E.W. Bullinger — Christologie

b1 — Number in Scripture


Eerste woorden van Christus (profetisch ambt)

Bullinger besteedt bijzondere aandacht aan de eerste opgetekende woorden van de Heere Jezus als illustratie van de betekenis van getallen in de Schrift:

“De eerste opgetekende woorden van de Heere Jezus zijn vol betekenis. De Heere Jezus moet hebben gesproken vanaf het moment dat alle kinderen spreken; maar geen enkele lettergreep die Hij uitsprak heeft de Heilige Geest willen optekenen in de Schriften, totdat Hij twaalf jaar oud was. En dan slechts deze ene uitspraak van Zijn geboorte tot Hij Zijn bediening aanving bij Zijn doop. Slechts één zin uit al die negenentwintig jaren. Zeker moeten woorden die aldus door de Heilige Geest zijn uitgekozen, vol van betekenis zijn. Welke waren ze? Ze zijn voor ons opgeschreven in Luc. 2:49: ‘WIST GIJ NIET, DAT IK MOET ZIJN IN DE DINGEN VAN MIJN VADER?’ Plechtige woorden! Betekenisvolle woorden! Vooral in het licht dat deze eerste woorden werpen op Zijn laatste woorden.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part II — ONE (ca. char. 102.860–103.743).

Interpretatie: Bullinger ziet in het feit dat slechts één zin uit Jezus’ eerste 29 jaar bewaard is, een bewust numeriek en heilshistorisch signaal van de Heilige Geest. De inhoud van Luc. 2:49 — het Vadershuis als roeping — legt Bullinger uit als profetische vooruitwijzing naar Christus’ gehele bediening.


Verlossingswerk en het getal zeven

Bullinger ziet het getal zeven als door God gestempeld op het verlossingswerk:

“Toen Hij het ritueel voor Israël instelde dat Zijn werk van Verlossing zou voorstellen, wordt zeven er opnieuw op gestempeld in al zijn tijden en seizoenen. De zevende dag was de heilige dag; de zevende maand was bijzonder geheiligd door zijn aantal heilige feesten; het zevende jaar was het sabbatsjaar van rust voor het land: terwijl 7 x 7 jaar het jubeljaar markeerde (Lev. 25:4,8).”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter I — Chronology (ca. char. 11.950–12.060).

“Dertig jubileumjaren brengen ons van de Exodus tot de opening van Christus’ bediening, toen Hij, Jes. 61:2 openende, ‘het aangename jaar des Heeren’ verkondigde in een zevenvoudige profetie (zie Luc. 4:18-21).”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter I — Chronology (ca. char. 12.300–12.650).

Interpretatie: Bullinger verbindt het jubeljaar (Lev. 25) met Christus’ intrede in Zijn bediening, wat Jezus als vervulling van de jubileumtraditie plaatst — een christologisch thema dat ook bekend is als ‘Jezus als jubileum’.


Messias afgesneden (Dan. 9) — Plaatsvervangende dood

Bullinger bespreekt Dan. 9:24-27 als de centrale messiaanse profetie van Christus’ dood:

“4. Van Nehemia’s terugkeer tot het ‘afgesneden worden’ van ‘de Messias de Vorst’ (Dan. 9:24-27). De ‘zeven weken’ (7x7) 49. De ‘tweeënzestig weken’ (62x7) 434. ‘Nadat’ dit voorbij was, zou de Messias ‘afgesneden worden,’ en dan komt dit huidige tijdsbestek, het langste van alle, nu meer dan 1890 jaar, gevolgd, wanneer God opnieuw met Zijn volk Israël handelt, door ‘één week’ 7. [Totaal] 490.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter I — Chronology, 4e periode (ca. char. 17.750–18.100).

Interpretatie: Bullinger onderscheidt scherp tussen Christus en de Antichrist in de uitleg van Dan. 9: het ‘afgesneden worden’ van Messias vindt plaats aan het einde van de tweede periode; de activiteiten ‘in het midden’ van de derde week behoren toe aan de Antichrist, niet aan Christus.


Hogepriesterlijk ambt — Orde van Melchizedek

Bullinger noteert dat de uitdrukking ‘naar de orde van Melchizedek’ zevenmaal voorkomt in de Schrift:

“‘Naar de orde van Melchizedek’: Oud Testament 1 [Totaal] 7. Nieuw Testament 6. (Ps. 110:4, aangehaald in Hebr. 5:6,10, 6:20, 7:11,17,21.)”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — The Old and New Testaments Combined (ca. char. 86.860–86.980).

Interpretatie: Het getal zeven (= volledigheid/goddelijk stempel) op de Melchizedek-teksten duidt voor Bullinger op de goddelijke bevestiging van Christus’ eeuwig hogepriesterschap.


Koninklijk ambt — Vijfde Monarchie

Bullinger beschrijft Christus’ koninklijke heerschappij in termen van de vijfde monarchie:

“…en weldra zal de ‘macht’ die aan de heidenen was toevertrouwd, worden gegeven aan Hem ‘wiens recht het is,’ en de vijfde monarchie (geïllustreerd door de Steen waaruit alle anderen voortspruiten) zal alles verslinden wanneer de koninkrijken van deze wereld het koninkrijk zullen worden van onze Heere en van Zijn Christus.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter I (ca. char. 30.670–30.900).

Interpretatie: Bullinger verbindt Dan. 2 (het beeld en de Steen) met de toekomstige universele koningschap van Christus — een uitdrukking van het koninklijk ambt in eschatologisch perspectief.


Wederkomst (Tweede Advent)

Bullinger verdeelt de heilshistorie in vier profetische perioden van 490 jaar, waarvan de vierde loopt:

“De 4e. Van Nehemia tot de Tweede Advent.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter I — Chronology (ca. char. 13.500–13.560).

Interpretatie: De wederkomst is voor Bullinger een vaste chronologische ankerpunt in de heilshistorische structuur van 490-jarige perioden.


Het Lam (arnion) — Christus in de Openbaring

“‘Het Lam,’ een bijzonder woord αρνιον (arnion) zoals gebruikt van Christus, 28 maal (4x7). [Noot: De concordantie gaf 29; maar na onderzoek bleek één ervan te behoren aan de Antichrist, Openb. 13:11.]”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — Words in the New Testament (ca. char. 62.000–62.250).


Opstanding (anastasis)

Bullinger noteert het totale voorkomen van het woord ‘opstanding’:

“αναστασις (anastasis) — opstanding: 39 maal; opstanding tot leven (met εκ): 1 maal; de eerste die zou opstaan (met πρωτος εξ): 1 maal; opgestaan: 1 maal. Totaal: 42.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — Words in the New Testament (ca. char. 62.450–62.700).


Christus als Hoeksteen

“‘De steen die de bouwlieden verwierpen, is tot hoeksteen geworden’: Oud Testament 1 [Totaal] 7. Nieuw Testament 6. (Ps. 118:22, aangehaald in Matt. 21:42; Marc. 12:40; Luc. 20:17; Hand. 4:11; 1Pet. 2:4,7.)”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — The Old and New Testaments Combined (ca. char. 86.990–87.120).


Christus als Herder

“‘Herder,’ gebruikt van God of van Christus: (ה(ר, 12 maal in het Oude Testament (2²x3) [Totaal] 21 (3x7). (ποιµην) 9 maal in het Nieuwe Testament (3²). [NT-referenties: Matt. 26:31; Marc. 14:27; Joh. 10:11 (tweemaal), 14,16; Hebr. 13:20; 1Pet. 2:25, 5:4.]”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — The Old and New Testaments Combined (ca. char. 85.570–85.850).


Christus aan de rechterhand Gods

“Christus gesproken als zijnde aan de rechterhand van God: Oud Testament 2 (Ps. 110:1,5) [Totaal] 21 (3x7). Nieuw Testament 19.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — The Old and New Testaments Combined (ca. char. 86.730–86.850).


Zoon van David — Davidische lijn

“‘Zoon van David,’ gebruikt van Christus, 14 maal; met enigszins andere bewoordingen, 7 maal = 21 (3x7). [Variaties: Matt. 22:42; Luc. 1:32; Joh. 7:42; Rom. 1:3; 2Tim. 2:8; Openb. 5:5, 22:16.]”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — Phrases of the Bible (ca. char. 77.000–77.200).


Jezus als laatste Adam (tol’doth)

Bullinger bespreekt de 14 voorkomens van de uitdrukking ‘dit zijn de generaties’ (tol’doth):

“Mattheüs (1:1) 1 [van Jezus = totaal 14]. De eerste en de laatste worden slechts gebruikt van de ‘eerste Adam’ en van de ‘laatste Adam.’ Maar deze hebben de aanvullende formule ‘Dit is het boek van,’ enz. (Gen. 5:1 en Matt. 1:1). […] de laatste, die betrekking heeft op Parez (Ruth 4:18), bevat de eerste vermelding van de naam David, en vertelt van de Volmaakte — Davids Zoon en Davids Heere, die volmaaktheid zal herstellen voor Zijn volk evenals voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part I, Chapter II — Phrases of the Bible (ca. char. 72.970–74.550).

Interpretatie: Bullinger ziet Matt. 1:1 als bewuste sluiting van de tol’doth-reeks: Jezus als de ‘laatste Adam’ die de schepping en het verbond herstelt.


Gematria van de naam Christos / godheid van Christus

Bullinger verbindt de numerieke waarde van de naam Χριστος (Christos) met het getal 666:

“Dit teken ς (Stigma geheten) wordt gebruikt voor het getal 6. Waarom dit teken en getal aldus verbonden zijn kunnen wij niet zeggen, behalve dat beide nauw verbonden zijn met de oude Egyptische ‘mysteriën.’ De drie letters SSS (in het Grieks ΣΣΣ) waren het symbool van Isis, die aldus verbonden is met 666. Inderdaad bestaat de uitdrukking van dit getal, Χξς, uit de begin- en eindletter van het woord Χριστος (Christos), Christus, namelijk X en ς, met het symbool van de slang ertussen, X—ξ—ς.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part II — Introduction (ca. char. 97.700–98.050).

Interpretatie: Bullinger wijst erop dat 666 de initialen van Christos omvat maar met het slangteken daartussen — hij ziet dit als een aanwijzing dat het Beest/Antichrist een valse nabootsing is van Christus.


Godheid van Christus — “Naast Mij is geen Verlosser”

Bullinger citeert de grote ‘ik ben’-uitspraken die hij toepast op de Godheid van Christus:

“‘Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heerscharen: Ik ben de eerste, en Ik ben de laatste, en buiten Mij is er geen God.’ (Jes. 44:6) […] ‘Vóór Mij is er geen God gevormd, en na Mij zal er geen zijn. Ik, Ik ben de HEERE, en buiten Mij is er geen Heiland.’ (Jes. 43:10,11) […] ‘Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste.’ (Openb. 1:11,17, 2:8, 22:13)”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part II — ONE (ca. char. 101.320–101.900).

Interpretatie: Bullinger verbindt de ‘eerste en de laatste’-titels in Jesaja met dezelfde uitspraken in Openbaring en past ze toe op de Heere Jezus Christus — een bevestiging van Zijn volledige godheid.


Verlossing is van de HEERE — Soteriologisch fundament

“Verlossing en zaligheid begonnen bij God. Zijn was het woord dat haar het eerst openbaarde (Gen. 3:15). Zijn was de wil die haar het eerst beoogde (Hebr. 10:7). Zijn was de macht die haar alleen volbracht. Vandaar ‘de zaligheid is des HEEREN’ (zie Ex. 14:13; 2Kron. 20:17; Jona 2:9; enz.). Zijn is de wil waaruit het allemaal voortkomt. ‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen,’ zei de Verlosser (Ps. 40:7,8; Hebr. 10:7) toen Hij kwam om die ‘wil’ te doen.”

Bronverwijzing: E.W. Bullinger, Number in Scripture, Part II — ONE (ca. char. 102.430–102.860).

Interpretatie: Bullinger legt de grond van verlossing expliciet in de trinitarische wil van God: de Vader beoogt het, de Zoon volbrengt het, de Heilige Geest openbaart het. Christus’ gehoorzaamheid (‘Ik kom om Uw wil te doen’) staat centraal als soteriologisch motief.