George Warnock — Christologie
b7 — Crowned With Oil
Christus als Koning-Priester op de troon
Christus regeert als Priester op de troon van God. Zacharia zag dit Nadat de tempel gebouwd was:
“Zie, de Man wiens naam is de Tak; en Hij zal uit Zijn plaats uitgroeien, en Hij zal de tempel des HEREN bouwen. Ja, Hij zal de heerlijkheid dragen, en Hij zal zitten en regeren op Zijn troon; en Hij zal Priester zijn op Zijn troon.” (Zach. 6:12-13, geciteerd in George H. Warnock, Crowned With Oil, hfdw. 2, § “Christ Reigns as a Priest on the Throne”)
Warnock legt uit dat Christus niet slechts Koning is, maar Priester op de troon:
“Deze Man is de Heere Jezus. Hij is de Tak, of Spruit. Jesaja noemt Hem ‘een wortel uit een droge grond’. Hij groeit uit uit ‘Zijn plaats’ — en Zijn plaats is Zijn heilige Tempel in de aarde. Zijn plaats is in Gods Hof. In Gods Hof wordt Hij de Wijnstok, en in eenheid met die Wijnstok zijn daar vele ‘ranken’.” (Warnock, hfdw. 2)
Interpretatie: Christus is de Tak die de tempel bouwt — niet een aardse tempel van steen, maar een geestelijke tempel van Zijn lichaam en Zijn volk.
Orde van Melchizedek
Het priesterschap is overgebracht van de levietische orde naar de orde van Melchizedek, waarbij Christus als Hogepriester in de hemelen dient:
“Waarom veranderde God het priesterschap van aarde naar de hemel, en van Levi naar Melchizedek? Paulus laat ons zien waarom: (1) Melchizedek is superieur aan Levi… (2) De levietische orde, goed en wel zoals die mocht zijn in zijn tijd, eindigde in de dood… (3) De levietische orde kon de volmaaktheid niet brengen… (4) Het oude systeem werd ‘onnut’ verklaard… God heeft een beter verbond ingesteld met een betere Hogepriester.” (Warnock, hfdw. 2)
“De HERE heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt een Priester tot in eeuwigheid naar de orde van Melchizedek. (Ps. 110:4). Waarom stelde God de orde van Melchizedek in? De naam ‘Melchizedek’ betekent ‘Koning van gerechtigheid’. Deze Melchizedek regeerde over de stad Salem, wat ‘Vrede’ betekent.” (Warnock, hfdw. 2)
Christus is op een “betere” troon geplaatst met een “beter” priesterschap in het Koninkrijk van het Leven, boven alle principatiën en machten (Ef. 1:21).
Christus als Tempel
Christus was de Tempel van God op aarde tijdens Zijn wandel (Joh. 2:19), en nu bouwt Hij een uitbreiding van die Tempel:
“Hij was de Tempel van God op aarde toen Hij hier was. Maar nu is Hij de Hoeksteen van een vergrote Tempel; en Hij draagt de heerlijkheid. Als onze grote Hogepriester in de hemelen draagt Hij op Zijn schouders de volheid van de heerlijkheid van God — en Hij regeert als een Priester, die heerlijkheid dragend.” (Warnock, hfdw. 2)
Zoon van God / Mens Gods
Christus is de Zoon van God, gezalfd met de olie van blijdschap boven Zijn medebroeders:
“Daarom heeft God, Uw God, U gezalfd met olie van blijdschap boven Uw medebroeders. (Heb. 1:9, uit Ps. 45:7). Hij heeft de kroon van olie ontvangen omdat Hij ‘gerechtigheid liefhad en ongerechtigheid haatte’. Hij verdiende de kroon van macht door de doornenkroon te dragen. Hij verdiende de scepter van gerechtigheid omdat Hij de flauwe rietstok van de soldaat aannam.” (Warnock, hfdw. 7)
“Als de Zoon van God, gezalfd door God Zelf, draagt Hij de oordeel van de kinderen van Israël op Zijn hart voor het aangezicht van de HERE.” (Warnock, hfdw. 4, over de borstplaat van oordeel)
Johannes 17 — Het Hogepriesterlijk Gebed
Warnock geeft een uitvoerige christologische duiding van Johannes 17 als openbaring van Christus’ hemelse bediening:
“Vader, het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat de Zoon ook U zou verheerlijken… Gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven zou geven aan zovelen als Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U, de enig waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt, kennen.” (Joh. 17:1-3, geciteerd in Warnock, hfdw. 7)
“Wat is eeuwig leven? Het is niet louter eeuwige existentie in de hemel. Het is God kennen! Dit is het eeuwige leven: ‘Opdat zij U zouden kennen’. Het begint wanneer wij Hem ontmoeten — maar het stroomt eeuwig voort. Wij kennen Hem wanneer wij voor het eerst met Hem wandelen, gelijk gij de oceaan kent wanneer gij in de wateren langs de kust waadt.” (Warnock, hfdw. 7)
“Dat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn: opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt een zijn…” (Joh. 17:21-23, geciteerd in Warnock, hfdw. 7)
“Jezus bidt voor ons in het hemelse Heiligdom, opdat wij geheiligd zouden worden door de waarheid… en voor hun sakes heilig Ik Mijzelf, opdat ook zij door de waarheid geheiligd mogen worden.” (Joh. 17:17-19, geciteerd in Warnock, hfdw. 7)
Interpretatie: Het gebed van Johannes 17 openbaart de innige eenheid tussen de Vader en de Zoon, en de roeping van de gelovigen om deel te hebben aan diezelfde eenheid door de inwoning van de Heilige Geest.
Tweede komst als Oogst en vernietiging
Warnock ziet de wederkomst niet primair als het begin van het Koninkrijk, maar als de oogst en het oordeel dat de aarde vernietigt om plaats te maken voor de nieuwe hemel en nieuwe aarde:
“De komst van de Heere zal zijn als een dief in de nacht — voor hen die niet in het licht wandelen — maar in de heerlijkheid van Zijn glorie voor hen die dat wel doen. (1 Thess. 5:2, 4). Hij komt om de oogst van het Koninkrijk te doen, niet om het Koninkrijk te beginnen. Wij moeten de taren vergaderen om te verbranden. Het kaf wordt van het tarwe gescheiden en verteerd. Het tarwe wordt in de schuur vergaderd.” (Warnock, hfdw. 2)
“De Dag van God is nabij — een dag waarop ‘de Heere zal komen als een dief in de nacht; in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen brandende zullen versmelten, en de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden’ (2 Pet. 3:10).” (Warnock, hfdw. 2)
“Hij komt om de vruchteloze bomen om te hakken, om de taren uit te roeien, om het kaf te verbranden, om al het werk van de mens te verteren: en ‘om het tarwe te vergaderen’ in Zijn schuur (zie Matt. 13:24-31).” (Warnock, hfdw. 7)
Verzoening en rechtvaardiging
Christus’ werk aan het kruis wordt gezien als het fundament van de rechtvaardiging door het geloof, waarbij God rechtvaardig blijkt in het vergeven van zonden:
“God rechtvaardigt ons vrijelijk door Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is: welke God voorgesteld heeft tot een verzoening (of ‘verzoendeksel’) door het geloof in Zijn bloed. (Rom. 3:24-25). Het woord ‘verzoening’ wordt in Heb. 9:5 vertaald als ‘verzoendeksel’ — dit verwijst naar het deksel van de ark des verbonds… Hier sprenkelde de hogepriester het verzoenende bloed namens de kinderen van Israël.” (Warnock, hfdw. 4)
“Kan het ons ontgaan dat wanneer Hij dit doet, Hij Zichzelf openbaart als volkomen rechtvaardig en heilig? … En zo zegt de psalmist: ‘Genade en waarheid hebben elkander ontmoet; gerechtigheid en vrede hebben elkander gekust’ (Ps. 85:10). Waar gebeurde dit? Bij het verzoendeksel!” (Warnock, hfdw. 4)
Heilige Geest als Bediening van de Trooster
De Heilige Geest is de voortzetting van Christus’ bediening op aarde na Zijn hemelvaart, waarbij Christus regeert vanaf de troon:
“De Heilige Geest is de Geest van Jezus. Hij wordt beschreven als ‘een andere Trooster’, want de Mens Jezus Christus is de Voorspraak op de troon, terwijl de Heilige Geest de nieuwe Voorspraak is die in Zijn volk op aarde zou blijven. (Joh. 14:16-18). En opnieuw: ‘Ik ga heen en kom tot u’ (vs. 28).” (Warnock, hfdw. 6)
“Het is expedient (beter) voor u dat Ik heenga: want indien Ik niet heenga, zal de Trooster niet tot u komen; maar indien Ik heenga, zal Ik Hem u zenden. (Joh. 16:7). Want Hij zal het niet uit Zichzelf spreken; maar zo wat Hij zal horen, zal Hij spreken; en Hij zal u de toekomst verkondigen.” (Warnock, hfdw. 6, over Joh. 16:13-15)
“Hij zal geen heerlijkheid voor Zichzelf nemen, maar alleen dat van Christus nemen en het aan Zijn volk tonen.” (Warnock, hfdw. 6, over Joh. 16:14)
Concordantie van christologische thema’s
| Thema | Bijbeltekst | Hoofdstuk |
|---|---|---|
| Koning-Priester op troon | Zach. 6:12-13 | 2, 7 |
| Orde van Melchizedek | Ps. 110:4, Heb. 7 | 2, 6 |
| Christus als Tak/Wijnstok | Zach. 6:12, Joh. 15:1-5 | 2, 6 |
| Hogepriesterlijk gebed | Joh. 17 | 6, 7 |
| Tweede komst als dief/oogst | 2 Pet. 3:10, Matt. 13 | 2, 7 |
| Verzoening/bloed | Rom. 3:24-26, Heb. 9 | 4, 7 |
| Heilige Geest/Parakleet | Joh. 14-16 | 6 |
| Betere verbond | Heb. 8:6 | 7 |
| Eeuwige leven = God kennen | Joh. 17:3 | 7 |
| Vereniging met Christus | Joh. 15:1-5, 17:21-23 | 6, 7 |
| Zoon van God | Joh. 17:1, Heb. 1:9 | 7 |
| Gerechtigheid en vrede | Ps. 85:10, Rom. 14:17 | 2, 4 |