George H. Warnock — Antropologie
b1 — The Feast of Tabernacles
Manifestatie van de zonen Gods
De antropologische kern van het werk is de roeping en bestemming van de gelovige als “zoon Gods” (Rom. 8:19). Warnock identificeert de “apokalupsis” (openbaring) van de zonen Gods als hét doel van de heilsgeschiedenis:
“de eeuwige voornemens van God in de Kerk staan op het punt te worden geopenbaard; dat wij nu staan aan de oever van de Jordaan, gereed en bereid om de priesters des Heeren en de ark des verbonds te volgen in een nieuwe ervaring in Christus”1 — Feast of Tabernacles, hoofdstuk 1
“De Openbaring van Jezus Christus… Het woord ‘Openbaring’ is ‘Apokalupsis,’ precies hetzelfde woord dat vertaald wordt met ‘De openbaring (apokalupsis) van de zonen Gods…’ (Rom. 8:19).”2 — hfst. 7
Interpretatie: Warnock verbindt de openbaring van de zonen Gods direct aan de apokalupsis van Jezus Christus — de verheerlijking van de gelovige is identiek aan de onthuling van Christus ín zijn volk.
De nieuwe mens: zaad tot volle wasdom
Warnock beschrijft de wedergeboorte als zaad dat tot wasdom moet komen, niet als een voltooid eindstadium:
“Wij zijn naar Gods gelijkenis voortgebracht zoals het zaad dat door de bloem wordt voortgebracht, of het ei dat door de vogel wordt gelegd. Dat zaad of dat ei is een echte geboorte, die alle mogelijkheden bevat van een nieuwe bloem precies gelijk aan de bloem die haar voortbracht… Maar de volle heerlijkheid en de mogelijkheden van dat nieuwe leven liggen sluimerend in het zaad of het ei.”3 — hfst. 7
“God zij dank voor het zaad, het onverderfelijke zaad, krachtens hetwelk wij ‘der goddelijke natuur deelachtig’ zijn geworden (2Petr. 1:4), of ‘wedergeboren’ (1Petr. 1:23). Maar dat zaad in de harten van Gods volk is nauwelijks verder ontwikkeld dan de kiemtoestand.”4 — hfst. 7
Interpretatie: De mens is wedergeboren naar Gods gelijkenis, maar de volle actualisering daarvan ligt nog voor hem. De nieuwe mens is reëel maar nog niet manifest.
Crucificering van de oude mens
Warnock interpreteert Rom. 6:5-7 als een voltooid werk, niet als voortdurend zelfstrijden:
“‘Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking zijner opstanding: dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde tenietgedaan worde, opdat wij niet meer der zonde dienen.‘” — hfst. 7; citaat: Rom. 6:5-7
“Er is hier geenszins enige suggestie van het onderdrukken van de oude natuur, het onder de voeten houden van de ‘oude mens’ zodat hij zijn hoofd niet kan opheffen, of voortdurend afsterven aan zichzelf. Het is een voltooid werk.”5 — hfst. 7
Interpretatie: De dood van de oude mens is bij Warnock een eenmalige positiewisseling (identificatie met Christus’ kruisdood), niet een voortdurende ascetische strijd.
Geest vs. vlees
Warnock hanteert een consistent vlees/geest-dualisme waarbij het vlees de kerk belemmert haar bestemming te bereiken:
“de gaven des Geestes werden hersteld in de Kerk; wij hadden een flauw begrip van wat zij betekenden… het vlees regeert praktisch in de Kerk.”6 — hfst. 7
“In dit gebied ‘baat het vlees niet’. Natuurlijke voordelen, vleselijke verworvenheden, raciale onderscheidingen, opleidingsniveaus, kerkelijk succes — deze baten niets.”7 — hfst. 9
“die de weg van het vlees verkiezen boven het erfdeel van de Geest, zullen ontvangen…”8 — hfst. 12
Interpretatie: Het vlees staat bij Warnock voor de menselijke natuur in haar gevallen staat; de Geest is het medium waardoor de gelovige zijn bestemming als zoon Gods bereikt.
Gelijkenis aan Christus / verheerlijking
De bestemming van de mens is volledige gelijkvormigheid aan Christus, te bereiken door de Geest:
“Zij moeten Hem zien in het graan dat naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld zou worden voortgebracht.”9 — hfst. 14 (over Joh. 12:24)
“Het is de Verschijning van Christus binnen zijn volk, en hun daaruit voortvloeiende verheerlijking naar zijn gelijkenis door Hem te aanschouwen zoals Hij is: niet door opname, maar door de Geest! ‘…verheerlijkt naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest’ (2Kor. 3:18).”10 — hfst. 13
“‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen: maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem zullen gelijk wezen — want wij zullen Hem zien gelijk Hij is’ (1Joh. 3:2-3).” — hfst. 13
Interpretatie: Glorificatie is bij Warnock primair een innerlijk proces van de Geest (2 Kor. 3:18), niet alleen een toekomstige fysieke gebeurtenis. Dit onderscheidt hem van een standaard eschatologische lezing.
Sterfelijkheid en onsterfelijkheid
Warnock erkent de toekomstige lichamelijke opstanding, maar benadrukt dat opstandingsleven reeds nú kan worden toegeëigend:
“Dit is de uiteindelijke overwinning voor de Kerk, wanneer de sterfelijkheid bekleed wordt met onsterfelijkheid, en het verderfelijke met onverderfelijkheid. Dit is de voltooiing van de laatste grote zegevierende gebeurtenis der Kerk, want dan is het dat ‘de Dood is verslonden tot overwinning,’ en de ‘laatste vijand,’ namelijk de Dood, vernietigd wordt (1Kor. 15:26, 54).”11 — hfst. 12
“voordat deze gekoesterde opname of opstanding plaatsvindt, zal er een groep overwinnaars opstaan die zelfs hier en nu hun erfdeel van het Opstandingsleven in Jezus Christus zullen toe-eigenen.”12 — hfst. 12
“God is volkomen vrij om op te wekken wie Hij wil, te allen tijde Hij verkiest… Henoch deed het. Zo ook Elia. En zo zullen de zonen Gods doen.”13 — hfst. 12
Interpretatie: Warnock houdt een spanning vast: de lichamelijke onsterfelijkheid is eschatologisch (1 Kor. 15:52), maar de overwinning op de dood is partieel al heden beschikbaar voor de overwinnaars.
Adams gevallen ras (beknopt)
Warnock verwijst beknopt naar de gevallen staat van de mensheid als achtergrond:
“het is geen mens uit Adams gevallen geslacht in zijn macht zichzelf welbehaaglijk voor God te stellen.”14 — hfst. 3
Interpretatie: De val wordt als axioma aangenomen, niet uitgewerkt als apart leerstuk.
Adam en Eva als complementair paar (beknopt)
“Daar is Adam en Eva, twee en toch één — waarbij Eva het complement, de gelijkenis, de tegenhanger van Adam is.”15 — hfst. 5
Interpretatie: Enkelvoudige verwijzing, niet uitgewerkt tot een huwelijkstheologie of gendervisie.
Koninklijk priesterschap / heersersmandaat
De zonen Gods ontvangen koninklijk gezag om te heersen en te voorbidden ten gunste van de lijdende mensheid:
“‘Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een verkregen volk…’ (1Petr. 2:9). Een koninklijk priesterschap! Een priesterschap van koningen, en een koninkrijk van priesters! Een gezelschap van overwinnaars, die macht hebben met God en met mensen!”16 — hfst. 9
“Als priesters hebben zij macht met God, en als koningen hebben zij macht met mensen… in feite regeert hij door voorbidding.”17 — hfst. 9
“Dit priesterschap kent geen vader, moeder, geslachtsregister, begin der dagen of einde des levens. Het is de sfeer en het rijk van de Geest van God, een priesterschap en een Koninkrijk waarin de zonen Gods zullen binnentreden naarmate zij opwassen tot Christus.”18 — hfst. 9
Interpretatie: Het heersersmandaat is bij Warnock niet primair aards-cultureel (schepping) maar eschatologisch-pneumatisch: door de Geest oefenen de zonen Gods koninklijk gezag uit ten tijde van de Grote Verdrukking.
Originele citaten
Footnotes
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hoofdstuk 1): “the eternal purposes of God in the Church are about to be revealed; that we stand now on the brink of Jordan prepared and ready to follow the priests of the Lord and the ark of the covenant into a new experience in Christ” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 7): “The Revelation of Jesus Christ… The word ‘Revelation’ is ‘Apokalupsis,’ the very same word that is translated ‘The manifestation (apokalupsis) of the sons of God…’ (Rom. 8:19).” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 7): “We have been reproduced after God’s likeness like the seed which is produced by the flower, or the egg that is produced by the bird. That seed or that egg is a genuine birth, containing all the potentialities of a new flower exactly like the flower that produced it… But the full glory and the potentialities of that new life lie dormant within the seed or the egg.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 7): “Thank God for the seed, the incorruptible seed, in virtue of which we have become ‘partakers of the divine nature’ (2 Pet. 1:4), or ‘born again’ (1 Pet. 1:23). But that seed in the hearts of God’s people has scarcely developed beyond the germ state.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 7): “There is no suggestion here whatever of suppressing the old nature, keeping the ‘old man’ under your feet so that he will not be able to raise his head, or constantly dying out to self. It is a finished work.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 7): “the gifts of the Spirit were restored to the Church we had a faint conception of what they meant… the flesh practically reigns in the Church.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 9): “In this realm the flesh ‘profiteth nothing.’ Natural advantages, fleshly attainments, racial distinctions, educational standards, ecclesiastical success—these profit nothing.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 12): “choose the way of the flesh rather than the heritage of the Spirit, they will receive…” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 14): “They must see Him in the grain that would be reproduced after His very likeness, in His very image.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 13): “It is the Appearing of Christ within His people, and their consequent transfiguration after His very likeness by beholding Him as He is: not by rapture, but by the Spirit! ‘…transfigured into the same image from glory to glory, even as by the Spirit of the Lord.’ (2 Cor. 3:18.)” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 12): “This is the final victory for the Church, when mortality is clothed upon with immortality, and corruption puts on incorruption. This is the consummation of the Church’s last great victorious event, for then it is that ‘Death is swallowed up in victory,’ and the ‘last enemy,’ even Death, is destroyed. (1 Cor. 15:26,54.)” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 12): “before this cherished rapture or resurrection takes place, there is to arise a group of overcomers who shall appropriate even here and now their heritage of Resurrection Life in Jesus Christ.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 12): “God is perfectly free to raise whom He will any time He chooses… Enoch did it. So did Elijah. And so shall the sons of God.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 3): “it is not within the power of any man in Adam’s fallen race to present himself acceptably before God.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 5): “There is Adam and Eve, two and yet, one,—Eve being the complement, the likeness, the counterpart of Adam.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 9): “‘But ye are a chosen generation, a royal priesthood, a holy nation, a peculiar people…’ (1 Pet. 2:9). A royal priesthood! A priesthood of kings, and a kingdom of priests! A company of overcomers, who have power with God and with men!” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 9): “As priests they have power with God, and as kings they have power with men… in fact he reigns by interceding.” ↩
-
Origineel EN (Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 9): “This priesthood knows nothing of father, mother, genealogy, beginning of days nor end of life. It is the sphere and realm of the Spirit of God, a priesthood and a Kingdom which the sons of God shall enter into as they grow up into Christ.” ↩