt een directe identificatie tussen het epiousios-brood en Jezus als het levende Woord. Het dagelijks gebed om brood is het dagelijks ontvangen van Christus zelf — gevoed worden aan het neerdaalt-brood is gevoed worden aan het incarnerende Woord.
5. Het Woord als tweesnijdend zwaard — Christus als uitvoerder
“‘Het Woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard’ (Hebr.4:12). We lezen in Openbaring, dat dit zwaard komt uit de mond van Christus (Op.1:16). Hij leeft en heeft alle macht om ‘zo diep door te dringen, dat het ziel en geest schift, gewrichten en merg, en overleggingen en gedachten van ons hart’ (Heb.4:12).”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
“Met dat vlijmscherpe ‘zwaard’ snijdt Hij in Gods kinderen. In hen maakt Hij scheiding tussen onrein en rein, onheilig en heilig, ‘oud’ en ‘nieuw’, hoofdkennis en hartkennis, onechtheid en waarheid, ziel en geest.”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
Noordzij verwerpt de gelijkstelling van het zwaard met de bijbel als boek:
“‘En ontvang het zwaard van de Geest, dat is: het Woord van God’ (Ef.6:17, Naardense Bijbel). […] Het is geen natuurlijk zwaard van staal. Het is ook geen boek. […] Het is wat God spreekt. Uit Zijn mond komt ‘een tweesnijdend scherp zwaard’, dat kan klinken als een stem van vele wateren (Op.1:15-16).”
(Sectie “En ontvang het zwaard van de Geest”)
Interpretatie: Noordzij maakt een principieel onderscheid: het tweesnijdend zwaard is niet de bijbel als tekst, maar het levende Woord dat zijn oorsprong heeft in de mond van de opgestane Christus (Op. 1:16). Christus Zelf hanteert dit zwaard in en door gelovigen.
6. Opstanding — het Woord keerde niet ledig terug
“Hij stierf en op de derde dag daarna wekte de Vader Hem op uit de dood met volle handen, met ‘alle macht in hemel en op aarde’ (Mat.28:18). Het Woord van God was niet ledig teruggekeerd.”
(Sectie “Teksten met ‘Het Woord van God’”)
Interpretatie: Noordzij verbindt de opstanding van Christus direct met Jes. 55:11 — het Woord keerde niet ledig terug. De opstanding bevestigt dat Jezus als het geïncarneerde Woord de volledige opdracht van de Vader had vervuld; de opwekking is de bevestiging door de Vader dat het Woord zijn doel heeft bereikt.