Cees Noordzij — Christologie

b1 — Mozes en de weg tot zoonschap, Cees en Anneke Noordzij (Verborgen Manna) Bron: Cees en Anneke Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, bijbelinfo.nl Pad: /Leesvoer/geestelijk_leven2/Mozes en de weg tot zoonschap.doc/_printableversion.html


1. Incarnatie / Menswording

“Jezus was ‘de eniggeboren Zoon’ (Joh.3:16), in Wie alle volheid van God lichamelijk woonde (Col.2:9). ‘Het Woord werd vlees en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid’ (Joh.1:14).” — §21

“Was het voor God niet voldoende om mens te worden en ‘gewikkeld te worden in doeken’ (Luc.2:12) van ‘vlees aan dat der zonde gelijk’ (Rom.8:3)?” — §48

Analytische noot: De auteurs bevestigen de volheid van Gods aanwezigheid in Christus (Col.2:9) én de werkelijke menswording in zonde-gelijk vlees (Rom.8:3). Jezus’ incarnatie is niet slechts aanvang maar wordt getypeerd als een voortgaand proces van ontlediging.


2. Kenosis

“Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij ‘Zichzelf heeft ontledigd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd’ (Fil.2:7-8). Hij roept Jezus’ volgelingen op, die gezindheid te hebben (Fil.2:5).” — §47

“Nee, ook op aarde zou Jezus Zich verder ontledigen en vernederen. Dertig jaar lang ‘nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen’ (Luc.2:52).” — §48

“Ook Hij werd ‘arm, terwijl Hij rijk was’ (2Cor.8:9). Ook Hij had ‘geen plaats om het hoofd neer te leggen’ (Mat.8:20).” — §53

Analytische noot: De auteurs beschrijven kenosis als een meervoudig en doorlopend proces: de menswording zelf is een eerste ontlediging, maar ook Jezus’ aardse leven is een voortgaande zelfontlediging. Dit wordt uitdrukkelijk als navolging-model gepresenteerd (Fil.2:5).


3. Drie Ambten

3a. Profetisch ambt

“Jezus wordt beschreven als ‘een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk’ (Luc.24:19).” — §58

“Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben, zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren” (Deut.18:15). Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen de Heer Jezus werd gezonden.” — §18

“Jezus luidde een nieuw tijdperk in, de tijd van genade. […] Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.” — §60

“Jezus heeft de wet niet ondermijnd. Hij heeft haar geleefd, wet voor wet, door de Heilige Geest. Hij roept ons op, ook door de kracht van de Heilige Geest te leven en ‘volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is’ (Mat.5:48).” — §62

Analytische noot: Jezus als vervulling van Mozes’ profetie (Deut.18:15) is het centrale typologische kader. Het profetisch ambt omvat hier zowel Schriftsvervulling als de inauguratie van een nieuw verbondstijdperk.

3b. Priesterlijk ambt

“Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde: ‘Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik welbehagen heb’ (Luc.3:21-22). Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!” — §48

Analytische noot: De doop van Jezus wordt hier als zalving tot het drievoudig ambt geduid. Het priesterschap wordt niet apart uitgewerkt maar als onderdeel van de ambtsvervulling in de doop geïntroduceerd.

3c. Koninklijk ambt

“Zalfde de Vader Hem tot ware Koning…” (Luc.3:21-22) — §48

“Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion (Op.14:1). […] Zij zullen dan ook ‘delen in Zijn verheerlijking’ en met Hem zitten op Zijn troon (Rom.8:17, Op.3:21).” — §100

Analytische noot: Het koningschap van Christus heeft een eschatologisch accent: het is de uiteindelijke bestemming van de weg van lijden en verheerlijking.


4. Jezus als Verlosser / Jubileum

“De Heer Jezus begon Zijn bediening met het voorlezen van het volgende schriftgedeelte: ‘De Geest van de Heer is op Mij. Hij heeft Mij gezalfd om aan armen het evangelie te brengen. En Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar van de Heer’ (Luc.4:18-19).” — §67

“Wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft, zullen jullie werkelijk vrij zijn” (Joh.8:36). Paulus schrijft: “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt” (Gal.5:1). Jezus is de Verlosser.” — §67

Analytische noot: De auteurs citeren de jubileumtekst van Luc.4:18-19 als inauguratie van Jezus’ verlossende bediening. Het jubileum-motief (vrijmaking van gevangenen) wordt direct verbonden met bevrijding van zonde en geestelijke slavernij.


5. Opstanding / Eerstgeborene

“Maar Hij zou ook ‘de eerstgeborene zijn van vele broederen’, die God ‘tevoren heeft bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon’ (Rom.8:29b). Hij was ‘het begin, de eerstgeborene uit de doden’, ‘de eerstgeborene van de ganse schepping’ (Col.1:15,18).” — §22

“Jezus’ leven was dus niet een eenmalig solo-gebeuren. Nee, het was het begin van de verrijzenis vanuit de doden (Col.1:18). Hij is de eerste van de eerstelingen voor God (1Cor.15:23, Jac.1:18) en uiteindelijk ‘de eerstgeborene der ganse schepping’ (Col.1:15).” — §23

Analytische noot: De opstanding van Christus wordt als kosmisch begin geduid: niet slechts individuele overwinning maar inauguratie van een universele opstandingswerkelijkheid. De titels “eerstgeborene uit de doden” (Col.1:18) en “eerstgeborene van de ganse schepping” (Col.1:15) worden samen gelezen als aanduiding van Christus’ primaatschap.


6. Mozes als type van Christus

“Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van de weg tot zoonschap. Als eerste ging Jezus die weg.” — §24

“Hierin lijkt Mozes op ons en verschilt hij van de Heer Jezus. Net als wij was Mozes van beneden. Hij moest worden opgetrokken. […] Jezus niet. Hij kwam van boven om anderen uit te leiden en tot Zich te trekken (Joh.10:3, Joh.12:32).” — §40

“Zowel de geboorte van Mozes als die van Jezus gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen. In beide gevallen trachtte een koning zijn aardse troon te redden door een massamoord.” — §26

Analytische noot: De typologische parallel is doorwrocht maar tegelijk nauwkeurig onderscheiden: Mozes is type, Jezus het antitype én de oorsprong. Cruciaal verschil: Mozes is “van beneden”, Jezus “van boven” — dit impliceert een christologisch onderscheid in oorsprong en aard.


7. Berg der verheerlijking

“Waar verschijnt Mozes weer? Niet in een dal, maar met Jezus op de berg der verheerlijking (Mat.17:3). […] Judas vertelt ons, dat ‘Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes’ (Judas 9).” — §95

Analytische noot: De verschijning van Mozes naast Jezus op de transfiguratiesberg wordt als bevestiging van de typologische structuur gezien: Mozes’ mysterieuze dood en herberschijning wijzen op de opstanding en verheerlijking.


8. Kruisoffer en navolging

“Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande lette” (Hebr.12:2).” — §99

“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij. […] de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven” (Gal.2:20).” — §55

“[Jezus nam de gestalte aan] van ‘schaap dat stom is voor zijn scheerders’, van ‘lam dat ter slachting geleid wordt’ (Jes.53:7). Hij legde bewust alles af. ‘Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik Mijn leven afleg. Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af’ (Joh.10:17-18).” — §49

Analytische noot: De auteurs citeren Gal.2:20 en Jes.53:7 maar passen deze toe in de context van navolging eerder dan dogmatische verzoeningsleer. Het offer van Christus wordt erkend als “eens en voor altijd” (§23) maar de nadruk ligt op de navolging ervan.


9. Wederkomst

“Hij komt spoedig (Op.22:12). Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan. Want ‘Hij is, Hij was en Hij komt’ (Op.1:4).” — §99

“‘Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij’ (Op.22:12). Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion (Op.14:1).” — §100

Analytische noot: De wederkomst wordt verbonden met de openbaring van de zonen Gods (Rom.8:19) en de voltooiing van de kosmische verlossing. Het is een aankomst met eschatologisch loon, niet slechts een oordeel.


Ontbrekend in deze bron

  • Maagdelijke geboorte (niet expliciet behandeld)
  • Hypostatische unie / twee-naturen-leer (niet als categorie aanwezig)
  • Satisfactieleer / plaatsvervangende verzoening als dogmatisch begrip
  • Hemelvaart als zelfstandig thema